Blog

Een tent vol vrede

In Job 5 reageert één van de vrienden van Job op de eerste klaagrede van Job, nadat de omstandigheden in zijn leven honderdtachtig graden gedraaid waren. Deze vriend, Elifaz, spiegelt Job daarin een ‘tent in vrede’ voor. Daar zal Job in de omstandigheden waarin hij verkeerde zeker naar verlangd hebben. Job sluit zijn eerste klaagrede in Job 3:26 namelijk af met: “ik heb geen rust, er is onrust gekomen.” In alle omstandigheden in ons leven, of in de wereld om ons heen, zullen veel mensen deze uitroep van Job herkennen. En dan reageert Elifaz in Job 5:24: “Je zult ondervinden dat je tent in vrede is”.

In de Bijbel verwijzen verblijfplaatsen, zoals tent of woning in Job 5:24, naar ons denken. Elifaz vertelt Job dus dat hij zal ondervinden dat er weer vrede, dat er weer rust in zijn denken is. Job 5:24 staat niet op zichzelf, maar is gekoppeld aan vers 8 van dit hoofdstuk waarin Elifaz Job adviseert: “Maar ik zou zelf God zoeken, en mijn woord tot God richten.” Elifaz reageert dus op de uitroep van Job in Job 3:26, dat hij God moet zoeken om weer rust in zijn denken te krijgen.

Met het zoeken van God wordt in de Bijbel bedoeld het zoeken van Zijn waarheid en wijsheid, met ons denken. Het zoeken van God wordt als een gebod geformuleerd in Mattheüs 6:33: “Maar zoek eerst het Koninkrijk van God”. Eérst het Koninkrijk, dat moet onze eerste prioriteit zijn. En dat Koninkrijk is binnen in ons volgens Lukas 17:21. Dan gaat het dus om Zijn waarheid en wijsheid binnen in ons, in ons denken en hart. Dat geeft innerlijke vrede, dat geeft innerlijke rust.

In het tweede gedeelte van Job 5:24 zegt Elifaz dat Job zal zorgen voor zijn woning. Ook dit is weer gekoppeld aan vers 8: als je God zoekt, dan zorg je voor je ‘woning’. Als je Zijn Koninkrijk (Zijn waarheid en wijsheid) zoekt en je denken (woning) daarmee vult, dan zorg je voor je denken zoals Hij dat bedoeld heeft. Elifaz zet het nog wat steviger aan in dit tweede gedeelte van vers 24: Job zal daarin niet falen. Waar de herziene Statenvertaling met ‘falen’ vertaalt, staat hier het Hebreeuwse woord חָטָא (chata, Strong 2398). En dit Hebreeuwse woord betekent zondigen. De Engelse King James vertaling vertaalt hier ook met ‘sin’ (zondigen). In Job 5:24 staat dus dat als we zorgen voor onze ‘woning’, we niet zullen zondigen. En dat komt overeen met de precieze betekenis van zondigen in de Bijbel: onze slechte gedachtespinsels (Genesis 6:5). We zorgen goed voor onze ‘woning’ als we ons denken vullen met Zijn waarheid, en we zondigen als we onze ‘woning’ vullen met leugens en dwalingen (slechte gedachtespinsels). Zijn waarheid geeft rust en vrede in ons denken, leugens en dwalingen geven onrust.

Het woord ‘zorgen’ in Job 5:24 is een vertaling van het Hebreeuwse woord פָּקַד (paqad, Strong 6485). Dit Hebreeuwse woord wordt ook wel vertaald met bewaken, heersen, of alert zijn. Het zorgen voor onze ‘woning’ betekent dus dat we moeten heersen over ons denken, dat we er alert op moeten zijn ons denken te bewaken tegen leugens en dwalingen. Ook in de gelijkenis van de wijze en de dwaze meisjes, die over Zijn Koninkrijk gaat (Mattheüs 25:1), worden we opgeroepen om waakzaam te zijn (Mattheüs 25:13) dat we voldoende olie (Waarheid) in onze kruik (denken) houden.

Hoeveel rust is er in jouw denken? Hoe kan jij beter zorgen voor jouw ‘woning’?

Loofhuttenfeest

Binnenkort wordt het Loofhuttenfeest weer gevierd. Volgens instructies in Leviticus 23 worden er loofhutten gebouwd met takken van bomen, en er wordt zeven dagen in de loofhut feest gevierd. Volgens Leviticus 23:43 is dit feest ingesteld om het wonen in loofhutten na de uittocht uit Egypte in herinnering te houden. In Kolossenzen 2:16 en 17 schrijft Paulus dat de feesten een schaduw zijn. Het Hebreeuwse woord voor schaduw (צל) wordt in de Bijbel onder meer gebruikt voor het besef van de tijdelijkheid van ons aardse leven (zoals in Job 8:9, Job 14:2 en Prediker 6:12), tegenover de eeuwige dingen van Boven (zoals in Kolossenzen 2 en Hebreeën 5). In 2 Korinthe 4:18 schrijft Paulus dat we onze ogen niet op de dingen moeten richten die we zien en die tijdelijk (van deze aarde) zijn, maar op de dingen die we niet zien en die eeuwig zijn. Ook het Loofhuttenfeest is een schaduw. Welke eeuwige, geestelijke betekenis achter dit feest zit wordt duidelijk als we kijken naar de symbolen die worden gebruikt in de instructies voor het Loofhuttenfeest

