In het begin (Beresjiet)

“Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is.” 2 Korinthe 11:3

In de parasjalezingen* zijn we deze week weer terug bij het begin. De torahlezing van deze week is Beresjiet (‘in het begin’), waarbij de eerste hoofdstukken van Genesis worden gelezen. In bovenstaande tekst waarschuwt Paulus voor onze gedachten en hij wijst hierbij terug naar het begin, naar onze voorouders in de Hof. In de geschiedenis van de zondeval, zoals deze voor ons is opgetekend in Genesis 3, is op het eerste oog wellicht niet duidelijk dat de zondeval om onze gedachten draait. Als we dit stuk alleen letterlijk lezen, dan missen we de geestelijke diepte die Zijn Woord ons wil onderwijzen.

“Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan. Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren.” Genesis 3:5-7

Letterlijk gaat het hier om geopende ogen, die kunnen zien. De vrouw ‘zag’ dat de boom goed was om ervan te eten, dat hij een lust was voor het ‘oog’. Het gevolg van het eten van de boom was dat de ‘ogen van beiden geopend’ werden. Er staat ook dat de vrouw begeerde erdoor ‘verstandig’ te worden, en dat het eten van de boom zou leiden tot het ‘kennen’ van goed en kwaad. Het gaat dus ten diepste over het verstand, over het denken. En dat is waarom Paulus deze geschiedenis gebruikt om ons te waarschuwen voor onze gedachten. Zien betekent in de Bijbel niet alleen letterlijk zien met onze fysieke ogen, het betekent geestelijk zien en begrijpen.

“Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen.” Mattheüs 13:13

Wat de mens ging ‘zien’ door het eten van de boom was de ‘wijsheid’ van de wereld, die dwaasheid is (1 Korinthe 3:19). Door het eten van de boom, leverde de mens de Wijsheid van JHWH (Spreuken 8), die Leven geeft (Spreuken 8:35), in voor de wijsheid (goed en kwaad) van de wereld. De mens leverde de Waarheid in voor leugens en dwalingen van de wereld.

Voor de zondeval was het leven met JHWH eenvoudig. De mens wandelde met Hem in de Hof, en hoewel zij naakt waren voelden ze geen noodzaak om zich voor Hem te verbergen (Genesis 3:8-10). Toen de kennis van goed en kwaad, de wijsheid van de wereld, in het denken van de mens kwam, werd het leven gecompliceerd. Het zijn de leugens en dwalingen van de wereld, die ons leven moeilijk maken. Maar Paulus schrijft in 2 Korinthe 11:3 dat die eenvoud in ons denken er nog steeds is, die is er in Jesjoea de Messias. In het Woord dat Leven is, dat in de wereld gekomen is maar door de wereld niet is gekend, dat vol is van Waarheid (Johannes 1:1-14). Als we onze gedachten niet laten ‘bederven’ door de wijsheid van de wereld, niet door het kwade van de wereld maar ook niet door het goede van de wereld, dan komen we weer in die eenvoud die er in Hem is. Dan wandelen we weer met Hem, en voelen we ons niet langer genoodzaakt om ons te verbergen. Zijn waarheid is waarin we horen te zijn, waarin we horen te wandelen. Wel in de wereld, niet van de wereld.

“Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:16-17

Waar ben jij (Genesis 3:9)? Wie regeert in jouw gedachten?

* De parasja is het traditionele Bijbelleesrooster, dat wekelijks door Joden, Messiaanse Joden en andere sjabbatvierenden wordt gelezen.

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

Hij zal onze zonde onderwerpen

“Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen” Micha 7:19

Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst wordt vertaald met vertrappen is kabasj (strong 3533). Op andere plekken in de Bijbel wordt dit woord gebruikt in de context van onderwerping, en wordt het ook vertaald met onderwerpen. Het gaat dan om het onderwerpen van aarde of land (zie Genesis 1:28, Numeri 32:29, 32, Jozua 18:1 en 1 Kronieken 22:18) of om het onderwerpen als slaven (zie 2 Kronieken 28:10, Nehemia 5:5 en Jeremia 34:11, 16).

