Blog

Begrijp jij het?

“Boosaardige lieden begrijpen het recht niet, maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles.” Spreuken 28:5

Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst met ‘recht’ wordt vertaald is misjpat (strongnummer 4941). Dit woord is afgeleid van sjafat (strongnummer 8199), dat rechter betekent. Door de transliteratie (uitspraak) in het Nederlands zien we niet veel gelijkenis, maar geschreven in het Hebreeuws is misjpat hetzelfde woord als sjafat plus de Hebreeuwse mem (letter m) ervoor.

Misjpat (recht) kan worden gebruikt voor uitspraken van aardse rechters (bijvoorbeeld Leviticus 19:15, Deuteronomium 1:17, Richteren 4:5, 2 Samuel 8:15). En deze kunnen soms niet te begrijpen zijn (Prediker 3:16). Maar in de Bijbel gaat het vooral om de hoogste Rechter, “de Rechter [sjafat] van de hele aarde” (Genesis 18:25, Psalm 7:7). En het recht (misjpat) van de hoogste Sjafat (Rechter) wordt ook wel vertaald met wet of bepalingen (Exodus 21:1, 24:3, Leviticus 18:5, 26:46, Numeri 36:13, Deuteronomium 4:8, 33:10, 2 Samuel 22:23, Psalm 19:9) en ook met oordeel (Psalm 10:5, 48:11, zie verder hieronder). Het is steeds hetzelfde Hebreeuwse woord. En het verwijst naar wat Hij bepaalt, wat Hij oordeelt, de woorden uit Zijn mond.

“Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft, aan Zijn tekenen en de oordelen [misjpat] van Zijn mond” Psalm 105:5

En: “de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt”. Deuteronomium 8:3

We leven dus van Zijn misjpat. Misjpat is Zijn waarheid en wijsheid, die Hij ons wil leren:

“Hij leidt zachtmoedigen in het recht [misjpat], Hij leert zachtmoedigen Zijn weg.” Psalm 25:9

“Ik ben niet afgeweken van Uw bepalingen [misjpat], want Ú hebt mij onderwezen.” Psalm 119:102

Zodat heel ons denken en hart gevuld worden met Zijn misjpat, Zijn Woord, Zijn waarheid:

“De gedachten van de rechtvaardigen zijn een en al recht [misjpat]” Spreuken 12:5

En dit ook uit ónze mond zal komen:

“De mond van de rechtvaardige brengt wijsheid tot uiting, zijn tong spreekt het recht [misjpat].” Psalm 37:30

Misjpat is Zijn waarheid die ons verlost, die ons vrijmaakt:

“naar waarheid zal Hij het recht [misjpat] doen uitgaan” Jesaja 42:3

“toen U, o God, opstond ten oordeel [misjpat], om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen.” Psalm 76:10

Zijn Woord, Zijn waarheid maakt vrij (Johannes 8:31-32).

In de Psalmen wordt hartstochtelijk verlangd naar Zijn misjpat (Psalm 97:8, 119:20), ze worden goed genoemd (Psalm 119:39), ze helpen ons (Psalm 119:175).

Zijn misjpat (recht) is het fundament van Zijn troon (Psalm 89:15), van waaruit Hij regeert. Zijn Koninkrijk wordt gegrondvest en gesteund door Zijn misjpat (recht) (Jesaja 9:6)

Toen Jesjoea Zijn woorden (misjpat) over Zijn Koninkrijk in de vorm van gelijkenissen sprak, vroegen Zijn discipelen waarom Hij dat deed (Mattheüs 13:10-11). Zijn antwoord:

“Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen.” Mattheüs 13:13

Hij verwijst hierbij naar Jesaja 6:9: “Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken.”

Zij begrepen niet, omdat zij met hun hart moesten begrijpen, en hun hart was vet geworden (Mattheüs 13:15). Zijn misjpat was niet in hun hart.

“Boosaardige lieden begrijpen het recht [misjpat] niet, maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles.” Spreuken 28:5

Zijn bepalingen, Zijn oordeel, maakt vrij. Wie JHWH zoekt met heel zijn denken en hart, die begrijpt het. Die begrijpt alles. Begrijp jij het?

Naar Zijn hart

“De HEERE heeft een man naar Zijn hart voor Zich uitgezocht, en de HEERE heeft hem de opdracht gegeven een vorst te zijn over Zijn volk, omdat u niet in acht genomen hebt wat de HEERE u geboden had.” 1 Samuel 13:14

Een man naar Zijn hart. Wat kunnen we weten over Zijn hart?

