Blog

De spiegels van het wasvat

“Vervolgens maakte hij het koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk uit de spiegels van de dienstdoende vrouwen, die dienstdeden bij de ingang van de tent van ontmoeting.” Exodus 38:8

Eén van de voorwerpen bij de tabernakel (tent van ontmoeting) was het koperen wasvat. In dit wasvat zat het water waarmee de priesters zich reinigden, voordat zij in de tabernakel gingen dienen voor het aangezicht van JHWH (Exodus 30:18-21). Een bijzonder detail is dat het wasvat gemaakt was van spiegels. Welke diepere betekenis zit hierachter?

Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst wordt vertaald met spiegels is marah (strong 4759). Marah betekent visioen en wordt altijd gebruikt in de context van visioenen van JHWH. Marah komt van mareh (strong 4758) en dit betekent zicht, of hetgeen dat gezien wordt. Het heeft dus te maken met zien; en als het gaat om de dingen van JHWH zien, dan gaat het om geestelijk zicht. En dat is waar Jesjoea naar verwijst als Zijn leerlingen vragen waarom Hij in gelijkenissen spreekt.

“Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld die zegt: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen; en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken. Want het hart van dit volk is vet geworden, en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien, en uw oren omdat zij horen.” Mattheüs 13:13-16

Volgens Jesjoea kunnen we dus zien, maar niet begrijpen of opmerken. En als we onze ogen dichtdoen voor Zijn waarheid dan zien we niet, dan horen we niet, dan begrijpen we niet met ons hart, en ontvangen we geen genezing.

Het wasvat moest worden gevuld met water. Wat doet water geestelijk met ons?

“Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.” Efeze 5:25-27

Door het waterbad van Zijn Woord, van Zijn waarheid, worden we gereinigd. En dan gaan we zien!

“Jezus antwoordde en zei tegen haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.” Johannes 4:13-14

Als we het Levende Water van Zijn waarheid indrinken, dan gaan we leven!

Wat heeft dit te maken met de spiegels van het wasvat? De spiegels waaruit het wasvat gemaakt was, verwijzen naar geestelijk zicht. Geestelijk zicht is nodig om de dingen van JHWH te kunnen zien. De priesters moesten zich met water uit dit wasvat reinigen, voordat zij de tent van de ontmoeting binnengingen. Waar verwijst ontmoeting naar? Wie werd er in deze tent ontmoet? In de tent van de ontmoeting werd JHWH Zelf ontmoet. Naarmate we ons meer en meer laten wassen en vullen met het Levende Water van Zijn Woord, zullen we meer en meer Hem gaan zien.

“Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien…” Mattheus 13:16

Hoe gebruik jij jouw (geestelijke) ogen? Kan jij met Paulus zeggen:

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

Een belofte voor wie JHWH ernstig zoeken

“Maar als je ernstig God zoekt, en de Almachtige om genade smeekt, als je zuiver en oprecht bent, dan zal Hij nu voorzeker ter wille van jou ontwaken, en de woning van je gerechtigheid herstellen. Je begin zal wel klein zijn, maar je einde zal zeer groot worden.” Job 8:5-7

In deze tekst staat een belofte voor wie JHWH ernstig zoeken. Hij zal dan onze woning herstellen. Woning verwijst naar ons denken. Specifieker staat in deze tekst: Hij zal de woning van onze gerechtigheid herstellen. In mijn vorige blog schreef ik dat gerechtigheid verwijst naar Zijn waarheid. Als we Hem ernstig zoeken, dan herstelt Zijn waarheid ons denken.