In Kolossenzen 3:1-2 wordt het denken van de aarde tegenover het denken van boven gezet: “Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.” Zie ook 1 Korinthe 15:47-53, Johannes 8:23, Jakobus 1:17 en Johannes 3:12, 31. Genesis 6:5 laat ons zien dat zonde ten diepste in ons denken en hart zit (de gedachtespinsels van ons hart, die reden waren van de zondvloed). Als aarde (of land) wordt onderworpen, wordt dus verwezen naar het onderwerpen (of vertrappen) van de ‘gedachtespinsels’ van Genesis 6:5: de leugens en dwalingen in ons denken. Of zoals Paulus het noemt in 1 Korinthe 3:19: de ‘wijsheid’ van de wereld. En dit is wat we lezen in Micha 7:19.

Ook slaven verwijst naar zonde (leugens en dwalingen in ons denken). In Johannes 8:34 zegt Jesjoea: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.”

En ook Paulus schrijft hierover in Romeinen 6. Een aantal verzen:
“Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. (…)
Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. (…)
En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God. (…)
Weet u niet dat aan wie u uzelf als slaaf ter beschikking stelt tot gehoorzaamheid, u slaaf bent van wie u gehoorzaamt: óf van de zonde, tot de dood, óf van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid?”
Romeinen 6:6, 12, 13, 16

Paulus schrijft dat onze oude mens met Hem gekruisigd is en we niet meer als slaaf de zonde zouden dienen (vers 6). Dat is niet iets waarvoor we achterover kunnen leunen. Paulus roept namelijk gelovigen (de ‘heiligen in Rome’, Romeinen 1:7) op om de zonde niet te laten regeren (vers 12) en om slaaf te worden van de gehoorzaamheid aan God, tot gerechtigheid (vers 13 en 16). Gerechtigheid staat tegenover de ongerechtigheid die in Micha 7:19 door Hem zal worden vertrapt (onderworpen). Paulus maakt dus duidelijk dat, hoewel onze oude mens met Hem gekruisigd is, het toch mogelijk is om slaaf van de zonde te blijven. Slaaf dus van leugens en dwalingen in ons denken. We kunnen niet achterover leunen, we moeten er iets voor doen.

De oude mens waar Paulus in Romeinen 6 over schrijft, komt terug in zijn brief aan Efeze:
“namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid. Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid” Efeze 4:22-25

Het afleggen van de oude mens (vers 22 en 25) en bekleden met de nieuwe mens (vers 24) wordt ook hier weer beschreven als een handelen, ook hier dus niet iets waarvoor we achterover kunnen leunen. En ook hier wordt weer duidelijk dat het gaat om ons denken (vers 23) en waarheid tegenover leugen (vers 25).

Waarom staat dan in Micha 7:19 dat Híj onze ongerechtigheden zal vertrappen? En ook in Efeze 4:23 staat dat we vernieuwd zullen wórden in ons denken. Dat is niet geformuleerd als handelen. In deze verzen staat wat het gevolg is als we de oude mens afleggen, ons met de nieuwe mens bekleden, gehoorzaam zijn aan God: Hij zal onze ongerechtigheden (leugens en dwalingen) vertrappen, en ons denken zal worden vernieuwd. Ook hier gaat het weer om ons denken. God reinigt en bevrijdt ons denken door de waarheid van Zijn Woord (Efeze 5:26, Johannes 8:31-32, Efeze 4:21). Ons aandeel is ons denken te vullen met Zijn waarheid, en dan zal Hij onze ongerechtigheden (leugens en dwalingen) onderwerpen en ons denken vernieuwen.

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

Grote verwarring en verdrukking

“Laat het horen in de paleizen in Asdod en in de paleizen in het land Egypte, en zeg: Verzamel u op de bergen van Samaria, en zie de grote verwarring in het midden daarvan en alle verdrukking daarbinnen. Want zij weten niet te doen wat recht is, spreekt de HEERE, zij die geweld en verwoesting in hun paleizen opslaan.” Amos 3:9-10

