De rijke jongeling

“Ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel. Hoe moeilijk kunnen zij die rijkdommen bezitten, het Koninkrijk van God binnengaan!”
Markus 10:21, 23

Dit tekstgedeelte is zelf geen gelijkenis, maar staat in verbinding met de gelijkenis van de schat in de akker (Mattheüs 13:44) en de parel van grote waarde (Mattheüs 13:45-46). Het is geen gelijkenis, maar ook hier geeft Jesjoea weer onderwijs over het Koninkrijk.

Wat is de schat in de hemel die in deze tekst genoemd wordt? De definitie hiervan staat in Kolossenzen 2:3. Het is wijsheid en kennis. Het is de wijsheid van JHWH en Jesjoea.

Wat moeten we verkopen, om deze schat in de hemel te hebben? Als we ons denken willen vullen met deze schat van wijsheid van JHWH, dan moeten we afstand doen van de leugens en dwalingen in ons denken. Deze moeten we dus verkopen. Dit zijn onze ‘gedachtespinsels’, wat de bijbelse definitie van zonde is volgens Genesis 6:5. Verkopen betekent in deze context er afstand van doen.

Wat bedoelt de tekst met ‘rijkdommen’? Geestelijke rijkdommen zijn wijsheid en kennis. Maar deze tekst verwijst naar aardse ‘rijkdommen’ en de geestelijke betekenis daarvan zijn de leugens en dwalingen in ons denken, waar we ons aan vast willen houden omdat we denken dat ze rijk zijn, maar ze maken ons (geestelijk) arm.