Het meest duidelijke onderdeel van dit feest is de loofhut. Het Hebreeuwse woord voor loofhut is סֻכָּה (soeka). Dit woord wordt ook wel vertaald met tent. Het woord סֻכָּה komt van סֹךְ, en ook dit woord wordt vertaald met hut. In Psalm 76:3 wordt met deze ‘hut’ in Salem de tabernakel bedoeld. De King James vertaling vertaalt hier ook met ‘tabernacle’. En ook de tabernakel was een tent. Verblijfplaatsen zoals hut, tent en tabernakel, verwijzen in de Bijbel naar ons denken. Meer uitleg hierover vind je in Zoek eerst het Koninkrijk en in andere blogs op deze website. Ook de loofhut verwijst dus naar ons denken.

Het Loofhuttenfeest wordt gevierd in de zevende maand, en duurt zeven dagen. Het getal zeven verwijst in de Bijbel naar volmaaktheid, daar zijn Bijbeluitleggers het in het algemeen wel over eens. In Zoek eerst het Koninkrijk laat ik voorbeelden van Bijbelteksten zien waar met het getal zeven wordt verwezen naar een volmaakt denken. Een volmaakt denken is een denken vol van Zijn waarheid, en zonder leugens en dwalingen vanuit de mens van de (geestelijke) aarde.

De takken van bomen die voor de loofhut worden gebruikt, verwijzen naar mensen. Een duidelijke aanwijzing hiervoor vinden we in Psalm 1, waar de mens die zich niet bezighoudt met leugens en dwalingen (‘de raad van de goddelozen’) maar met Zijn wet (Zijn waarheid), wordt vergeleken met een boom die vrucht geeft. De vertaling van het Hebreeuwse woord תּוֹרָה gaat trouwens verder dan de wereldse opvatting van het woord ‘wet’. תּוֹרָה betekent de instructies of richtlijnen voor het 100-voud Leven zoals Hij dat bedoeld heeft. Het zijn Zijn volmaakte instructies voor een volmaakt leven. En Zijn ‘wet’ is ook een onderdeel van het Loofhuttenfeest. In Deuteronomium 31:10 staat dat elke zeven jaar (opnieuw het getal zeven), op het Loofhuttenfeest de wet moet worden voorgelezen zodat iedereen deze kan horen en Zijn wet kan leren houden (het leven kan leren leven zoals Hij dat bedoeld heeft).

Terug naar het doel van het Loofhuttenfeest in Leviticus 23:
“zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God.” Leviticus 23:43

Het Loofhuttenfeest gaat om het proces van de vernieuwing van ons denken (Efeze 4:23), de ‘uittocht’ van ons denken uit het aardse ‘Egypte’, groeiend naar het volmaakte 100-voud denken: Zijn gedachten (Jesaja 55:8). Van dag één, naar de volmaakte zevende dag. We kunnen het ook de bevrijding van ons denken noemen (Johannes 8:32), zoals het volk Israël uit Egypte werd bevrijd. En het bevrijden van ons denken gaat over het bevrijden van leugens en dwalingen door het aannemen van Zijn waarheid. Opvallend is ook dat onder het volk het gebruik was ontstaan om de loofhut op het dak te bouwen (Nehemia 8:17). Het dak is het hoogste punt van het huis, dat het dichtstbij de (geestelijke) hemel Boven staat.

In Johannes 7 viert Jesjoea het Loofhuttenfeest. Interessant is dat Jesjoea dat eerst in verborgenheid doet (vers 10), en naarmate de dagen van het feest vorderen komt Hij in het openbaar (vers 14). Naarmate het proces van de vernieuwing (of bevrijding) van ons denken vordert, gaan we Hem (of: Zijn waarheid) steeds beter ‘zien’. Jesjoea onderwees tijdens het Loofhuttenfeest Zijn waarheid (vers 14-17). Op de laatste (zevende) dag van het feest (vers 37), roept Jesjoea op om het Levende Water van Zijn waarheid te drinken. Daarop kwamen velen tot inzicht in de Waarheid (vers 40). Door Zijn waarheid in ons op te nemen (in te drinken), groeien we naar het volmaakte denken van de zevende dag. Bevrijd van leugens en dwalingen, en vol van Zijn waarheid.

“en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:32

Zoek Mij en leef!

Water verwijst in de Bijbel veelal naar Zijn waarheid die van Boven tot ons komt. Dat bedoelt Jesjoea bijvoorbeeld, als hij onderwijst over Levend water in Johannes 4. Als we drinken van het Levende water dan zullen we geen dorst meer krijgen, zegt Hij in Johannes 4:14. Het Levende water van Zijn waarheid verzadigt ons binnenste. Maar er komt ook water in de Bijbel voor dat niet verzadigt.