Paleizen, huizen en andere woon- of verblijfplaatsen verwijzen in de Bijbel naar ons denken. Asdod, Egypte en Samaria worden in de Bijbel verbonden met afgoderij. In Asdod werd de afgod Dagon aanbeden (1 Samuël 5:3). In Samaria werd aan afgoden geofferd (1 Koningen 13:32, 16:32). En Egypte kende talloze afgoden, die door de tien plagen werden uitgedaagd waardoor hun krachteloosheid aan (of in) het licht kwam (Exodus 12:12). Afgoderij verwijst in de Bijbel naar leugens en dwalingen in ons denken en hart. In Egypte waren de Israëlieten vervallen in afgoderij. In de woestijntijd zuiverde JHWH het hart en denken van de Israëlieten, door keer op keer te laten zien Wie Hij Is (Exodus 3:14). Door op die manier Zijn waarheid aan hen bekend te maken. Zijn waarheid verdrijft leugens en dwalingen (afgoderij) in ons denken en hart. Na de fysieke bevrijding uit Egypte, was het denken en hart van de Israëlieten nog niet direct bevrijd. De Israëlieten wilden nog regelmatig naar Egypte terug (Numeri 11:5, 2 Koningen 18). Hoe snel vervallen wij weer in leugens en dwalingen?

We zien pas echt de invloed van leugens en dwalingen in het denken en hart, als we op de bergen zijn. Bergen verwijzen in de Bijbel naar het 100-voudig denken (Mattheüs 13), het denken dat in overeenstemming is met Zijn gedachten (Jesaja 55:8), waarin we lijken we op Jesjoea (2 Korinthe 3:18) Die één was met de Vader (Johannes 5:19, 30, 17:22). Het is naar deze bergen waarheen we moeten vluchten, weg van de gruwel der verwoesting (Mattheüs 14:15-16). Weg van ‘zij die geweld en verwoesting in hun paleizen [denken] opslaan’ (Amos 3:10). Op de bergen zien we vanuit een ander perspectief, Zijn perspectief. Dan gaan we zien op de dingen die men niet ziet en die eeuwig zijn, in plaats van de dingen van deze wereld die tijdelijk zijn (2 Korinthe 4:18). Dan laten we ons denken niet langer verwoesten door de gruwel van leugens en dwalingen van deze wereld.

Deze tekst uit Amos is dus verbonden met Matthëus 14. Beide teksten roepen ons op om naar de geestelijke 100-voudige bergen te gaan, dat is: te groeien naar het denken en hart van JHWH. Dan pas zien we de verwarring, verdrukking en verwoesting die leugens en dwalingen brengen. In ons denken en hart, en vanuit ons denken en hart in de handelingen die we doen. Want met leugens en dwalingen in ons denken en hart weten we ‘niet te doen wat recht is’ (Amos 3:10). Omdat we geweld en verwoesting (leugens en dwalingen) in onze paleizen (denken) opslaan.

Er is hoop voor Asdod. In Handelingen 8:40 werd het evangelie in Asdod verkondigd, het goede nieuws van Zijn Koninkrijk, Zijn waarheid in ons denken en hart (Lukas 17:21). Er is ook hoop voor Samaria. In Handelingen 8:14 staat dat zij Zijn Woord, Zijn waarheid, hadden aangenomen. En er is hoop voor Egypte, ‘op die dag’:

“Op die dag zal de HEERE een altaar hebben midden in het land Egypte, en aan zijn grens zal er een gedenkteken voor de HEERE staan. Dit zal zijn tot een teken en getuigenis voor de HEERE van de legermachten, in het land Egypte. Wanneer zij tot de HEERE zullen roepen vanwege hun onderdrukkers, zal Hij tot hen een Heiland en Meester zenden; Die zal hen redden. Dan zal de HEERE aan de Egyptenaren bekend worden en de Egyptenaren zullen de HEERE kennen op die dag. Zij zullen Hem dienen met slachtoffer en graanoffer, en de HEERE gelofte doen en die nakomen. Zo zal de HEERE de Egyptenaren geducht treffen en genezen. Zij zullen zich tot de HEERE bekeren en Hij zal Zich door hen laten verbidden en Hij zal hen genezen. Op die dag zal er een gebaande weg zijn van Egypte naar Assyrië. De Assyriërs zullen in Egypte komen en de Egyptenaren in Assyrië. De Egyptenaren zullen samen met de Assyriërs de HEERE dienen. Op die dag zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assyrië, een zegen in het midden van de aarde. Want de HEERE van de legermachten zal hen zegenen met de woorden: Gezegend zij Mijn volk Egypte, het werk van Mijn handen Assyrië, en Mijn eigendom Israël!” Jesaja 19:19-25

Zijn waarheid overwint!