In het blog ‘De stenen tafelen’ leg ik uit dat de ark van het verbond verwijst naar het denken en hart. In de ark lag de Torah (1 Koningen 8:9), geschreven op de twee stenen tafelen. Dit verwijst naar Zijn Torah die in ons denken en hart moet zijn (Deuteronomium 6:6-8; ‘tussen uw ogen’ verwijst naar ons denken). Wat zegt dit over Zijn hart?

In Exodus 20 lezen we wat op de stenen tafelen geschreven was. Er staat steeds: “U zult niet..”, of woorden van gelijke strekking. In het Hebreeuws begint (behalve één uitzondering) elk gebod met: “lo…”, en dat betekent ‘niet’. Deze tien geboden geven dus aan wat er ‘niet’ in het hart van God is, en dus wat er ‘niet’ in ons hart moet zijn als we een man (of vrouw) naar Zijn hart willen zijn.

Zijn hart:
Dient géén afgoden
Maakt géén beelden
Maakt géén misbruik van Zijn Naam
Doet géén werk op de sjabbatsdag
Heeft eerbied voor ouders (de enige uitzondering op ‘lo’)
Moordt niét
Pleegt géén overspel
Steelt niét
Spreekt géén vals getuigenis
Begeert niét wat van een ander is

Dit zijn dus de eigenschappen van een hart dat naar Zijn hart is. Nu zal je bij sommige geboden misschien denken: die overtreed ik niet zo gemakkelijk, die eigenschap heb ik al in de pocket. Ik moord niet, ik steel niet, ik pleeg geen overspel… Besef dan, dat deze eigenschappen van Zijn hart niet (alleen) letterlijk bedoeld zijn. Dat legt Jesjoea ons uit in bijvoorbeeld:

Mattheüs 5:21-22: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur.”

Of:

Mattheüs 5:27-28: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.”

We doden dus niet alleen als we letterlijk iemand vermoorden, we doden ook als we onterecht boos zijn op iemand of iemand uitschelden. Dit zijn namelijk woorden die uit ons hart voortkomen:

“Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen.” Mattheüs 15:19

En ook het ‘niet’ maken van (afgods)beelden is niet alleen letterlijk bedoeld. De meesten van ons zullen niet zo gauw een tastbaar afgodsbeeld maken en daarvoor neerbuigen. Maar welke (valse) beelden hebben we in ons hart? Welke leugens en dwalingen in ons hart verhinderen ons om een man of vrouw te zijn naar Zijn hart?

“Nu dan, doe de vreemde goden weg die te midden van u zijn, en richt uw hart op de HEERE, de God van Israël.” Jozua 24:23

Pesach

“Zeven dagen moet u ongezuurde broden eten. Meteen op de eerste dag moet u het zuurdeeg uit uw huizen wegdoen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, die persoon moet uit Israël worden uitgeroeid.” Exodus 12:15

Wist je dat de bekende voorjaarsschoonmaak een gebruik is dat zijn wortels heeft in het Bijbelse Pesach feest? Tijdens het Pesach feest moet het huis worden vrijgemaakt van alle zuurdeeg (gist), en dat kan zo klein zijn dat daarvoor het hele huis ondersteboven moet worden gekeerd en elk hoekje, gaatje en nisje schoon moet worden gemaakt. Huis verwijst in de Bijbel naar ons denken. En zuurdeeg verwijst in de Bijbel naar zonde, dat ten diepste leugens en dwalingen in ons denken is (Genesis 6:5, 8:21, Mattheüs 6:12, 1 Korinthe 5:8). Lees met deze wetenschap deze alinea nog eens. En wil je graag de onderbouwing hiervan nog eens lezen: het komt in veel van mijn blogs terug, je kan hiervoor de zoekfunctie op mijn website gebruiken.

In dit blog wil ik een Joodse traditie belichten, die tijdens de avond voor Pesach wordt uitgevoerd. Joden doorzoeken die avond het hele huis om de laatste resten zuurdeeg te vinden, en vervolgens worden deze resten met vuur verbrand. We vinden dit gebruik niet in de Bijbel. Maar als we de diepere geestelijke betekenis van vuur in de Bijbel kennen, dan zien we de diepgang van deze traditie.