Hem ernstig zoeken, is Zijn waarheid ernstig zoeken. En dat is ons denken en hart vullen met Zijn waarheid, zodat onze eigen gedachten van leugens en dwaling meer en meer plaats zullen maken voor Zijn waarheid (Jesaja 55:8). Hem ernstig zoeken, is gericht zijn op de eeuwige dingen die we niet zien (2 Korinthe 4:18). Mattheus 6:33 zegt hetzelfde: zoek eerst Zijn Koninkrijk. Wat we dan ook doen, éérst Zijn Koninkrijk. Zijn Koninkrijk in ons denken en hart, binnenin ons (Lukas 17:21), moet onze prioriteit hebben. En Zijn Koninkrijk in ons denken en hart, is Zijn waarheid in ons denken en hart. De gelijkenissen van Jesjoea gaan steeds over dit Koninkrijk, en zijn steeds verbonden met andere teksten door de hele Bijbel heen. Ook vers 7 van Job 8 komt in een gelijkenis weer terug:

“Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Dat is wel het kleinste van al de zaden, maar als het opgegroeid is, is het het grootste van de tuingewassen en het wordt een boom, zodat de vogels in de lucht een nest komen maken in zijn takken.” Mattheüs 13:31-32

“Je begin zal wel klein zijn, maar je einde zal zeer groot worden.” Job 8:7

Als je JHWH ernstig zoekt, als je er ernst mee maakt om je hart en denken te vullen met de waarheid van Zijn Woord, dan zal Zijn waarheid jouw denken herstellen. En hoewel het klein zal beginnen, zal het zeer groot worden.

Waar hou jij je ogen op gericht?

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

Wat kies jij?

“Maar als u naar deze woorden niet luistert, heb Ik bij Mijzelf gezworen, spreekt de HEERE, dat dit huis tot een puinhoop zal worden.” Jeremia 22:5

Ik schrijf vaak over de geestelijke betekenis waar huis in de Bijbel naar verwijst (ons denken). Het onderwijs van JHWH herhaalt zich steeds. Door herhaling leren we. Dus dat ‘huis’ komen we ook overal in de Bijbel tegen. Zoals hier in Jeremia 22.

Met ons ‘huis’ moeten we Hem dienen. En dat betekent, dat Hij wil dat Zijn waarheid in ons ‘huis’ is. Dat Zijn Woord in ons huis is. Want Zijn Woord is de waarheid (Johannes 17:17). In deze context staat ook dit vers uit Jeremia (zie vers 2).

Als Zijn Woord niet in ons ‘huis’ is, dan wordt ons huis tot een puinhoop. Dit verwijst naar ons gevallen denken. We kunnen ons denken vullen met Zijn waarheid, of met leugens en dwalingen. Vers 13 noemt dit ongerechtigheid en onrecht:

“Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn bovenvertrekken met onrecht”

En dit staat tegenover de gerechtigheid (waarheid) van Zijn Woord:

“Zie, ik verlang naar Uw bevelen, maak mij levend door Uw gerechtigheid.
U hebt in Uw getuigenissen gerechtigheid uitgevaardigd en grote trouw.
Uw gerechtigheid is een gerechtigheid voor eeuwig en Uw wet is waarachtig.”
Psalm 119:40, 138, 142

In vers 40 staat dat gerechtigheid (waarheid) leven geeft. Ook in Spreuken vinden we dit:

“Wie gerechtigheid en goedertierenheid najaagt, vindt het leven, rechtvaardigheid en eer.” Spreuken 21:21

Waarheid of leugen, leven of dood. Wat kies jij?

“Zie, ik heb u heden het leven en het goede voorgehouden, maar ook de dood en het kwade. (…) Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht,door de HEERE, uw God, lief te hebben, Zijn stem te gehoorzamen en u aan Hem vast te houden – want Hij is uw leven” Deuteronomium 30:15, 19, 20

Het hele huis

“Hoor het woord van de HEERE, huis van Jakob en alle geslachten van het huis van Israël” Jeremia 2:4

In de Bijbel wordt huis vaak gebruikt in de betekenis van familie, gezin, of geslacht. Het huis van David bijvoorbeeld, of Jozua die stelt “Maar ik en mijn huis, wij zullen de HEERE dienen” (Jozua 24:15). Ook hier is huis niet letterlijk bedoeld, het gaat om het geslacht, of gezin van David en van Jozua, en niet om hun letterlijke huis. Huis wordt ook gebruikt in de geestelijke betekenis van ons denken. Is er een verband tussen die twee?