Hoe zit het met jou? Hoeveel verwoestende leugens en dwalingen heb jij in je denken (paleis) opgeslagen? In hoeverre leef jij vanuit jouw denken in verwarring en verdrukking? Ben jij al onderweg naar die berg?

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

Wat onderwijzen jouw nieren jou?

“Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven; zelfs ‘s nachts onderwijzen mij mijn nieren.” Psalm 16:7

De betekenis van nieren in de Bijbel gaat verder dan het fysieke lichaamsdeel. In Psalm 7:10 beproeft God de nieren, in Psalm 26:2 toetst God de nieren, en in Psalm 16 worden we onderwezen door onze nieren. Ook ons hart wordt beproefd en getoetst (Psalm 17:3, Psalm 26:2, Spreuken 21:2). Getoetst wordt wat in ons hart en nieren is: Zijn dat leugens en dwalingen vanuit de mens (‘wijsheid’ van de wereld)? Of is dat Zijn waarheid (die dwaasheid voor de wereld is)? In Psalm 16 onderwijzen Davids nieren hem vanuit de raad die JHWH hem gegeven heeft (vers 7): vanuit Zijn waarheid dus die David in zijn ‘nieren’ heeft opgeslagen. David schrijft dat hij JHWH voortdurend voor ogen houdt, hij richt zijn ogen – zoals Paulus – op de dingen die hij niet ziet, en die eeuwig zijn. En dat is het, wat Davids hart verblijd (vers 9).

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

En dat is wat het pad ten leven is (vers 11).

Tijdens de offerrituelen worden de nieren steeds specifiek genoemd. De nieren moesten op het altaar worden verbrand (Exodus 29:13). Dit laat zien dat God wil dat we onze ‘nieren’ aan Hem offeren. Het gaat er dan om, wat we in onze nieren hebben opgenomen: God wil dat we alles aan Hem opofferen dat niet vanuit Hem is.

“Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.” Psalm 51:18, 19

“Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer, in kennis van God meer dan in brandoffers!” Hosea 6:6

JHWH wil dat we kennis van Hem hebben, en het kennen van Hem begint met het vullen van ons hart en denken met Zijn waarheid.

Davids nieren onderwezen hem Zijn waarheid. Wat onderwijzen jouw nieren jou? Wat zal God vinden, als Hij jouw nieren doorzoekt?

“en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoekt, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.” Openbaring 2:23

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

Wat huist er in jouw huis?

“Mensenkind, u woont te midden van een opstandig huis. Zij hebben ogen om te zien, maar zij kijken niet, zij hebben oren om te horen, maar zij luisteren niet, want zij zijn een opstandig huis!” Ezechiël 12:2

Als je erop gaat letten, dan merk je hoe vaak de Bijbel over huizen spreekt. Huizen die melaats zijn (Leviticus 14:34), huizen die vervloekt zijn (Job 5:3), aardse huizen en eeuwige huizen (2 Korinthe 5:1-2), huizen die niet wankelen of die vallen (Lukas 6:48-49), en opstandige huizen, zoals in deze tekst uit Ezechiël. Ik heb al vaker geschreven dat huis in de Bijbel verwijst naar ons denken; je kunt de zoekfunctie op deze website gebruiken als je behoefte hebt aan verdere onderbouwing hiervan. Deze tekst uit Ezechiël laat zien dat een opstandig ‘huis’ ervoor zorgt dat we ogen hebben om te zien, maar niet kijken, en oren hebben om te horen, maar niet luisteren. Jesjoea heeft het over deze opstandige ‘huizen’ als Hij in Mattheüs 13 Zijn discipelen uitlegt dat Hij spreekt in gelijkenissen “omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen.”