Vuur verteert (vernietigt). Wat in de geestelijke betekenis vernietigd moet worden, zijn de leugens en dwalingen (zonde) in ons denken. Sodom en Gomorra werden vernietigd door vuur uit de hemel (Genesis 19:24) ‘omdat de roep van haar zonden groot geworden was voor het aangezicht van de HEERE’ (vers 13). JHWH is een verterend vuur: “De aanblik van de heerlijkheid van de HEERE op de top van de berg was in de ogen van de Israëlieten als een verterend vuur.” Exodus 24:17 (ook: Deuteronomium 4:24, 9:3, Exodus 3:2, Ezechiël 8:2). En 1 Korinthe 3:15 zegt dat we zullen worden behouden als door vuur heen. We moeten dus door dit vuur heen, dat de leugens en dwalingen in ons denken vernietigt, verbrandt. Wat is het dat de leugens en dwalingen (zonde, zuurdeeg) in ons denken verbrandt? Het verterende vuur van Zijn waarheid verbrandt het zuurdeeg in ons denken.

In mijn blog van ca. een jaar geleden: Als Zijn heerlijkheid onze tabernakel vervult, leg ik uit hoe dit verwijst naar het feit dat JHWH ons denken wil vervullen met Zijn heerlijkheid. Ik sloot dit blog af met:

“Als JHWH ons denken vervult met Zijn heerlijkheid, dan vervult Zijn waarheid ons denken. Leugens en dwalingen vanuit het menselijk denken zullen dan verdwijnen. Laat je denken dus vernieuwd worden (Efeziërs 4:23) door het te vullen met Zijn heerlijkheid, met de waarheid van Zijn Woord (Johannes 17:17). Dan zal Zijn waarheid je vrijmaken (Johannes 8:32).”

In 2 Kronieken 7 lezen we dat tijdens de inwijding van de tempel het vuur en de heerlijkheid van JHWH de tempel vervulde (vers 1-3). JHWH wil met Zijn reinigende vuur van Zijn waarheid onze ‘tempel’ (denken) vervullen, zodat we zullen worden bevrijd van leugens en dwalingen.

In Handelingen 2 kwam Zijn Geest van boven uit de hemel, zichtbaar als tongen van vuur (vers 3). De Geest (windvlaag, roeach) vervulde het… huis! (vers 2) En deze ‘Geest van de waarheid zal u de weg wijzen in heel de waarheid’ (Johannes 16:13).

“Want u bent niet tot een tastbare berg genaderd, en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind,(…)Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, en tot het bloed van de besprenkeling, dat van betere dingen spreekt dan dat van Abel. Let er dan op dat u Hem Die spreekt, niet verwerpt. [Mattheüs 17:5: ‘luister naar Hem!’ Luister naar Zijn onderwijs van de waarheid!] Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt. Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd:  Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit ‘nog eenmaal’ duidt op de verandering van de dingen die kunnen wankelen als van dingen die gemaakt zijn [de leugens en dwalingen in ons denken die door de mens ‘gemaakt’ (bedacht) zijn], opdat de dingen die onwankelbaar zijn [Zijn waarheid], zouden blijven. [2 Korinthe 4:18] Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk [Lukas 17:21] ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied. Want onze God is een verterend vuur!” Hebreeën 12:18-29

Laten we dus dit Pesach volgens goed Joods gebruik het ‘zuurdeeg’ (leugens en dwalingen) uit ons ‘huis’ (denken) verbranden met het ‘vuur’ van Zijn waarheid. Want wat we niet vernietigen, dat gaat stinken.

“Er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde. Want mijn ongerechtigheden gaan mij boven het hoofd, als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden. Mijn wonden stinken, zij zijn vervuild vanwege mijn dwaasheid.” Psalm 38:4-6

Chag Pesach kasjer wesameach! Vrolijk en rein Pesachfeest gewenst!

Kennen zoals men behoort te kennen

“die altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen.” 2 Timotheüs 3:7

“En wat de afgodenoffers betreft: wij weten dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op. En als iemand denkt iets te weten, dan heeft hij nog niets leren kennen zoals men behoort te kennen” 1 Korinthe 8:1-2

Deze teksten maken duidelijk dat kennis niet per se tot waarheid leidt. En dat geldt ook voor kennis van Zijn Woord. We kunnen er veel over ‘weten’, maar hebben we het leren ‘kennen zoals men behoort te kennen’?

Wat is het doel van Zijn Woord? 2 Timotheüs 3:16-17 geeft een duidelijke aanwijzing.

Heel de Schrift is door God ingegeven en nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.”

Zijn Woord moet ons dus verbeteren, ons opvoeden in rechtvaardigheid. Het moet ons veranderen, van binnenuit.

“En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.” Romeinen 12:2

Het Griekse woord ‘nous’ dat in deze tekst wordt vertaald met ‘gezindheid’, betekent verstand (Lukas 24:45, Romeinen 7:23,25), denken (Romeinen 1:28), of gedachten (Romeinen 11:34). Zijn Woord moet dus ons denken veranderen.

