Een onvergankelijke kroon

“En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen. Ik loop daarom niet zonder duidelijk doel en ik vecht zó met de vuist dat ik niet maar wat in de lucht sla. Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” 1 Korinthe 9:25-27

Het woord dat in deze tekst met ‘krans’ wordt vertaald, wordt op andere plekken vertaald met ‘kroon’. Bijvoorbeeld in Mattheüs 27:29 voor de kroon van dorens van Jesjoea, en in Openbaring 2:10: de kroon van het leven. De Engelse King James vertaling vertaalt ook met ‘crown’. Het woord drukt dus iets uit dat je op je hoofd krijgt, zoals een koning die gekroond wordt.

In de Bijbel is de koning de hoogste (geestelijke) positie. Dit leg ik uit in mijn boek. Jesjoea wordt niet voor niets de Koning der koningen genoemd (Openbaring 17:14). Het zichtbare fysieke symbool voor een koning is een kroon. Door iets dat zichtbaar is op je hoofd, is zichtbaar wat je positie is. Geestelijke zaken zijn niet zichtbaar, toch zijn dát de zaken waar we onze (geestelijke) ogen op moeten richten (2 Korinthe 4:18). Een geestelijke koning draagt een geestelijke kroon. En ten diepste is die alleen zichtbaar voor JHWH. Een kroon is iets dat je op je hoofd krijgt, en ons hoofd staat in de Bijbel symbool voor wat erin zit: onze gedachten. Ook dat leg ik uit in mijn boek. Een voorbeeld is 2 Kronieken 26, waar koning Uzzia als gevolg van zijn ongehoorzaamheid en ontrouw aan JHWH melaats wordt op zijn (voor)hoofd. De plek van de melaatsheid verwijst rechtstreeks naar de oorzaak: leugens en dwalingen in zijn denken. Meer hierover kan je lezen in mijn blog Geestelijke dood en geestelijk leven. Een geestelijke, onvergankelijke kroon heeft dus direct te maken met de gedachten die we in ons hoofd hebben.

Paulus streeft ernaar gekroond te worden met deze onvergankelijke kroon. Maar hij maakt in deze tekst duidelijk dat ons dit niet zomaar komt aanwaaien. Paulus schrijft zelfs dat hij wil voorkomen dat hij verwerpelijk wordt. Blijkbaar kan dat, ondanks onze goede prediking (onderwijs) aan anderen. Paulus gebruikt de term ‘vechten’. We moeten er moeite voor doen, we moeten ervoor vechten, zoals iemand die aan een wereldse wedstrijd deelneemt. Het is een strijd. En de geestelijke strijd, is de strijd tussen Zijn waarheid en leugens en dwalingen vanuit de mens in ons hoofd.

Een vergankelijke kroon is een aardse kroon. Die staat symbool voor werelds aanzien, zichtbare kronen. Deze dingen zijn vergankelijk, ze zullen vergaan. Als we ons leven daarvoor ingezet hebben, dan hebben we gevochten en gestreden voor zaken die niet blijvend zijn. Dan hebben we onze ogen gericht op uiterlijkheden, niet op onze innerlijke mens.

Om een onvergankelijke kroon te ontvangen, moeten we volgens Paulus niet zomaar wat in de lucht slaan, maar leven met een duidelijk doel. Wat is dat doel?

“Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn.” Romeinen 8:29

We zijn bestemd om aan het beeld van Jesjoea gelijkvormig te zijn. En we groeien naar Hem toe, als we ons aan Zijn waarheid houden:

“maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus.” Efeze 4:15

Ook hieruit blijkt weer dat onze (wed)strijd de strijd is tussen Zijn waarheid en de leugens en dwalingen vanuit de mens.

“Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg. Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:16-18

Brood uit de hemel

“Brood uit de hemel hebt U hun gegeven tegen hun honger” Nehemia 9:15

Waar verwijst dit brood uit de hemel naar?

“Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna eten, dat u niet kende en ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt.” Deuteronomium 8:3

Ons lichaam leeft van fysiek brood, dit brood komt van het koren van de aardbodem. Maar dat is niet het volle leven. We leven niet alleen van dit fysieke brood uit de letterlijke aarde. We leven van ‘alles wat uit de mond van JHWH komt’. We leven van Zijn woorden van waarheid dus! En dat is geestelijk leven. Het brood uit de hemel is het ware brood, het is dát brood dat we willen ontvangen:

“Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.” Johannes 6:32

Waar vul jij je geestelijke maag mee? Want er is ook brood van goddeloosheid (Spreuken 4:17), leugenbrood (Spreuken 20:17) en bedrieglijk voedsel (Spreuken 23:3). Belangrijk om het verschil te ‘proeven’: eet je brood uit Zijn mond, of brood van leugens en dwalingen uit de mond van mensen? Hoe meer je je hart en denken vult met Zijn brood, hoe meer je dit brood leert te onderscheiden van het brood van mensen. En hoe minder het brood van mensen je zal smaken.