We worden niet graag opstandig genoemd. Maar wat betekent opstandigheid precies in de Bijbel? Spreuken 17:11 zegt dat een opstandige slechts het kwade zoekt. De zondvloed werd veroorzaakt doordat de gedachtespinsels van het hart van de mens “elke dag alleen maar slecht waren”. En als je denkt dat de mens sinds die tijd veranderd is, besef dan dat in Mattheüs 24 staat dat het nu niet beter is dan in de dagen van Noach. Opstandigheid zit dus in ons denken en in ons hart. Het maakt dat we “plannen maken” die niet vanuit Hem zijn en zo “zonde op zonde hopen” (Jesaja 30:1). Plannen maak je in je denken: gedachte op gedachte die niet van Hem is. Opstandigheid is ons eigen denken, eigen-wijsheid. En dat is de wijsheid van mensen van de wereld, die dwaasheid is voor God (1 Korinthe 3:18-19). In de kern is opstandigheid alles waarin we dénken het beter te weten dan Hij. Zoals onze voorouders in de Hof, waarmee de zondeval begon …

Maar het goede nieuws is, dat Jesjoea ons ‘huis’ wil schoonvegen! Dat is wat Hij duidelijk maakte toen Hij de tempel – het huis van Zijn Vader – schoonveegde.

“En Jezus ging de tempel van God binnen en dreef allen die in de tempel verkochten en kochten naar buiten, en keerde de tafels van de wisselaars om en de stoelen van hen die de duiven verkochten. En Hij zei tegen hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar u hebt er een rovershol van gemaakt.” Mattheüs 21:12-13

Zijn huis was bedoeld als een huis van gebed, ons denken (huis) is bedoeld om Hem te horen. Als Paulus ons oproept: “bid onophoudelijk”(1 Thessalonicenzen 5:17), dan bedoelt hij niet dat we de hele dag met onze ogen dicht en handen gevouwen (of omhoog) moeten zitten. Hij bedoelt dat we onophoudelijk via gebed met Hem verbonden moeten zijn, zodat we Zijn stem horen in plaats van de stem van onze eigen gedachten of gedachten vanuit andere mensen. Maar in hoeverre hebben wij van ons ‘huis’ een rovershol gemaakt?

De tekst gaat verder:

“En er kwamen blinden en kreupelen bij Hem in de tempel en Hij genas hen.” Mattheüs 21:14

Als we Hem ons denken laten schoonvegen met Zijn waarheid, dan geneest Hij ons denken. Zijn waarheid maakt vrij (Johannes 8:30-32). En dat maakt dat we niet langer blind zijn, maar dan gaan we zien. En horen. Dan is ons ‘huis’ een huis van gebed, waar we Hem kunnen horen:

“Spreek, HEERE, want Uw dienaar luistert.” 1 Samuël 3:9

“Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!” Mattheüs 17:5

Wat ‘huist’ er in jouw denken? Laat je ‘huis’ door Hem schoonvegen, zodat je Hem meer en meer gaat horen en zien.

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

Wat bouw jij op het fundament?

“Overeenkomstig de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt daarop. Ieder dient er echter op toe te zien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus. Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.” 1 Korinthe 3:10-15

Paulus schrijft dat hij in het onderwijs dat hij gaf, het fundament heeft gelegd. Hij haast zich erbij te vermelden dat dat fundament natuurlijk de Rots Jesjoea is (1 Korinthe 10:4). Dat lezen we ook in de gelijkenis van het huis (denken) op de Rots (Mattheüs 7). Het gaat hierbij om het onderwijs van Jesjoea: Zijn Woord, Zijn waarheid die we moeten aannemen in ons denken en hart. Hoe weten we dit? In vers 1 van dit gedeelte uit 1 Korinthe heeft Paulus het over zijn ‘spreken’, en direct na dit gedeelte schrijft Paulus dat Gods Geest in onze tempel (denken, hart) woont (vers 16, 17). En vervolgt hij met de wijsheid (gedachten) van de wereld, die dwaasheid (leugens en dwalingen) is (vers 18, 19) en met overwegingen (vers 20); en overwegen doen we in ons denken en hart.

Het fundament is dus het onderwijs van Jesjoea, en dat is waarheid want Zijn Woord is waarheid (Johannes 17:17). De werken die wij bouwen op dat fundament verwijzen naar het onderwijs dat wij anderen geven, want we hebben gezien dat de context van dit gedeelte verwijst naar onderwijs van de waarheid (wijsheid), of van leugens en dwalingen (dwaasheid). En natuurlijk komt wat we doen, of niet doen, voort uit wat er in ons denken en hart is (Jeremia 18:12, Markus 7:21-23).