In Amos 4:8 wordt geschreven over steden die naar een ander stad gaan om water te drinken. Dit water verzadigt niet. Stad wordt in de Bijbel niet positief gebruikt. Het verwijst naar leugens en dwalingen, en de plek waar leugens en dwalingen zijn: op de (geestelijke) aarde beneden. De eerste stad die in de Bijbel wordt genoemd, is de stad die Kaïn bouwt nadat hij door JHWH werd weggezonden omdat hij zijn broer had gedood (Genesis 4). De volgende stad die in de Bijbel wordt genoemd is Ninevé (Genesis 10). Dat is de stad waar Jona naar toe moest om van Zijn waarheid te vertellen (Jona 1:2). Vervolgens komen we in Genesis 11 de stad Babel tegen, en in Genesis 18 en 19 de stad Sodom. Bekende Bijbelse steden die in de hele Bijbel worden gebruikt als symbool en waarschuwing. In Amos 4 gaat de ene ‘stad’ op de geestelijke aarde naar de andere ‘stad’ om ‘water’ te drinken. Dat schiet niet op volgens Amos. Bij een ‘stad’ moeten we volgens de Bijbel niet zijn om ‘water’ te drinken. Wat moeten we dan wel doen volgens Amos? Hij schrijft in Amos 4:8 ook: “Toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd, spreekt de HEERE”. We moeten ons (be)keren tot Hem, tot Zijn waarheid. Dat zegt ook Jesjoea, in Mattheüs 4:17: “Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.” In Amos 5:4 schrijft Amos: “Want zo zegt de HEERE tegen het huis van Israël: Zoek Mij en leef!” Huis staat in de Bijbel voor ons denken. In de diepere geestelijke betekenis staat hier dus dat JHWH ons denken aanspreekt om Hem te zoeken. Dat verzadigt, dat geeft Leven. Het zoeken in ‘steden’ (Amos 5:5) verzadigt niet.

Hoe zit dat bij jou? Naar wie of Wie ga jij om ‘water’ te drinken? De kennis die jij verzamelt in jouw denken: in hoeverre verzadigt die jouw binnenste? Zoek eerst Zijn Koninkrijk (Mattheüs 6:33).

Jesaja 29: van leugens naar waarheid

In de diepere geestelijke betekenis zien we in Jesaja 29 de geestelijke groei van een 30- en 60-voud denken en hart met leugens en dwalingen naar een 100-voud denken en hart gevuld met Zijn waarheid. Dit hoofdstuk gaat over mensen die op het eerste gezicht goed Bijbels bezig lijken te zijn: ze eren JHWH (vers 13), ze houden de voorgeschreven feesten (vers 1) en allerlei geboden (vers 13). Toch staat er dat JHWH het nodig vond om deze mensen in het nauw te drijven, te verdrukken (vers 2). Dit doet Hij in de letterlijke tekst door het volk te laten belegeren (vers 3), maar het woord ‘bolwerken’ in vers 3 wordt door Paulus in 2 Korinthe 10:4 ook geestelijk gebruikt. Dan gaat het om valse redeneringen en gedachten die zich verheffen tegen de kennis (waarheid) van JHWH (2 Korinthe 10:5): leugens en dwalingen in ons denken dus. Leugens en dwalingen die Hij stuurt, om ons te verdrukken.

Misschien denk je nu: maar wacht eens even, leugens en dwalingen vanuit Hem? Bij Hem is toch alleen maar waarheid? Maar ook in 2 Thessalonicenzen 2:11-12 staat dat als we Zijn waarheid niet geloven, Hij dwalingen kan zenden zodat we in leugens gaan geloven. Zolang ons denken en hart niet volledig is gevuld met Zijn waarheid, zijn we kwetsbaar voor het geloven in leugens. 2 Thessalonicenzen is een brief die is geschreven aan gelovigen (de gemeente van Thessalonica, zie 2 Thessalonicenzen 1:1), om hen te behoeden voor wankelen en misleiding door een woord of brief: leugenwoorden die we horen of lezen dus (2 Thessalonicenzen 2:2-3).

Terug naar Jesaja 29. In vers 4 wordt duidelijk dat het resultaat van de verdrukking door de leugens en dwalingen die Hij stuurt, zal zijn dat we vernederd worden en onze woorden vanuit de leugens en dwalingen in ons denken niet meer zo overtuigend en daadkrachtig zullen klinken. Ze zullen worden verteerd door een vlam van verterend vuur (vers 6). Dit vuur is Zijn Woord van waarheid (Jeremia 23:29). Dan zullen niet langer onze woorden vanuit leugens en dwalingen, maar Zijn woorden overtuigend en daadkrachtig klinken (vers 6). Dan gaan we honger krijgen naar Zijn waarheid, want we beseffen dat het ‘eten’ van leugens en dwalingen niet verzadigt (vers 8). Dit wordt nog duidelijker als we de Hebreeuwse tekst letterlijk vertalen, want dan staat er: “hij eet, maar als hij ontwaakt is zijn ziel leeg”. De Engelse King James vertaalt dit wel duidelijker: “he eateth; but he awaketh, and his soul is empty”. Naarmate we tot meer besef komen van leugens en dwalingen, en van Zijn waarheid die daar tegenover staat, gaan we ontwaken uit de diepe slaap die de leugens en dwalingen ons gebracht hebben (vers 10). We ontdekken dat we dachten dat we heel wat wisten (zie ook 2 Timotheüs 3:7), maar beseffen nu dat Zijn Woord wel verzegeld leek (zie ook Mattheüs 13:10-16): we konden het niet lezen (vers 11 en 12). Vers 13 zegt dat dit komt omdat we weliswaar dachten Hem te eren met onze woorden, maar ons hart bleek ver weg van Hem te zijn. Het waren niet Zijn woorden van waarheid in ons hart. Maar leugens en dwalingen, die we hadden geleerd van andere mensen. En dit bleek wereldse wijsheid te zijn, en werelds verstand (vers 14) (zie ook 1 Korinthe 1:19-20).