We kunnen op Zijn Woord studeren, maar als het bij intellectuele kennis blijft, dan laten we Zijn Woord ons niet onderwijzen en opvoeden in rechtvaardigheid. Dan blijft het bij hoofdkennis, in plaats van hartkennis. ‘Heel de Schrift’ moet ons verbeteren en opvoeden in de rechtvaardigheid. ‘Heel de Schrift’ is voor geestelijke groei van ons denken en hart. Dus ook al die teksten met geschiedschrijvingen, of over de bouw van de tempel, of de ark, of offervoorschriften, noem maar op. Ook van die teksten moeten we leren begrijpen hoe ze ons denken en hart kunnen veranderen.

Een voorbeeld dat ik regelmatig gebruik: als we de tempelreiniging door Jesjoea (Mattheüs 21) lezen als slechts een gebeurtenis in de geschiedenis, waar we weliswaar een les uit kunnen trekken maar die niet persoonlijk tot ons gericht is omdat wij geen koopman in de tempel waren op dat moment in de geschiedenis, dan staat de tekst veel verder van ons af dan als we ons realiseren dat deze tekst tegelijkertijd zegt dat Jesjoea ons ‘huis’ (ons denken) een rovershol vindt. En het is een rovershol door de gedachten van leugens en dwalingen van de mens die in ons denken en hart zijn.

Zijn Woord probeert ons steeds te laten zien hoe ons denken nog niet gelijk is aan Zijn denken, hoe ons hart nog niet klopt in ritme van de Zijne:

“Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8

Hier wordt duidelijk dat onze wegen Zijn wegen niet zijn, omdat onze gedachten Zijn gedachten niet zijn. We moeten dus ons denken veranderen. Zijn Woord is bedoeld om geestelijk te groeien, het moet levensveranderend werken. En als we dit gaan zien in Zijn Woord, als we steeds meer gaan zien dat Zijn Woord de noodzaak van de verandering van ons denken en hart bladzijde voor bladzijde herhaalt, als je verder kijkt dan wat er letterlijk staat, dan gaat dat ons werkelijk veranderen. Het zorgt ervoor dat we ons nog meer bewust zijn van wat er in ons denken en hart is en niet overeenstemt met de Zijne. En dan beseffen we steeds meer de noodzaak van de vernieuwing van ons denken. Het geeft zicht op leugens die ons op manieren in de weg zitten waar we ons misschien niet eens van bewust zijn. En het ontmaskeren en wegdoen van deze leugens bevrijdt ons, geneest ons. Het helpt ons om geestelijk te groeien. Het helpt ons werkelijk te leven naar Zijn wil en het leven naar zijn leefregels, Zijn Torah, is een gevolg daarvan.

Toen zei Mozes: Hierdoor zult u weten dat de HEERE mij gezonden heeft om al deze daden te doen, dat zij niet uit mijn eigen hart voortgekomen zijn. Numeri 16:28

Schatten in ons hart

“De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.” Mattheüs 12:35

Deze tekst spreekt over schatten van ons hart: een goede schat en een slechte schat. Een goede schat brengt goede dingen voort, en een slechte schat brengt slechte dingen voort. Waar zou die schat naar verwijzen?

“om het geheimenis te leren kennen van God, en van de Vader en van Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn.” Kolossenzen 2:2-3

De schat verwijst naar wijsheid en kennis. In deze tekst naar Zijn wijsheid en kennis, die in Jesjoea zijn. Dat is de goede schat. De slechte schat moet dan wijsheid en kennis zijn die niet van Hem is: de ‘wijsheid’ en kennis van de 30- en 60-voud (geestelijke) aarde. En dat is niet Zijn wijsheid, maar dat is ‘eigen’wijsheid. De schat die wij moeten verzamelen, is die goede schat. En deze schatten vinden we niet op de 30- en 60-voud (geestelijke) aarde. Deze schatten vinden we in de (geestelijk) 100-voud hemel.

Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar  verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” Mattheüs 6:19-21

[30-, 60- en 100-voud is de verschillende mate van geestelijke vrucht/groei uit de gelijkenis van de zaaier in Mattheüs 13]

De mens die deze schat vindt, wordt ‘welzalig’ genoemd.

“Welzalig is de mens die wijsheid vindt,
de mens die inzicht verkrijgt,
want haar opbrengst is beter dan de opbrengst van zilver
en haar inkomen beter dan bewerkt goud,
zij is kostbaarder dan robijnen.
Al jouw wensen zijn met haar niet te vergelijken.”