Waarom wordt in de Bijbel soms het hele ‘huis’ betrokken bij de consequenties van één individu dat een ernstige zonde heeft begaan? We zien het bij de farao wiens hele huis werd geslagen vanwege Sarai (Genesis 12:17), of bij Korach toen hij opstond tegen Mozes (Numeri 16). Ook de zonen en zelfs de kleine kinderen werden gedood. Mijn gedachten hierbij zijn dit. Het opvoeden van de kinderen in je ‘huis’, in je gezin, betekent dat zij grotendeels jouw gedachten overnemen. Natuurlijk ontwikkelen we ook onze eigen meningen en ideeën, maar in ons denken zijn vaak flink wat sporen te vinden van de gedachten van onze ouders. De leugens en dwalingen in de gedachten van de ouders gaan zo over op de kinderen. En zo gaan leugens en dwalingen de generaties door. Als bij een ernstige zonde (dat begint bij de leugens en dwalingen in ons denken, de gedachtespinsels van Genesis 6:5) de gevolgen toekomen aan het hele ‘huis’, dan wordt de woekering van deze leugens en dwalingen door de geslachten op dat moment gestopt.

In deze Westerse maatschappij in deze huidige tijd zijn we redelijk individualistisch ingesteld. In Bijbelse tijden was dat heel anders. JHWH is een God van generaties, van families en van het collectief. Hij sluit Zijn verbond met generaties, met een collectief. Hij roept de generaties (Jesaja 41:4). In het ‘huis’ Israël zullen alle geslachten gezegend worden (Genesis 28:14). Alle geslachten moeten Hem eer geven (Psalm 96:7). Het hele ‘huis’ dus. Een ‘huis’ dat kan worden afgebroken door leugens en dwalingen. Maar ook een ‘huis’ dat gedoopt wordt (Handelingen 16), en een ‘huis’ dat we samen bouwen tot een huis van God. Als Zijn gedachten onze gedachten zijn (Jesaja 55:8).

“Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.” Efeze 2:19-22

Wat zijn jullie gedachten hierover? Laat het me weten via de mail, of praat mee via Facebook.

Het denken van het vlees is de dood

“Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest. Want het denken van het vlees is de dood, maar het denken van de Geest is leven en vrede.” Romeinen 8:5-6

Het denken van het vlees is de dood. Om welk denken gaat het hier? Dit is hetzelfde denken dat de zondvloed heeft veroorzaakt, zoals we kunnen lezen in Genesis 6:5: de gedachtespinsels van het hart van de mens. Onze eigen gedachten dus, of gedachten die we van andere mensen overnemen. Daar gaan we onder gebukt, totdat de Zoon des mensen komt (Mattheüs 24:38). En het leidt niet naar leven, en vrede.

Er kunnen veel gedachten op ons af komen, en anders zijn we wel goed in staat om er ‘het onze’ van te denken. Hoe is het met jouw vrede? Als je denkt dat het beter kan, dan is dit jouw medicijn:

“De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.” Johannes 6:63

Dingen van het vlees bedenken heeft geen enkel nut. Onze eigen gedachten, of de gedachten die we overnemen van anderen, hebben geen enkel nut. Het denken van de Geest is leven, Zijn woorden zijn leven. Vul je denken dus met Zijn woorden van waarheid, en je ontvangt Zijn leven en vrede. Onder alle omstandigheden.

“Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat. Wat u ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doe dat; en de God van de vrede zal met u zijn.” Filippenzen 4:6-9

Begrijp jij het?

“Boosaardige lieden begrijpen het recht niet, maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles.” Spreuken 28:5

Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst met ‘recht’ wordt vertaald is misjpat (strongnummer 4941). Dit woord is afgeleid van sjafat (strongnummer 8199), dat rechter betekent. Door de transliteratie (uitspraak) in het Nederlands zien we niet veel gelijkenis, maar geschreven in het Hebreeuws is misjpat hetzelfde woord als sjafat plus de Hebreeuwse mem (letter m) ervoor.