Maar na dit besef dat onze wijsheid in feite leugens en dwalingen waren, en we daardoor gaan hongeren naar Zijn waarheid, zullen we Zijn woorden gaan horen. We zullen worden verlost van de duisternis van leugens en dwalingen, en we zullen geestelijk gaan zien (vers 18) (zie ook weer Mattheüs 13:10-16). Dat zal pas echt blijdschap geven (vers 19). Waar we eerst dwaalden in onze geest door leugens en dwalingen, zullen we tot inzicht komen in Zijn waarheid doordat we Zijn onderwijs zullen aannemen (vers 24). En Zijn onderwijs gaat over Zijn Koninkrijk, in ons hart en denken (Lukas 17:21).

Als je nu Jesaja 29 leest, hoe lees je ‘m dan anders?

Genesius’ opvatting van ‘huis’

Als ik schrijf over het Koninkrijk van God, dan schrijf ik over Zijn Koninkrijk binnen in ons. Zoals wordt bedoeld in Lukas 17:21. Daarbij laat ik steeds zien hoe naar dit Koninkrijk binnen in ons (in ons denken en hart) wordt verwezen door de diepere geestelijke betekenis van (Hebreeuwse) woorden in de Bijbel. Een duidelijk voorbeeld dat ik regelmatig gebruik is het woord voor huis, in het Hebreeuws בַּיִת (bajit, Strong 1004). In Exodus 12:15 lezen we bijvoorbeeld dat we het ‘gist’ uit ons ‘huis’ (bajit) moeten verwijderen. Als we weten dat gist in de Bijbel verwijst naar zonde, wat leugens en dwalingen zijn (gedachtespinsels van ons hart, Genesis 6:5), en dat huis verwijst naar ons denken en hart, dan zegt deze tekst dat JHWH ons opdraagt om de leugens en dwalingen uit ons denken en hart te verwijderen. Een ander voorbeeld is de tempelreiniging door Jesjoea in Johannes 2.

Toen ik recent las over Wilhelm Genesius, Hebreeuws deskundige en theoloog uit de 18e en 19e eeuw, ontdekte ik dat al minstens ruim vijf eeuwen geleden is ontdekt dat ‘huis’ in de Bijbel naar binnen in ons verwijst. In zijn Hebreeuws lexicon, van begin 1800, schrijft Wilhelm Genesius namelijk dat bajit (Strong 1004) kan betekenen: ‘binnen in’. En hij laat dit nog duidelijker zien dan de teksten die ik gebruik die letterlijk zijn vertaald met huis, maar geestelijk verwijzen naar binnen in ons. Genesius laat namelijk zien dat bajit in sommige Bijbelteksten zelfs letterlijk wordt vertaald met ‘binnen in’. Zoals in Genesis 6:14: “(…) vanbinnen (bajit) en vanbuiten met pek bestrijken.” En in Exodus 28:26: ”die (…) aan de binnenkant (bajit) ligt.” En we zien dit ook in Exodus 25:11, 37:2, en in 1 Koningen 6:15 en 16. Interessant genoeg staan deze teksten allemaal in de beschrijvingen van de ark en de tempel, die te maken hebben met het ‘huis’ van JHWH. Het lijkt erop dat de Bijbel door het gebruik van bajit in deze teksten nog eens duidelijk wil maken dat de ark en de tempel verwijzen naar waar ons denken en hart nog niet overeenstemmen met Zijn denken en hart. In Numeri 18:7 zien we dat ook, waar bajit wordt gebruikt voor het Heilige der Heiligen dat verwijst naar Zijn denken en hart. De HSV vertaalt hier met ‘achter’ het voorhangsel maar in de Engelse King James wordt bajit vertaald met ‘within’ (binnen in) het voorhangsel. En bajit wordt ook gebruikt in het visioen van Ezechiël over de verschijning van God: “(…) vanbinnen (bajit) als het uiterlijk van vuur“ (Ezechiël 1:27).