Spreuken 3:13-15

Er is geen wens vanuit onszelf die we kunnen bedenken, die we met deze hemelse schatten van wijsheid en waarheid (inzicht) kunnen vergelijken. Onze eigen menselijke kennis (gedachten) valt daarbij in het niet. Om bij mezelf te blijven: ik denk dat ik dat veel te weinig besef!

“Neem Mijn vermaning aan en niet zilver,
want kennis is verkieslijker dan bewerkt goud.
Want wijsheid is beter dan robijnen,
en al uw wensen zijn er niet mee te vergelijken.”

Spreuken 8:10-11

Het Hebreeuwse woord ‘moesar’, dat hier met ‘vermaning’ wordt vertaald, betekent ook onderwijzing of bestraffing. Het wordt o.a. ook gebruikt in Deuteronomium 11:2, Job 5:17, Job 36:10, Psalm 50:17. En vooral in Spreuken 1 wordt de betekenis van dit woord duidelijk: het wordt verbonden met wijsheid, inzicht, gerechtigheid, kennis en bedachtzaamheid. En het maakt volgens vers 6 dat we spreuken, woorden van wijzen en raadsels gaan begrijpen: de geheimenissen van het Koninkrijk!

Wie wijs is, zal horen en inzicht vermeerderen,
en wie verstandig is, zal wijze raad verwerven
om een spreuk en een spreekwoord te begrijpen,
woorden van wijzen en hun raadsels.
Spreuken 1:5-6

“Hij zei: Aan u is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk van God te kennen, maar tot de anderen spreek Ik in gelijkenissen, opdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet begrijpen, ook al horen zij.” Lukas 8:10

“Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid” 1 Korinthe 2:7

Vanuit die goede schat in ons hart, gaan we vervolgens goede dingen doen. Niet vanuit ons menselijke verstand (kracht), maar vanuit Zijn wijsheid en waarheid in ons hart.

“Maar wij hebben deze schat in aarden kruiken, opdat de allesovertreffende kracht van God zou zijn en niet uit ons.” 2 Korinthe 4:7

Torens

“Want U bent een toevlucht voor mij geweest, een sterke toren tegen de vijand.” Psalm 61:4

Een sterke toren … Er is ook een zwakke toren in de Bijbel, een toren die niet voltooid werd (Lukas 14:30): de toren van Babel in Genesis 11.

Een Bijbels advies is om eerst de kosten te berekenen voordat we besluiten een toren te gaan bouwen. Want misschien kunnen we het niet voltooien.

“Want wie van u die een toren wil bouwen, gaat niet eerst zitten om de kosten te berekenen, of hij de middelen wel heeft om het werk te voltooien?” Lukas 14:28

En dan worden we een voorwerp van spot:

“Opdat niet misschien, als hij het fundament gelegd heeft en niet in staat is het te voltooien, allen die het zien, hem beginnen te bespotten” Lukas 14:29

Waar verwijst het bouwen van een toren naar? Een toren is een verblijfplaats, en net zoals huis, tent of tabernakel verwijst dit in de Bijbel naar ons denken (1). Ons ‘huis’ stort niet in, als we het op de Rots funderen (Mattheüs 7:24-25). En de Rots verwijst naar Jesjoea (1 Korinthe 10:4). Als we ons ‘huis’ zo bouwen, dan worden we verstandig genoemd.

“Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd.” Mattheüs 7:24-25

Ook in deze tekst komt bouwen en fundament weer terug.

We beginnen ons denken (toren) op het fundament van de Rots te bouwen, als we ons denken gaan vullen met Zijn waarheid. Maar: laten we er wel voor zorgen dat we dit werk ook kunnen voltooien, zodat van ons niet gezegd kan worden:

“Deze man begon te bouwen, maar heeft het werk niet kunnen voltooien.” Lukas 14:30

De niet voltooide toren in Lukas 14 verwijst natuurlijk naar de toren van Babel die niet voltooid werd. Waarom kon deze niet voltooid worden? De motivatie was verkeerd!

“Laten we voor ons een naam maken” Genesis 11:4

Maar:
“De Naam van de HEERE is een sterke toren” Spreuken 18:10

Het ging in Babel niet om Hem, om Zijn waarheid. Het ging niet om Zijn Naam. Het ging om ‘onze’ naam: leugens en dwalingen vanuit het denken van de mens. En als we op die manier ons denken ‘bouwen’, dan kunnen we het niet voltooien.