Misjpat (recht) kan worden gebruikt voor uitspraken van aardse rechters (bijvoorbeeld Leviticus 19:15, Deuteronomium 1:17, Richteren 4:5, 2 Samuel 8:15). En deze kunnen soms niet te begrijpen zijn (Prediker 3:16). Maar in de Bijbel gaat het vooral om de hoogste Rechter, “de Rechter [sjafat] van de hele aarde” (Genesis 18:25, Psalm 7:7). En het recht (misjpat) van de hoogste Sjafat (Rechter) wordt ook wel vertaald met wet of bepalingen (Exodus 21:1, 24:3, Leviticus 18:5, 26:46, Numeri 36:13, Deuteronomium 4:8, 33:10, 2 Samuel 22:23, Psalm 19:9) en ook met oordeel (Psalm 10:5, 48:11, zie verder hieronder). Het is steeds hetzelfde Hebreeuwse woord. En het verwijst naar wat Hij bepaalt, wat Hij oordeelt, de woorden uit Zijn mond.

“Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft, aan Zijn tekenen en de oordelen [misjpat] van Zijn mond” Psalm 105:5

En: “de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt”. Deuteronomium 8:3

We leven dus van Zijn misjpat. Misjpat is Zijn waarheid en wijsheid, die Hij ons wil leren:

“Hij leidt zachtmoedigen in het recht [misjpat], Hij leert zachtmoedigen Zijn weg.” Psalm 25:9

“Ik ben niet afgeweken van Uw bepalingen [misjpat], want Ú hebt mij onderwezen.” Psalm 119:102

Zodat heel ons denken en hart gevuld worden met Zijn misjpat, Zijn Woord, Zijn waarheid:

“De gedachten van de rechtvaardigen zijn een en al recht [misjpat]” Spreuken 12:5

En dit ook uit ónze mond zal komen:

“De mond van de rechtvaardige brengt wijsheid tot uiting, zijn tong spreekt het recht [misjpat].” Psalm 37:30

Misjpat is Zijn waarheid die ons verlost, die ons vrijmaakt:

“naar waarheid zal Hij het recht [misjpat] doen uitgaan” Jesaja 42:3

“toen U, o God, opstond ten oordeel [misjpat], om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen.” Psalm 76:10

Zijn Woord, Zijn waarheid maakt vrij (Johannes 8:31-32).

In de Psalmen wordt hartstochtelijk verlangd naar Zijn misjpat (Psalm 97:8, 119:20), ze worden goed genoemd (Psalm 119:39), ze helpen ons (Psalm 119:175).

Zijn misjpat (recht) is het fundament van Zijn troon (Psalm 89:15), van waaruit Hij regeert. Zijn Koninkrijk wordt gegrondvest en gesteund door Zijn misjpat (recht) (Jesaja 9:6)

Toen Jesjoea Zijn woorden (misjpat) over Zijn Koninkrijk in de vorm van gelijkenissen sprak, vroegen Zijn discipelen waarom Hij dat deed (Mattheüs 13:10-11). Zijn antwoord:

“Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen.” Mattheüs 13:13

Hij verwijst hierbij naar Jesaja 6:9: “Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken.”

Zij begrepen niet, omdat zij met hun hart moesten begrijpen, en hun hart was vet geworden (Mattheüs 13:15). Zijn misjpat was niet in hun hart.

“Boosaardige lieden begrijpen het recht [misjpat] niet, maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles.” Spreuken 28:5

Zijn bepalingen, Zijn oordeel, maakt vrij. Wie JHWH zoekt met heel zijn denken en hart, die begrijpt het. Die begrijpt alles. Begrijp jij het?

Naar Zijn hart

“De HEERE heeft een man naar Zijn hart voor Zich uitgezocht, en de HEERE heeft hem de opdracht gegeven een vorst te zijn over Zijn volk, omdat u niet in acht genomen hebt wat de HEERE u geboden had.” 1 Samuel 13:14

Een man naar Zijn hart. Wat kunnen we weten over Zijn hart?