Kennis van de Hebreeuwse taal is op zich niet nodig om de diepere geestelijke betekenis van Bijbelteksten te ontdekken. Maar dit is een voorbeeld dat je toch meer kunt ‘zien’ (Mattheüs 13:15, Hebreeën 11:3) als je de oorspronkelijke tekst kunt lezen, want in een vertaling ‘zie’ je dit niet meer. Het heeft mij in elk geval weer gemotiveerd om verder te groeien in het leren lezen van Zijn Woord in de oorspronkelijke Hebreeuwse taal.


Mij ontbreekt niets?

De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets. Psalm 23:1

In deze tekst staat letterlijk dat als JHWH jouw Herder is, dat jij dan aan niets gebrek hebt. Nogal een uitspraak, als we weten dat er nog steeds armoede en hongersnood is in de wereld en mensen daar letterlijk door sterven. In Bijbelse tijden was dat niet anders. Betekent dat dan, dat JHWH niet de Herder is van mensen (ook kinderen) die sterven door hongersnood? In Prediker 7:15 staat dat een rechtvaardige (vroegtijdig) kan sterven terwijl hij rechtvaardig is, en een goddeloze een lang leven kan hebben terwijl hij slecht is. Als we kijken naar wat er in de wereld gebeurt, en ook in Bijbelse gebeurde, dan lijden mensen gebrek. Soms tot de dood. Ook mensen van wie Hij de Herder is. Want materiële armoede en hongersnood lijken meer te maken te hebben met de plek waar je in deze wereld woont, dan het geloof dat je hebt. Psalm 23:1 letterlijk nemen lijkt Gods Woord daarom onbetrouwbaar te maken. Als we naar wereldse, materiële zaken kijken, dan lijkt deze tekst niet te kloppen.

Het Hebreeuwse woord dat in Psalm 23:1 wordt vertaald met ‘ontbreekt’ is חָסֵר (chaseer, Strong 2637). Dit woord vinden we ook in Exodus 16:18 waar het niemand aan manna ontbrak, omdat JHWH voorzag in voldoende voedsel. Zo voorziet Hij ook in voldoende geestelijk voedsel, het brood van Zijn waarheid dat van Boven neerdaalt (Psalm 78:24-25, Deuteronomium 8:3). We hoeven het alleen maar op te rapen (in ons denken aan te nemen). In Prediker 9:8 wordt chaseer gebruikt in het niet ontbreken van olie op het hoofd. Olie verwijst naar de Geest van waarheid, Die ons Zijn woorden van waarheid in herinnering brengt, (Johannes 14:26, 16:13), zoals de olie in de lampen in de gelijkenis van de tien meisjes (Mattheüs 25). En hoofd verwijst naar onze gedachten, die vanuit de mens van de aarde beneden kunnen zijn of Zijn Waarheid van Boven. We vinden chaseer ook in Psalm 34:10 waar staat dat wie Hem zoeken, geen gebrek zullen lijden. Als we Zijn Koninkrijk zoeken (Mattheüs 6:33), in ons denken en hart (Lukas 17:21), dan ontbreekt het ons niet aan geestelijke voeding van Boven in ons denken en hart.

Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam. Psalm 23:3

Lezen we verder in Psalm 23, dan zien we in vers 3 dat het niets ontbreken te maken heeft met onze ziel. Als je Psalm 23 goed leest, dan ontdek je dat het daar niet om letterlijke, materiële zaken gaat. We zien dit ook in Spreuken 13:25, waar staat dat de rechtvaardige zal eten tot zijn ziel verzadigd is, en de goddeloze gebrek (chaseer) zal lijden. Wat eet de rechtvaardige dan, tot verzadiging van zijn ziel, en waaraan lijdt de goddeloze dan gebrek? In mijn vorige blog (Mijn liefste is van mij en ik ben van Hem), schreef ik dat het Herder zijn van JHWH betekent dat Hij ons weidt, zoals een herder zijn kudde weidt. Dat Hij zorgt voor sappig groen gras om te grazen (Psalm 23:2), en ons voedt (Johannes 6:32) en onderwijst. Het voedsel dat Hij geeft is het brood van Zijn waarheid, het onderwijs dat Hij geeft is Zijn waarheid en het onderwijs over Zijn Koninkrijk (Lukas 4:43). Zijn Koninkrijk binnen in ons, in ons denken en hart (Lukas 17:21).

Geen gebrek lijden in Psalm 23:1 verwijst dus naar geen gebrek lijden aan Zijn waarheid. En als Hij jouw Herder is, dan hoef je daar geen gebrek aan te hebben. Je hoeft alleen maar op te rapen, en te eten, wat Hij vanuit Boven geeft (Johannes 6:32, 58). Zijn Waarheid is zo dichtbij als jouw bereidheid om jouw wereldse, aardse gedachten vanuit de mens (die volgens Genesis 6:5 alleen maar slecht zijn, leugens en dwalingen) in te wisselen voor Zijn gedachten van Waarheid.