“Deze man begon te bouwen, maar heeft het werk niet kunnen voltooien.” Lukas 14:30

Er werd niet gebouwd op het fundament van de Rots. En als we ons denken (huis) niet bouwen op de
Rots, dan zal de val van ons ‘huis’groot zijn (Mattheus 7:27). Dan zal de top van onze ‘toren’ niet in de hemel reiken (Genesis 11:4). Want we (be)reiken alleen de (geestelijke) hemel door Hem, door Zijn waarheid, niet op eigen menselijke kracht (2). We worden niet ‘hoog’ vanuit onszelf, vanuit ons menselijk denken, we worden alleen ‘hoog’ door Hem:

“En wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden; en wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.” Mattheüs 23:12

Dus:
“Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte (toren) die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus.” 2 Korinthe 10:5

En dan wordt onze ‘toren’ gebouwd die tot in de hemel zal reiken (Genesis 11:4), op het fundament van de Rots.

(1) zie: https://zoekeersthetkoninkrijk.nl/2019/03/23/als-zijn-heerlijkheid-onze-tabernakel-vervult/?fbclid=IwAR3U9O8kuVBCpIsIfadqnBfRUm2d8KYRPg4Q89oAfLUbGJazA3MV5dTyVRk

(2) zie: https://www.facebook.com/zoekeersthetkoninkrijk/posts/953191125032739?__tn__=K-R

De vreugde van de ‘wet’

Waarom ‘wet’ tussen aanhalingstekens? Omdat ‘wet’ een beperkte en misleidende vertaling is. Wet geeft al snel een associatie met regeltjes en verplichtingen, met ‘moeten’. Geen positieve associatie dus. En die associatie kan niet kloppen, want volgens Psalm 1:2 zouden we onze vreugde moeten vinden in de wet van JHWH:

“maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE”

Hoe vinden we vreugde in regeltjes, in ‘moeten’?

Het Hebreeuwse woord ‘torah’, dat hier met ‘wet’ wordt vertaald, betekent ook instructie of richting. En heeft een veel diepere betekenis. Die wordt duidelijk als we zien dat in de context van deze Psalm de ‘wet’ van JHWH tegenover de ‘raad’ van de goddelozen wordt gezet (vers 1):

“Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen”

Ook ‘raad’ weer tussen aanhalingstekens. Het Hebreeuwse woord ‘etzah’ betekent inderdaad raad, of advies. Het gaat om de raad of het advies dat je haalt bij mensen waarvan je verwacht dat ze wijzer zijn dan jij, wijze raad dus (zie Spreuken 19:20). Maar de raad in dit vers is de raad van goddelozen. Dat is geen wijsheid, dat zijn leugens en dwalingen. We moeten ons dus niet wenden tot deze raad, ‘maar’ (vers 2) tot de ‘torah’ van JHWH. Als de ‘raad’ van de goddelozen leugens en dwalingen zijn, dan (‘maar’, vers 2) verwijst de ‘torah’ van JHWH naar Zijn waarheid. De torah is dus die ‘wijze raad’, het verwijst naar Zijn ‘instructies’, Zijn onderwijs van de waarheid. De ‘wet’ van JHWH is dus veel meer dan de tien geboden of andere Bijbelse regels; het is Zijn waarheid die ons vreugde geeft als we die dag en nacht overdenken (vers 2):

“en Zijn wet dag en nacht overdenkt”

Waarom dag en nacht overdenken? ‘Torah’ betekent ook ‘richting’. We kunnen onze gedachten maar op één ding tegelijk richten. Mensen die denken dat ze goed kunnen multitasken zullen het hier misschien niet mee eens zijn. Maar multitasken is niet van alles tegelijk doen, multitasken is van alles door elkaar heen doen waarbij gedachten snel van het één naar het ander gaan en weer terug. Overigens niet eens zo goed voor ons brein. De ‘goede raad’ van deze psalm is dat als we onze gedachten op Zijn ‘wet’ richten, er twee dingen gebeuren: we kunnen onze gedachten niet tegelijkertijd op leugens en dwalingen richten, én Zijn waarheid komt meer en meer in ons denken (en hart). Dan richten we de ogen van ons hart op de ‘dingen die men niet ziet’ die eeuwig zijn:

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

Waarom zal onze gedachten richten op Zijn waarheid ons vreugde geven? Omdat Zijn waarheid ons vrijmaakt:

“Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:31

Als we onze gedachten op Zijn waarheid richten, dan zijn we volgens Psalm 1:3 als een boom die geplant is aan waterbeken. We zijn dan geplant aan het Levende water (Johannes 4:13-14) en worden voortdurend door Zijn waarheid gevoed. Het gevolg is dat we vrucht gaan geven, ‘veel vrucht’ volgens Johannes 15:5. En dat is de honderdvoudige vrucht uit de gelijkenis van de zaaier (Mattheüs 13).