In het blog ‘De stenen tafelen’ leg ik uit dat de ark van het verbond verwijst naar het denken en hart. In de ark lag de Torah (1 Koningen 8:9), geschreven op de twee stenen tafelen. Dit verwijst naar Zijn Torah die in ons denken en hart moet zijn (Deuteronomium 6:6-8; ‘tussen uw ogen’ verwijst naar ons denken). Wat zegt dit over Zijn hart?

In Exodus 20 lezen we wat op de stenen tafelen geschreven was. Er staat steeds: “U zult niet..”, of woorden van gelijke strekking. In het Hebreeuws begint (behalve één uitzondering) elk gebod met: “lo…”, en dat betekent ‘niet’. Deze tien geboden geven dus aan wat er ‘niet’ in het hart van God is, en dus wat er ‘niet’ in ons hart moet zijn als we een man (of vrouw) naar Zijn hart willen zijn.

Zijn hart:
Dient géén afgoden
Maakt géén beelden
Maakt géén misbruik van Zijn Naam
Doet géén werk op de sjabbatsdag
Heeft eerbied voor ouders (de enige uitzondering op ‘lo’)
Moordt niét
Pleegt géén overspel
Steelt niét
Spreekt géén vals getuigenis
Begeert niét wat van een ander is

Dit zijn dus de eigenschappen van een hart dat naar Zijn hart is. Nu zal je bij sommige geboden misschien denken: die overtreed ik niet zo gemakkelijk, die eigenschap heb ik al in de pocket. Ik moord niet, ik steel niet, ik pleeg geen overspel… Besef dan, dat deze eigenschappen van Zijn hart niet (alleen) letterlijk bedoeld zijn. Dat legt Jesjoea ons uit in bijvoorbeeld:

Mattheüs 5:21-22: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur.”

Of:

Mattheüs 5:27-28: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.”

We doden dus niet alleen als we letterlijk iemand vermoorden, we doden ook als we onterecht boos zijn op iemand of iemand uitschelden. Dit zijn namelijk woorden die uit ons hart voortkomen:

“Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen.” Mattheüs 15:19

En ook het ‘niet’ maken van (afgods)beelden is niet alleen letterlijk bedoeld. De meesten van ons zullen niet zo gauw een tastbaar afgodsbeeld maken en daarvoor neerbuigen. Maar welke (valse) beelden hebben we in ons hart? Welke leugens en dwalingen in ons hart verhinderen ons om een man of vrouw te zijn naar Zijn hart?

“Nu dan, doe de vreemde goden weg die te midden van u zijn, en richt uw hart op de HEERE, de God van Israël.” Jozua 24:23

Pesach

“Zeven dagen moet u ongezuurde broden eten. Meteen op de eerste dag moet u het zuurdeeg uit uw huizen wegdoen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, die persoon moet uit Israël worden uitgeroeid.” Exodus 12:15

Wist je dat de bekende voorjaarsschoonmaak een gebruik is dat zijn wortels heeft in het Bijbelse Pesach feest? Tijdens het Pesach feest moet het huis worden vrijgemaakt van alle zuurdeeg (gist), en dat kan zo klein zijn dat daarvoor het hele huis ondersteboven moet worden gekeerd en elk hoekje, gaatje en nisje schoon moet worden gemaakt. Huis verwijst in de Bijbel naar ons denken. En zuurdeeg verwijst in de Bijbel naar zonde, dat ten diepste leugens en dwalingen in ons denken is (Genesis 6:5, 8:21, Mattheüs 6:12, 1 Korinthe 5:8). Lees met deze wetenschap deze alinea nog eens. En wil je graag de onderbouwing hiervan nog eens lezen: het komt in veel van mijn blogs terug, je kan hiervoor de zoekfunctie op mijn website gebruiken.