Mijn liefste is van mij en ik ben van Hem

“Mijn Liefste is van mij en ik ben van Hem, Die de kudde weidt tussen de lelies, tot de wind van de dag opsteekt en de schaduwen vluchten.” Hooglied 2:16-17

Een prachtige tekst uit Hooglied waar het verlangen van ons hart uit spreekt om bij Hem te horen, om in relatie met Hem te zijn. De diepere geestelijke betekenis waar de Hebreeuwse woorden in deze Bijbeltekst naar verwijzen, onderwijst ons hoe we steeds hechter in relatie kunnen komen met Hem.

“… Die de kudde weidt …”

In de Hebreeuwse tekst staat hier één woord: רָעָה (ra’a, Strong 7462), dat in de Herziene Statenvertaling wordt vertaald met ‘Die de kudde weidt’. Dit Hebreeuwse woord betekent weiden, en ook voeden en onderwijzen (o.a. Jeremia 3:15).

Van JHWH wordt gezegd dat Hij Zijn kudde weidt als een herder (Jesaja 40:11, Psalm 78:52), en Jesjoea zegt dat Hij de Goede Herder is (Johannes 10:11). Dit betekent dat Hij ons weidt, zoals een herder zijn kudde weidt. Dat Hij zorgt voor sappig groen gras om te grazen (Psalm 23:2), dat Hij ons voedt (Johannes 6:32) en dat Hij ons onderwijst. Het voedsel dat Hij geeft is het brood van Zijn waarheid, het onderwijs dat Hij geeft is Zijn waarheid en het onderwijs over Zijn Koninkrijk (Lukas 4:43). Zijn Koninkrijk binnen in ons, in ons denken en hart (Lukas 17:21).

“… tot de wind van de dag opsteekt …”

Het woord dat hier wordt vertaald met ‘wind’ is het Hebreeuwse woord פּוּחַ (poe’ah, Strong 6315). Dit woord betekent blazen, zoals de wind blaast (zie bijvoorbeeld Hooglied 4:16). Het wordt ook gebruikt voor wat er uit onze mond komt, zie bijvoorbeeld Spreuken 12:17 (hier vertaald met ‘voortbrengt’) en Spreuken 14:5 (het ‘blazen’ van leugens). Als we ons door Hem laten weiden (voeden, onderwijzen), dan ‘blaast’ Hij Zijn waarheid in ons denken, en ‘blazen’ we Zijn waarheid vervolgens uit onze mond.

“… en de schaduwen vluchten …”

Het Hebreeuwse woord dat hier wordt vertaald met ‘schaduwen’ is צל (tsl, Strong 6752). Dit woord betekent schaduw en komt slechts vier keer voor in de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament, waarvan twee keer in Hooglied. Het Hebreeuwse woord צֵל (tsel, Strong 6738) heeft dezelfde stam. Ook dit woord betekent schaduw, en omdat dit woord vaker voorkomt in het Oude Testament vertelt het ons meer over de diepere geestelijke betekenis hiervan. Dit Hebreeuwse woord wordt onder meer gebruikt voor het besef van de tijdelijkheid van ons aardse leven (zoals in Job 8:9, Job 14:2 en Prediker 6:12). In het Nieuwe Testament wordt het woord schaduw onder andere gebruikt om naar tijdelijke, aardse dingen te verwijzen, tegenover de eeuwige dingen van Boven (Kolossenzen 2:17, Hebreeën 8:5). En Paulus schrijft in 2 Korinthe 4:18 dat we onze ogen niet op de dingen moeten richten die we zien en die tijdelijk (van deze aarde) zijn, maar op de dingen die we niet zien en die eeuwig zijn. De schaduwen die in Hooglied 2:17 vluchten, verwijzen dan naar de tijdelijke, aardse dingen (gedachten) die uit ons denken ‘vluchten’ (verdwijnen) als we ons door Hem laten onderwijzen (‘blazen’) over Zijn eeuwige waarheid.

Hooglied 2:17 gaat verder met: “Keer om, mijn Liefste…” Hoewel dit in de context van Hooglied 2 veelal wordt geïnterpreteerd als de bruid (de mens) die dit zegt tegen de Bruidegom (Jesjoea), is het omkeren zeker ook van toepassing op de mens nadat we de diepere geestelijke betekenis van de verzen 16 en 17 hebben begrepen. Als we ons door Zijn eeuwige waarheid laten onderwijzen, zodat we ons denken en hart daarmee vullen, dan ‘keren we om’ van de zichtbare, tijdelijke, aardse dingen waar onze gedachten op gericht zijn, naar de onzichtbare eeuwige dingen van Boven.

Ook tegen jou zegt Hij: Keer om, Mijn liefste. Richt jouw gedachten niet langer op tijdelijke, aardse dingen. Maar laat Mij jouw denken en hart vullen met Mijn waarheid.

Jesjoea aan mijn tafel

“Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.” Openbaring 3:20

Een bijzondere tekst. Wat mij opviel in deze tekst is dat als ik Hem ontvang, Hij dan maaltijd met mij houdt aan mijn tafel. Als Hij klopt, en ik doe open, dan komt Hij bij mij binnen. En gebruikt Hij de maaltijd in mijn huis, aan mijn tafel. Meestal worden we in de Bijbel namelijk uitgenodigd aan Zijn tafel, zie bijvoorbeeld Psalm 23:5 en Jesaja 25:6. Maar nu komt Hij aan mijn tafel, en eet Hij wat ik Hem voorzet. Stel je eens voor … Jesjoea zit aan jouw tafel. Wat zou jij Hem voorzetten? Wat zou ik Hem voorzetten? Ik zou het niet in mijn hoofd halen om Hem onrein voedsel aan te bieden, zoals varkensvlees. Ik zou het beste voedsel voor Hem bereiden!