Onze gedachten op Zijn wet (waarheid) richten geeft ons dus vreugde, onze gedachten op de ‘raad’ van de goddelozen richten geeft ons die vreugde niet. Waar richt jij je gedachten op?

Een onvergankelijke kroon

“En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen. Ik loop daarom niet zonder duidelijk doel en ik vecht zó met de vuist dat ik niet maar wat in de lucht sla. Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” 1 Korinthe 9:25-27

Het woord dat in deze tekst met ‘krans’ wordt vertaald, wordt op andere plekken vertaald met ‘kroon’. Bijvoorbeeld in Mattheüs 27:29 voor de kroon van dorens van Jesjoea, en in Openbaring 2:10: de kroon van het leven. De Engelse King James vertaling vertaalt ook met ‘crown’. Het woord drukt dus iets uit dat je op je hoofd krijgt, zoals een koning die gekroond wordt.

In de Bijbel is de koning de hoogste (geestelijke) positie. Dit leg ik uit in mijn boek. Jesjoea wordt niet voor niets de Koning der koningen genoemd (Openbaring 17:14). Het zichtbare fysieke symbool voor een koning is een kroon. Door iets dat zichtbaar is op je hoofd, is zichtbaar wat je positie is. Geestelijke zaken zijn niet zichtbaar, toch zijn dát de zaken waar we onze (geestelijke) ogen op moeten richten (2 Korinthe 4:18). Een geestelijke koning draagt een geestelijke kroon. En ten diepste is die alleen zichtbaar voor JHWH. Een kroon is iets dat je op je hoofd krijgt, en ons hoofd staat in de Bijbel symbool voor wat erin zit: onze gedachten. Ook dat leg ik uit in mijn boek. Een voorbeeld is 2 Kronieken 26, waar koning Uzzia als gevolg van zijn ongehoorzaamheid en ontrouw aan JHWH melaats wordt op zijn (voor)hoofd. De plek van de melaatsheid verwijst rechtstreeks naar de oorzaak: leugens en dwalingen in zijn denken. Meer hierover kan je lezen in mijn blog Geestelijke dood en geestelijk leven. Een geestelijke, onvergankelijke kroon heeft dus direct te maken met de gedachten die we in ons hoofd hebben.

Paulus streeft ernaar gekroond te worden met deze onvergankelijke kroon. Maar hij maakt in deze tekst duidelijk dat ons dit niet zomaar komt aanwaaien. Paulus schrijft zelfs dat hij wil voorkomen dat hij verwerpelijk wordt. Blijkbaar kan dat, ondanks onze goede prediking (onderwijs) aan anderen. Paulus gebruikt de term ‘vechten’. We moeten er moeite voor doen, we moeten ervoor vechten, zoals iemand die aan een wereldse wedstrijd deelneemt. Het is een strijd. En de geestelijke strijd, is de strijd tussen Zijn waarheid en leugens en dwalingen vanuit de mens in ons hoofd.

Een vergankelijke kroon is een aardse kroon. Die staat symbool voor werelds aanzien, zichtbare kronen. Deze dingen zijn vergankelijk, ze zullen vergaan. Als we ons leven daarvoor ingezet hebben, dan hebben we gevochten en gestreden voor zaken die niet blijvend zijn. Dan hebben we onze ogen gericht op uiterlijkheden, niet op onze innerlijke mens.

Om een onvergankelijke kroon te ontvangen, moeten we volgens Paulus niet zomaar wat in de lucht slaan, maar leven met een duidelijk doel. Wat is dat doel?

“Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn.” Romeinen 8:29

We zijn bestemd om aan het beeld van Jesjoea gelijkvormig te zijn. En we groeien naar Hem toe, als we ons aan Zijn waarheid houden:

“maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus.” Efeze 4:15

Ook hieruit blijkt weer dat onze (wed)strijd de strijd is tussen Zijn waarheid en de leugens en dwalingen vanuit de mens.

“Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg. Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:16-18

Brood uit de hemel

“Brood uit de hemel hebt U hun gegeven tegen hun honger” Nehemia 9:15

Waar verwijst dit brood uit de hemel naar?

“Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna eten, dat u niet kende en ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt.” Deuteronomium 8:3

Ons lichaam leeft van fysiek brood, dit brood komt van het koren van de aardbodem. Maar dat is niet het volle leven. We leven niet alleen van dit fysieke brood uit de letterlijke aarde. We leven van ‘alles wat uit de mond van JHWH komt’. We leven van Zijn woorden van waarheid dus! En dat is geestelijk leven. Het brood uit de hemel is het ware brood, het is dát brood dat we willen ontvangen:

“Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.” Johannes 6:32

Waar vul jij je geestelijke maag mee? Want er is ook brood van goddeloosheid (Spreuken 4:17), leugenbrood (Spreuken 20:17) en bedrieglijk voedsel (Spreuken 23:3). Belangrijk om het verschil te ‘proeven’: eet je brood uit Zijn mond, of brood van leugens en dwalingen uit de mond van mensen? Hoe meer je je hart en denken vult met Zijn brood, hoe meer je dit brood leert te onderscheiden van het brood van mensen. En hoe minder het brood van mensen je zal smaken.

Hoeveel geestelijke honger heb jij? Het regent uit de hemel, je mag eten tot verzadiging toe!

“Hij liet manna op hen regenen om te eten en gaf hun hemels koren. Eenieder at het brood van de machtigen; Hij zond hun proviand tot verzadiging toe.” Psalm 78:24-25

Laat je verzadigen door ‘alles wat uit de mond van JHWH komt’.

“Geef ons heden ons dagelijks brood.” Mattheüs 6:11

Vertrouw op JHWH met heel je hart – Spreuken 3

“Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Híj je paden rechtmaken.” Spreuken 3:5-6

Spreuken 3 wil ons duidelijk maken hoe belangrijk het is dat we Zijn waarheid kennen, met ons hele hart en denken (verstand). Het begint in vers 1:

“Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen.”

Hier spreekt JHWH tot Zijn zonen en dochters, tot jou en tot mij: vergeet niet wat Ik je onderwijs, in Mijn Woord. Als je iets wilt onthouden, dan prent je het in je hoofd: in je denken dus. Maar we moeten ze ook ‘schrijven op de tafel van ons hart’ (vers 3). Zijn waarheid moet in ons hart zijn. En daarvoor moeten we actie ondernemen: we moeten ze zelf ‘schrijven’. Het is aan ons of – en in welke mate – we ons hart en denken vullen met Zijn waarheid, óf met leugens en dwalingen vanuit het hart en denken van de mens van de wereld. Dat laatste is ‘wijsheid’ van de mens, die denkt ‘wijs in eigen ogen’ te zijn (vers 7). En dat is het ‘kwade’ waar we ons van moeten afkeren (vers 7). Want het is een vloek, vers 33:

“De vloek van de HEERE rust op het huis van de goddeloze, maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen.”

De geestelijke betekenis van huis in de Bijbel verwijst naar ons denken (1). Hier staat dus dat de vloek van JHWH op het denken van de goddeloze is, maar dat Hij het denken van de rechtvaardige zal zegenen. We zijn gezegend als Zijn waarheid in ons is, en vervloekt als Zijn waarheid niet in ons is. Door ongehoorzaamheid van de mens – niet luisteren naar Zijn waarheid – is de aarde (wereld) vervloekt (Genesis 3:17). Als we ons denken dus vullen met ‘wijsheid’ van de wereld, dan vullen we ons denken eigenlijk met een vloek. Belangrijk om te beseffen!

Maar als we ons hart en denken vullen met Zijn waarheid (wijsheid), dan worden we ‘welzalig’ genoemd (vers 13). Dan verkrijgen we Goddellijk inzicht (vers 13). En dan is onze levenswandel ‘lieflijk’ en vrede (vers 17). Want als Zijn gedachten onze gedachten worden, dan worden Zijn wegen ook onze wegen (Jesaja 55:8). Als we met ons hele hart op Hem vertrouwen, ons hart vullen met Zijn waarheid (inzicht) en niet met ‘waarheid’ van de mens, dan maakt Hij onze paden recht (vers 5-6). Hart en denken uit zich in hoe we leven.  

En dan zijn we niet alleen ‘welzalig’ voor onszelf, maar we worden volgens vers 18 zelfs een boom des levens voor wie ons vastgrijpen! Zijn waarheid in ons denken en hart geeft ons het 100-voudige leven (gelijkenis van de zaaier, Mattheüs 13) van de boom des levens (2) én we geven het door aan iedereen die zich aan ons ‘vastgrijpt’, aan iedereen die we mogen vertellen over Zijn Koninkrijk dat binnenin ons is (Lukas 17:21).

(1) Zie: Als Zijn heerlijkheid onze tabernakel vervult of: huis = denken.

(2) Zie ook: https://zoekeersthetkoninkrijk.nl/2019/05/17/twee-bomen/