In dit blog wil ik een Joodse traditie belichten, die tijdens de avond voor Pesach wordt uitgevoerd. Joden doorzoeken die avond het hele huis om de laatste resten zuurdeeg te vinden, en vervolgens worden deze resten met vuur verbrand. We vinden dit gebruik niet in de Bijbel. Maar als we de diepere geestelijke betekenis van vuur in de Bijbel kennen, dan zien we de diepgang van deze traditie.

Vuur verteert (vernietigt). Wat in de geestelijke betekenis vernietigd moet worden, zijn de leugens en dwalingen (zonde) in ons denken. Sodom en Gomorra werden vernietigd door vuur uit de hemel (Genesis 19:24) ‘omdat de roep van haar zonden groot geworden was voor het aangezicht van de HEERE’ (vers 13). JHWH is een verterend vuur: “De aanblik van de heerlijkheid van de HEERE op de top van de berg was in de ogen van de Israëlieten als een verterend vuur.” Exodus 24:17 (ook: Deuteronomium 4:24, 9:3, Exodus 3:2, Ezechiël 8:2). En 1 Korinthe 3:15 zegt dat we zullen worden behouden als door vuur heen. We moeten dus door dit vuur heen, dat de leugens en dwalingen in ons denken vernietigt, verbrandt. Wat is het dat de leugens en dwalingen (zonde, zuurdeeg) in ons denken verbrandt? Het verterende vuur van Zijn waarheid verbrandt het zuurdeeg in ons denken.

In mijn blog van ca. een jaar geleden: Als Zijn heerlijkheid onze tabernakel vervult, leg ik uit hoe dit verwijst naar het feit dat JHWH ons denken wil vervullen met Zijn heerlijkheid. Ik sloot dit blog af met:

“Als JHWH ons denken vervult met Zijn heerlijkheid, dan vervult Zijn waarheid ons denken. Leugens en dwalingen vanuit het menselijk denken zullen dan verdwijnen. Laat je denken dus vernieuwd worden (Efeziërs 4:23) door het te vullen met Zijn heerlijkheid, met de waarheid van Zijn Woord (Johannes 17:17). Dan zal Zijn waarheid je vrijmaken (Johannes 8:32).”

In 2 Kronieken 7 lezen we dat tijdens de inwijding van de tempel het vuur en de heerlijkheid van JHWH de tempel vervulde (vers 1-3). JHWH wil met Zijn reinigende vuur van Zijn waarheid onze ‘tempel’ (denken) vervullen, zodat we zullen worden bevrijd van leugens en dwalingen.

In Handelingen 2 kwam Zijn Geest van boven uit de hemel, zichtbaar als tongen van vuur (vers 3). De Geest (windvlaag, roeach) vervulde het… huis! (vers 2) En deze ‘Geest van de waarheid zal u de weg wijzen in heel de waarheid’ (Johannes 16:13).

“Want u bent niet tot een tastbare berg genaderd, en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind,(…)Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, en tot het bloed van de besprenkeling, dat van betere dingen spreekt dan dat van Abel. Let er dan op dat u Hem Die spreekt, niet verwerpt. [Mattheüs 17:5: ‘luister naar Hem!’ Luister naar Zijn onderwijs van de waarheid!] Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt. Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd:  Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit ‘nog eenmaal’ duidt op de verandering van de dingen die kunnen wankelen als van dingen die gemaakt zijn [de leugens en dwalingen in ons denken die door de mens ‘gemaakt’ (bedacht) zijn], opdat de dingen die onwankelbaar zijn [Zijn waarheid], zouden blijven. [2 Korinthe 4:18] Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk [Lukas 17:21] ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied. Want onze God is een verterend vuur!” Hebreeën 12:18-29

Laten we dus dit Pesach volgens goed Joods gebruik het ‘zuurdeeg’ (leugens en dwalingen) uit ons ‘huis’ (denken) verbranden met het ‘vuur’ van Zijn waarheid. Want wat we niet vernietigen, dat gaat stinken.