Met wat voor grondstof kunnen we ons onderwijs vergelijken? Is het goud, zilver, edelstenen? Of hout, hooi of stro? Wat wij onderwijzen wordt beproefd door het vuur. Wat is dat vuur?

“Is niet Mijn woord zó, als het vuur, spreekt de HEERE” Jeremia 23:29

Het vuur is Zijn Woord, en Zijn Woord is waarheid. Wat wij onderwijzen wordt dus beproefd door het vuur van Zijn waarheid, en dan wordt duidelijk of wij waarheid hebben onderwezen, of leugens en dwalingen (de ‘wijsheid’ van de wereld). Als ons onderwijs na deze beproeving stand heeft gehouden, dan ontvangen we loon. Wat is dat loon? We vinden het terug in de gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25). De dienaren met de twee en de vijf talenten verdienden talenten bij, en daarvoor ontvingen ze een beloning: “over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen”. Aanstellen verwijst naar heerschappij, geestelijke heerschappij. En dat is niet zonder de verantwoordelijkheid om talenten bij te blijven verdienen, door het onderwijs van Zijn waarheid.

Het loon dat we zullen ontvangen is dus voor iedereen verschillend, en is afhankelijk van wat wij anderen hebben onderwezen over Zijn waarheid; en ook óf wij anderen hebben onderwezen over Zijn waarheid. Want de dienaar die zijn ontvangen talent begroef, ontving geen loon. Wat wij anderen onderwijzen, is afhankelijk van de mate van Zijn waarheid in ons denken. Want waarheid die we niet kennen, kunnen we ook niet onderwijzen. In de mate waarin wij bevrijd zijn door Zijn waarheid, kunnen we meer van Zijn waarheid aan anderen onderwijzen. Zodat we, nadat wij eerst bevrijd zijn van onze eigen leugens en dwalingen, ook anderen daarvan kunnen bevrijden. Want Zijn waarheid maakt vrij (Johannes 8:30-32).

Wat bouw jij op het fundament van Zijn Woord? Wat is jouw ‘werk’? Wat zouden er met jouw gedachten gebeuren, als ze beproefd worden door het vuur van Zijn waarheid? Worden ze verbrand? Of zullen ze standhouden?

“Let op uzelf, opdat wij niet verliezen waarvoor wij gewerkt hebben, maar een vol loon mogen ontvangen.” 2 Johannes 1:8

“En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.” Openbaring 22:12

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

De spiegels van het wasvat

“Vervolgens maakte hij het koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk uit de spiegels van de dienstdoende vrouwen, die dienstdeden bij de ingang van de tent van ontmoeting.” Exodus 38:8

Eén van de voorwerpen bij de tabernakel (tent van ontmoeting) was het koperen wasvat. In dit wasvat zat het water waarmee de priesters zich reinigden, voordat zij in de tabernakel gingen dienen voor het aangezicht van JHWH (Exodus 30:18-21). Een bijzonder detail is dat het wasvat gemaakt was van spiegels. Welke diepere betekenis zit hierachter?

Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst wordt vertaald met spiegels is marah (strong 4759). Marah betekent visioen en wordt altijd gebruikt in de context van visioenen van JHWH. Marah komt van mareh (strong 4758) en dit betekent zicht, of hetgeen dat gezien wordt. Het heeft dus te maken met zien; en als het gaat om de dingen van JHWH zien, dan gaat het om geestelijk zicht. En dat is waar Jesjoea naar verwijst als Zijn leerlingen vragen waarom Hij in gelijkenissen spreekt.

“Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld die zegt: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen; en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken. Want het hart van dit volk is vet geworden, en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien, en uw oren omdat zij horen.” Mattheüs 13:13-16

Volgens Jesjoea kunnen we dus zien, maar niet begrijpen of opmerken. En als we onze ogen dichtdoen voor Zijn waarheid dan zien we niet, dan horen we niet, dan begrijpen we niet met ons hart, en ontvangen we geen genezing.

Het wasvat moest worden gevuld met water. Wat doet water geestelijk met ons?

“Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.” Efeze 5:25-27

Door het waterbad van Zijn Woord, van Zijn waarheid, worden we gereinigd. En dan gaan we zien!