Ik heb Jesjoea letterlijk, fysiek nog niet aan mijn letterlijke deur gehad. Maar, bedacht ik me: wat zet ik Hem aan geestelijk voedsel voor als Hij bij mij is? Wat zou het beste geestelijke voedsel zijn dat ik Hem zou kunnen voorzetten? Welk geestelijk voedsel in mijn denken zou ik met Hem willen delen? En wat vooral niet? Want als ik Hem geen letterlijk onrein voedsel als varkensvlees zou willen aanbieden, waarom zou ik Hem dan wel onrein geestelijk voedsel uit mijn denken aanbieden? In wezen is dat niet anders. Wat is het geestelijke voedsel dat Hij en ik samen kunnen eten? Dat kan niets anders zijn dan Zijn Woorden. Waar wil ik het met Hem over hebben, welke gedachten wil ik met Hem delen? De tijdelijke aardse dingen? Of de hemelse eeuwige waarheid? (2 Korinthe 4:18) Niets meer van mezelf, alles van Hem (Johannes 3:30). Dat gaat niet vanzelf, dat is een strijd. Een geestelijke strijd (2 Korinthe 10:3-5). De geestelijke strijd vindt plaats in ons denken, het is een strijd tussen Zijn gedachten van waarheid en de leugens en dwalingen vanuit het denken van de mens. Daarover lees je meer in mijn blog Overwinning in de strijd. En onze begintekst heeft precies hiermee te maken, wat we kunnen afleiden uit de tekst die daar direct op volgt:

“Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.” Openbaring 3:21

Ik wil niet beweren dat Hij niet geïnteresseerd is in jouw en mijn tijdelijke, aardse beslommeringen en moeilijkheden. Maar ik wil laten zien hoe het ‘eten’ samen met Jesjoea te maken heeft met die geestelijke strijd in ons denken, als we kijken naar de context van dit Bijbelgedeelte. Stel je voor: je hebt Zijn stem gehoord en jouw deur geopend. Hij is bij jou binnen gekomen, en heeft plaats genomen aan jouw tafel. Hij heeft gegeten van het geestelijke voedsel dat jij Hem hebt voorgezet. En dan volgt: “wie overwint zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon”. Overwinnen heeft te maken met strijd, met geestelijke strijd. We moeten de geestelijke strijd overwinnen tussen het aardse denken (onze menselijke gedachten) en Zijn gedachten (Jesaja 55:7). En dan zullen we met Hem op Zijn troon zitten, zullen we met Hem regeren (Openbaring 20:6). Hoe kunnen we met Hem regeren als ons denken nog vol zit met onze eigen gedachten? Het resultaat zal niet anders zijn dan al het menselijke aardse regeren waar de mensheid al duizenden jaren lang onder gebukt gaat.

Het samen regeren met Jesjoea zien we ook terug in de gelijkenis van de talenten, in Mattheüs 25. De dienaren die hun talenten hebben verdubbeld zullen “over veel” worden aangesteld, ze krijgen een hoge aanstelling: een positie in Zijn regering. Dit zijn de dienaren die geestelijke groei hebben doorgemaakt, door het vullen van hun denken met Zijn gedachten en het verwijderen uit hun denken van de gedachten vanuit de mens. Van 30-voud, naar 60-voud, naar 100-voud uit de gelijkenis van de zaaier (Mattheüs 13). Dit leg ik uitgebreider uit in deze Bijbelstudie.

“Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.” Openbaring 3:22

De dingen die boven zijn

“Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn Kolossenzen 3:1-2

Paulus drong er herhaaldelijk op aan om bewust om te gaan met waar we ons denken op richten. Dezelfde boodschap vinden we onder meer in Korinthe (2 Korinthe 4:18), Efeze (Efeze 4:23) en Romeinen (Romeinen 12:2). Wat bedoelt Paulus met ‘de dingen die boven zijn’?