“Er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde. Want mijn ongerechtigheden gaan mij boven het hoofd, als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden. Mijn wonden stinken, zij zijn vervuild vanwege mijn dwaasheid.” Psalm 38:4-6

Chag Pesach kasjer wesameach! Vrolijk en rein Pesachfeest gewenst!

Kennen zoals men behoort te kennen

“die altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen.” 2 Timotheüs 3:7

“En wat de afgodenoffers betreft: wij weten dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op. En als iemand denkt iets te weten, dan heeft hij nog niets leren kennen zoals men behoort te kennen” 1 Korinthe 8:1-2

Deze teksten maken duidelijk dat kennis niet per se tot waarheid leidt. En dat geldt ook voor kennis van Zijn Woord. We kunnen er veel over ‘weten’, maar hebben we het leren ‘kennen zoals men behoort te kennen’?

Wat is het doel van Zijn Woord? 2 Timotheüs 3:16-17 geeft een duidelijke aanwijzing.

Heel de Schrift is door God ingegeven en nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.”

Zijn Woord moet ons dus verbeteren, ons opvoeden in rechtvaardigheid. Het moet ons veranderen, van binnenuit.

“En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.” Romeinen 12:2

Het Griekse woord ‘nous’ dat in deze tekst wordt vertaald met ‘gezindheid’, betekent verstand (Lukas 24:45, Romeinen 7:23,25), denken (Romeinen 1:28), of gedachten (Romeinen 11:34). Zijn Woord moet dus ons denken veranderen.

We kunnen op Zijn Woord studeren, maar als het bij intellectuele kennis blijft, dan laten we Zijn Woord ons niet onderwijzen en opvoeden in rechtvaardigheid. Dan blijft het bij hoofdkennis, in plaats van hartkennis. ‘Heel de Schrift’ moet ons verbeteren en opvoeden in de rechtvaardigheid. ‘Heel de Schrift’ is voor geestelijke groei van ons denken en hart. Dus ook al die teksten met geschiedschrijvingen, of over de bouw van de tempel, of de ark, of offervoorschriften, noem maar op. Ook van die teksten moeten we leren begrijpen hoe ze ons denken en hart kunnen veranderen.

Een voorbeeld dat ik regelmatig gebruik: als we de tempelreiniging door Jesjoea (Mattheüs 21) lezen als slechts een gebeurtenis in de geschiedenis, waar we weliswaar een les uit kunnen trekken maar die niet persoonlijk tot ons gericht is omdat wij geen koopman in de tempel waren op dat moment in de geschiedenis, dan staat de tekst veel verder van ons af dan als we ons realiseren dat deze tekst tegelijkertijd zegt dat Jesjoea ons ‘huis’ (ons denken) een rovershol vindt. En het is een rovershol door de gedachten van leugens en dwalingen van de mens die in ons denken en hart zijn.

Zijn Woord probeert ons steeds te laten zien hoe ons denken nog niet gelijk is aan Zijn denken, hoe ons hart nog niet klopt in ritme van de Zijne:

“Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8

Hier wordt duidelijk dat onze wegen Zijn wegen niet zijn, omdat onze gedachten Zijn gedachten niet zijn. We moeten dus ons denken veranderen. Zijn Woord is bedoeld om geestelijk te groeien, het moet levensveranderend werken. En als we dit gaan zien in Zijn Woord, als we steeds meer gaan zien dat Zijn Woord de noodzaak van de verandering van ons denken en hart bladzijde voor bladzijde herhaalt, als je verder kijkt dan wat er letterlijk staat, dan gaat dat ons werkelijk veranderen. Het zorgt ervoor dat we ons nog meer bewust zijn van wat er in ons denken en hart is en niet overeenstemt met de Zijne. En dan beseffen we steeds meer de noodzaak van de vernieuwing van ons denken. Het geeft zicht op leugens die ons op manieren in de weg zitten waar we ons misschien niet eens van bewust zijn. En het ontmaskeren en wegdoen van deze leugens bevrijdt ons, geneest ons. Het helpt ons om geestelijk te groeien. Het helpt ons werkelijk te leven naar Zijn wil en het leven naar zijn leefregels, Zijn Torah, is een gevolg daarvan.