“Jezus antwoordde en zei tegen haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.” Johannes 4:13-14

Als we het Levende Water van Zijn waarheid indrinken, dan gaan we leven!

Wat heeft dit te maken met de spiegels van het wasvat? De spiegels waaruit het wasvat gemaakt was, verwijzen naar geestelijk zicht. Geestelijk zicht is nodig om de dingen van JHWH te kunnen zien. De priesters moesten zich met water uit dit wasvat reinigen, voordat zij de tent van de ontmoeting binnengingen. Waar verwijst ontmoeting naar? Wie werd er in deze tent ontmoet? In de tent van de ontmoeting werd JHWH Zelf ontmoet. Naarmate we ons meer en meer laten wassen en vullen met het Levende Water van Zijn Woord, zullen we meer en meer Hem gaan zien.

“Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien…” Mattheus 13:16

Hoe gebruik jij jouw (geestelijke) ogen? Kan jij met Paulus zeggen:

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

Een belofte voor wie JHWH ernstig zoeken

“Maar als je ernstig God zoekt, en de Almachtige om genade smeekt, als je zuiver en oprecht bent, dan zal Hij nu voorzeker ter wille van jou ontwaken, en de woning van je gerechtigheid herstellen. Je begin zal wel klein zijn, maar je einde zal zeer groot worden.” Job 8:5-7

In deze tekst staat een belofte voor wie JHWH ernstig zoeken. Hij zal dan onze woning herstellen. Woning verwijst naar ons denken. Specifieker staat in deze tekst: Hij zal de woning van onze gerechtigheid herstellen. In mijn vorige blog schreef ik dat gerechtigheid verwijst naar Zijn waarheid. Als we Hem ernstig zoeken, dan herstelt Zijn waarheid ons denken.

Hem ernstig zoeken, is Zijn waarheid ernstig zoeken. En dat is ons denken en hart vullen met Zijn waarheid, zodat onze eigen gedachten van leugens en dwaling meer en meer plaats zullen maken voor Zijn waarheid (Jesaja 55:8). Hem ernstig zoeken, is gericht zijn op de eeuwige dingen die we niet zien (2 Korinthe 4:18). Mattheus 6:33 zegt hetzelfde: zoek eerst Zijn Koninkrijk. Wat we dan ook doen, éérst Zijn Koninkrijk. Zijn Koninkrijk in ons denken en hart, binnenin ons (Lukas 17:21), moet onze prioriteit hebben. En Zijn Koninkrijk in ons denken en hart, is Zijn waarheid in ons denken en hart. De gelijkenissen van Jesjoea gaan steeds over dit Koninkrijk, en zijn steeds verbonden met andere teksten door de hele Bijbel heen. Ook vers 7 van Job 8 komt in een gelijkenis weer terug:

“Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Dat is wel het kleinste van al de zaden, maar als het opgegroeid is, is het het grootste van de tuingewassen en het wordt een boom, zodat de vogels in de lucht een nest komen maken in zijn takken.” Mattheüs 13:31-32

“Je begin zal wel klein zijn, maar je einde zal zeer groot worden.” Job 8:7

Als je JHWH ernstig zoekt, als je er ernst mee maakt om je hart en denken te vullen met de waarheid van Zijn Woord, dan zal Zijn waarheid jouw denken herstellen. En hoewel het klein zal beginnen, zal het zeer groot worden.

Waar hou jij je ogen op gericht?

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

Wat kies jij?

“Maar als u naar deze woorden niet luistert, heb Ik bij Mijzelf gezworen, spreekt de HEERE, dat dit huis tot een puinhoop zal worden.” Jeremia 22:5

Ik schrijf vaak over de geestelijke betekenis waar huis in de Bijbel naar verwijst (ons denken). Het onderwijs van JHWH herhaalt zich steeds. Door herhaling leren we. Dus dat ‘huis’ komen we ook overal in de Bijbel tegen. Zoals hier in Jeremia 22.

Met ons ‘huis’ moeten we Hem dienen. En dat betekent, dat Hij wil dat Zijn waarheid in ons ‘huis’ is. Dat Zijn Woord in ons huis is. Want Zijn Woord is de waarheid (Johannes 17:17). In deze context staat ook dit vers uit Jeremia (zie vers 2).