In Spreuken 15:24 staat dat voor de verstandige het pad ten leven naar omhoog voert. En in vers 14 van dit hoofdstuk is het een verstandig hart dat kennis zoekt. Om welke kennis gaat het hier? Spreuken 15 gaat over wijsheid en dwaasheid. De kennis die we moeten zoeken is wijsheid. In 1 Korinthe 3:18-19 schrijft Paulus dat de wijsheid van de wereld dwaasheid is. Het gaat dus niet om de wijsheid die beneden (van de wereld) is, dat is aardse wijsheid dus de dingen die op de aarde zijn uit Kolossenzen 3:2. Maar het gaat om de wijsheid die we als een volmaakt geschenk van boven ontvangen (Jakobus 1:5, 17)

Het is die wijsheid die we volgens Paulus in Kolossenzen 3:1 moeten zoeken met ons denken, en niet de wijsheid van de wereld die de Grieken wilden zoeken (1 Korinthe 1:22). Die wijsheid van boven is als Zijn Woord van de waarheid vrucht draagt in ons hart en denken (Mattheüs 13:8, 19, Jakobus 3:17). Zijn wijsheid die we moeten zoeken, is Zijn Koninkrijk zoeken in ons hart en denken (Mattheüs 6:33, Lukas 17:21). Dat is de schat die we moeten zoeken (Mattheüs 6: 19, 20, Mattheüs 13:44, Kolossenzen 2:3) en de parel van grote waarde waar we alles voor verkopen (Mattheüs 13:46). En ook verkopen heeft hier een geestelijke betekenis, het betekent afstand doen van de ‘wijsheid’ van de wereld die in ons denken is (zie ook Spreuken 23:23).

Paulus schrijft in Kolossenzen 3:1 dat boven is, waar Christus (de Messias) is. Dat heeft Hij Zelf gezegd:

“En Hij zei tegen hen: U bent van beneden, Ik ben van boven; u bent van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld.” Johannes 8:23

Als we meer en meer toegroeien naar Zijn beeld (Efeze 4:15), door ons denken te richten op die wijsheid van boven, dan groeien we steeds meer naar boven. En dan geldt ook dit:

“Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4

Dus waar kies jij voor? Groei je mee naar boven, waar de Messias is, door met Zijn wijsheid in je hart en denken steeds meer toe te groeien naar Zijn beeld? Of blijf je met je voeten op de (geestelijke) aarde staan, met een denken vol ‘wijze overwegingen’ die zinloos zijn (1 Korinthe 3:20), altijd lerend maar nooit tot de kennis van de waarheid komend (2 Timotheüs 3:7)?

Wees dan waakzaam

In Mattheüs 25 vinden we de gelijkenis van de wijze en de dwaze meisjes. In het beginvers wordt duidelijk dat dit over het Koninkrijk gaat. Jesjoea besluit met de oproep “Wees dan waakzaam” (vers 13). Wat bedoelt Jesjoea hiermee, in de context van het Koninkrijk? Dit wordt duidelijker in het laatste deel van het vorige hoofdstuk dat, met gebruik van het woord ‘dan’ in Mattheüs 25:1, bij deze gelijkenis wordt getrokken. In dit stuk komt de oproep tot waakzaamheid nog eens twee keer voor.

“Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken.” Mattheüs 24:43

Hoewel het bewaken van je letterlijke huis zodat dieven niet zullen inbreken natuurlijk een verstandig advies is, gaat de oproep van Jesjoea verder dan dat. De geestelijke betekenis van huis verwijst naar ons denken en hart. Dat is bijvoorbeeld af te leiden uit de instructie van het verwijderen van gist (zonde, leugens en dwalingen) uit het huis (denken, hart) tijdens Pesach (Exodus 12:15), en de reiniging van de tempel (het huis van God) door Jesjoea in Mattheüs 21:12-13. En met het Koninkrijk binnenin ons (Lukas 17:20) verwijst Jesjoea naar ons denken en hart. Het is dat Koninkrijk dat we volgens Mattheüs 6:33 moeten zoeken, in plaats van ons druk te maken over eten, drinken of waar we ons mee kleden.

Jesjoea roept ons in de gelijkenis van de wijze en de dwaze meisjes – en het stuk ervoor – dus op om waakzaam te zijn in ons denken en hart. Hoe kunnen we dat doen? In Spreuken 4:23 staat:

“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.”

Spreuken 4 gaat over het vasthouden van woorden van wijsheid (waarheid) in ons hart (vers 4, 5, 21) en het verwijderen van bedrog (vers 24) en het kwade (vers 27), dat verwijs naar leugens en dwalingen. En die twee zijn zodanig met elkaar verbonden, dat als we Zijn waarheid in ons hart en denken houden dit de leugens en dwalingen uit ons hart en denken verwijdert.

Terug naar Mattheüs 24. In vers 45 staat:

“Wie is dan de trouwe en verstandige dienaar, die zijn heer over zijn personeel aangesteld heeft om hun het voedsel op de juiste tijd te geven?”

Ook voedsel heeft een geestelijke betekenis, het verwijst naar waar we ons hart en denken mee voeden. Om de trouwe en verstandige dienaar te zijn die geestelijk voedsel geeft op de juiste tijd, moeten we eerst zelf dit geestelijk voedsel in ons hart en denken hebben. Dit geestelijk voedsel is Zijn wijsheid en waarheid, en niet het ‘brood van goddeloosheid’ uit Spreuken 4:17.

Met waakzaam zijn bedoelt Jesjoea dus dat we ervoor waken wat in we in ons hart en denken toelaten. Waar vullen we ons hart en denken mee? Is het Zijn waarheid, of zijn het leugens en dwalingen? Wat laten we in ons ‘huis’ inbreken? En welk geestelijk voedsel ‘eten’ we?

USA