Toen zei Mozes: Hierdoor zult u weten dat de HEERE mij gezonden heeft om al deze daden te doen, dat zij niet uit mijn eigen hart voortgekomen zijn. Numeri 16:28

Schatten in ons hart

“De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.” Mattheüs 12:35

Deze tekst spreekt over schatten van ons hart: een goede schat en een slechte schat. Een goede schat brengt goede dingen voort, en een slechte schat brengt slechte dingen voort. Waar zou die schat naar verwijzen?

“om het geheimenis te leren kennen van God, en van de Vader en van Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn.” Kolossenzen 2:2-3

De schat verwijst naar wijsheid en kennis. In deze tekst naar Zijn wijsheid en kennis, die in Jesjoea zijn. Dat is de goede schat. De slechte schat moet dan wijsheid en kennis zijn die niet van Hem is: de ‘wijsheid’ en kennis van de 30- en 60-voud (geestelijke) aarde. En dat is niet Zijn wijsheid, maar dat is ‘eigen’wijsheid. De schat die wij moeten verzamelen, is die goede schat. En deze schatten vinden we niet op de 30- en 60-voud (geestelijke) aarde. Deze schatten vinden we in de (geestelijk) 100-voud hemel.

Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar  verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” Mattheüs 6:19-21

[30-, 60- en 100-voud is de verschillende mate van geestelijke vrucht/groei uit de gelijkenis van de zaaier in Mattheüs 13]

De mens die deze schat vindt, wordt ‘welzalig’ genoemd.

“Welzalig is de mens die wijsheid vindt,
de mens die inzicht verkrijgt,
want haar opbrengst is beter dan de opbrengst van zilver
en haar inkomen beter dan bewerkt goud,
zij is kostbaarder dan robijnen.
Al jouw wensen zijn met haar niet te vergelijken.”

Spreuken 3:13-15

Er is geen wens vanuit onszelf die we kunnen bedenken, die we met deze hemelse schatten van wijsheid en waarheid (inzicht) kunnen vergelijken. Onze eigen menselijke kennis (gedachten) valt daarbij in het niet. Om bij mezelf te blijven: ik denk dat ik dat veel te weinig besef!

“Neem Mijn vermaning aan en niet zilver,
want kennis is verkieslijker dan bewerkt goud.
Want wijsheid is beter dan robijnen,
en al uw wensen zijn er niet mee te vergelijken.”

Spreuken 8:10-11

Het Hebreeuwse woord ‘moesar’, dat hier met ‘vermaning’ wordt vertaald, betekent ook onderwijzing of bestraffing. Het wordt o.a. ook gebruikt in Deuteronomium 11:2, Job 5:17, Job 36:10, Psalm 50:17. En vooral in Spreuken 1 wordt de betekenis van dit woord duidelijk: het wordt verbonden met wijsheid, inzicht, gerechtigheid, kennis en bedachtzaamheid. En het maakt volgens vers 6 dat we spreuken, woorden van wijzen en raadsels gaan begrijpen: de geheimenissen van het Koninkrijk!

Wie wijs is, zal horen en inzicht vermeerderen,
en wie verstandig is, zal wijze raad verwerven
om een spreuk en een spreekwoord te begrijpen,
woorden van wijzen en hun raadsels.
Spreuken 1:5-6

“Hij zei: Aan u is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk van God te kennen, maar tot de anderen spreek Ik in gelijkenissen, opdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet begrijpen, ook al horen zij.” Lukas 8:10

“Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid” 1 Korinthe 2:7

Vanuit die goede schat in ons hart, gaan we vervolgens goede dingen doen. Niet vanuit ons menselijke verstand (kracht), maar vanuit Zijn wijsheid en waarheid in ons hart.

“Maar wij hebben deze schat in aarden kruiken, opdat de allesovertreffende kracht van God zou zijn en niet uit ons.” 2 Korinthe 4:7