Als Zijn Woord niet in ons ‘huis’ is, dan wordt ons huis tot een puinhoop. Dit verwijst naar ons gevallen denken. We kunnen ons denken vullen met Zijn waarheid, of met leugens en dwalingen. Vers 13 noemt dit ongerechtigheid en onrecht:

“Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn bovenvertrekken met onrecht”

En dit staat tegenover de gerechtigheid (waarheid) van Zijn Woord:

“Zie, ik verlang naar Uw bevelen, maak mij levend door Uw gerechtigheid.
U hebt in Uw getuigenissen gerechtigheid uitgevaardigd en grote trouw.
Uw gerechtigheid is een gerechtigheid voor eeuwig en Uw wet is waarachtig.”
Psalm 119:40, 138, 142

In vers 40 staat dat gerechtigheid (waarheid) leven geeft. Ook in Spreuken vinden we dit:

“Wie gerechtigheid en goedertierenheid najaagt, vindt het leven, rechtvaardigheid en eer.” Spreuken 21:21

Waarheid of leugen, leven of dood. Wat kies jij?

“Zie, ik heb u heden het leven en het goede voorgehouden, maar ook de dood en het kwade. (…) Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht,door de HEERE, uw God, lief te hebben, Zijn stem te gehoorzamen en u aan Hem vast te houden – want Hij is uw leven” Deuteronomium 30:15, 19, 20

Het hele huis

“Hoor het woord van de HEERE, huis van Jakob en alle geslachten van het huis van Israël” Jeremia 2:4

In de Bijbel wordt huis vaak gebruikt in de betekenis van familie, gezin, of geslacht. Het huis van David bijvoorbeeld, of Jozua die stelt “Maar ik en mijn huis, wij zullen de HEERE dienen” (Jozua 24:15). Ook hier is huis niet letterlijk bedoeld, het gaat om het geslacht, of gezin van David en van Jozua, en niet om hun letterlijke huis. Huis wordt ook gebruikt in de geestelijke betekenis van ons denken. Is er een verband tussen die twee?

Waarom wordt in de Bijbel soms het hele ‘huis’ betrokken bij de consequenties van één individu dat een ernstige zonde heeft begaan? We zien het bij de farao wiens hele huis werd geslagen vanwege Sarai (Genesis 12:17), of bij Korach toen hij opstond tegen Mozes (Numeri 16). Ook de zonen en zelfs de kleine kinderen werden gedood. Mijn gedachten hierbij zijn dit. Het opvoeden van de kinderen in je ‘huis’, in je gezin, betekent dat zij grotendeels jouw gedachten overnemen. Natuurlijk ontwikkelen we ook onze eigen meningen en ideeën, maar in ons denken zijn vaak flink wat sporen te vinden van de gedachten van onze ouders. De leugens en dwalingen in de gedachten van de ouders gaan zo over op de kinderen. En zo gaan leugens en dwalingen de generaties door. Als bij een ernstige zonde (dat begint bij de leugens en dwalingen in ons denken, de gedachtespinsels van Genesis 6:5) de gevolgen toekomen aan het hele ‘huis’, dan wordt de woekering van deze leugens en dwalingen door de geslachten op dat moment gestopt.

In deze Westerse maatschappij in deze huidige tijd zijn we redelijk individualistisch ingesteld. In Bijbelse tijden was dat heel anders. JHWH is een God van generaties, van families en van het collectief. Hij sluit Zijn verbond met generaties, met een collectief. Hij roept de generaties (Jesaja 41:4). In het ‘huis’ Israël zullen alle geslachten gezegend worden (Genesis 28:14). Alle geslachten moeten Hem eer geven (Psalm 96:7). Het hele ‘huis’ dus. Een ‘huis’ dat kan worden afgebroken door leugens en dwalingen. Maar ook een ‘huis’ dat gedoopt wordt (Handelingen 16), en een ‘huis’ dat we samen bouwen tot een huis van God. Als Zijn gedachten onze gedachten zijn (Jesaja 55:8).

“Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.” Efeze 2:19-22

Wat zijn jullie gedachten hierover? Laat het me weten via de mail, of praat mee via Facebook.