Hoeveel geestelijke honger heb jij? Het regent uit de hemel, je mag eten tot verzadiging toe!

“Hij liet manna op hen regenen om te eten en gaf hun hemels koren. Eenieder at het brood van de machtigen; Hij zond hun proviand tot verzadiging toe.” Psalm 78:24-25

Laat je verzadigen door ‘alles wat uit de mond van JHWH komt’.

“Geef ons heden ons dagelijks brood.” Mattheüs 6:11

Vertrouw op JHWH met heel je hart – Spreuken 3

“Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Híj je paden rechtmaken.” Spreuken 3:5-6

Spreuken 3 wil ons duidelijk maken hoe belangrijk het is dat we Zijn waarheid kennen, met ons hele hart en denken (verstand). Het begint in vers 1:

“Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen.”

Hier spreekt JHWH tot Zijn zonen en dochters, tot jou en tot mij: vergeet niet wat Ik je onderwijs, in Mijn Woord. Als je iets wilt onthouden, dan prent je het in je hoofd: in je denken dus. Maar we moeten ze ook ‘schrijven op de tafel van ons hart’ (vers 3). Zijn waarheid moet in ons hart zijn. En daarvoor moeten we actie ondernemen: we moeten ze zelf ‘schrijven’. Het is aan ons of – en in welke mate – we ons hart en denken vullen met Zijn waarheid, óf met leugens en dwalingen vanuit het hart en denken van de mens van de wereld. Dat laatste is ‘wijsheid’ van de mens, die denkt ‘wijs in eigen ogen’ te zijn (vers 7). En dat is het ‘kwade’ waar we ons van moeten afkeren (vers 7). Want het is een vloek, vers 33:

“De vloek van de HEERE rust op het huis van de goddeloze, maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen.”

De geestelijke betekenis van huis in de Bijbel verwijst naar ons denken (1). Hier staat dus dat de vloek van JHWH op het denken van de goddeloze is, maar dat Hij het denken van de rechtvaardige zal zegenen. We zijn gezegend als Zijn waarheid in ons is, en vervloekt als Zijn waarheid niet in ons is. Door ongehoorzaamheid van de mens – niet luisteren naar Zijn waarheid – is de aarde (wereld) vervloekt (Genesis 3:17). Als we ons denken dus vullen met ‘wijsheid’ van de wereld, dan vullen we ons denken eigenlijk met een vloek. Belangrijk om te beseffen!

Maar als we ons hart en denken vullen met Zijn waarheid (wijsheid), dan worden we ‘welzalig’ genoemd (vers 13). Dan verkrijgen we Goddellijk inzicht (vers 13). En dan is onze levenswandel ‘lieflijk’ en vrede (vers 17). Want als Zijn gedachten onze gedachten worden, dan worden Zijn wegen ook onze wegen (Jesaja 55:8). Als we met ons hele hart op Hem vertrouwen, ons hart vullen met Zijn waarheid (inzicht) en niet met ‘waarheid’ van de mens, dan maakt Hij onze paden recht (vers 5-6). Hart en denken uit zich in hoe we leven.  

En dan zijn we niet alleen ‘welzalig’ voor onszelf, maar we worden volgens vers 18 zelfs een boom des levens voor wie ons vastgrijpen! Zijn waarheid in ons denken en hart geeft ons het 100-voudige leven (gelijkenis van de zaaier, Mattheüs 13) van de boom des levens (2) én we geven het door aan iedereen die zich aan ons ‘vastgrijpt’, aan iedereen die we mogen vertellen over Zijn Koninkrijk dat binnenin ons is (Lukas 17:21).

(1) Zie: Als Zijn heerlijkheid onze tabernakel vervult of: huis = denken.

(2) Zie ook: https://zoekeersthetkoninkrijk.nl/2019/05/17/twee-bomen/

De bronnen van Jesjoea

“U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil.” Jesaja 12:3

“Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen.” Johannes 4:14

In Johannes 4 zegt Jesjoea dat we het levende water moeten drinken, dat Hij ons geeft. Deze boodschap was al verborgen in Jesaja 12 en werd op dat moment door Jesjoea onthuld. Want het Hebreeuwse woord dat in Jesaja 12:3 wordt vertaald met ‘heil’ is: Jesjoea! In Jesaja 12:3 staat dus letterlijk: U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van Jesjoea! En dat water is het levende water dat Hij ons wil geven.

In mijn boek leg ik uit dat water verwijst naar de waarheid die van Boven tot ons komt. Het is het water dat uit de Rots komt, en ook die Rots verwijst weer naar Jesjoea (1 Korinthe 10:4, Jesaja 48:21). Zijn waarheid is wat ons vreugde geeft, omdat het de leugens en dwalingen – die ons gebonden houden – uit ons hart en denken verdrijft. Zijn waarheid is wat ons vrijmaakt (Johannes 8:32).

Ook in Psalm 51 wordt vreugde verbonden met Zijn waarheid. In deze Psalm belijdt David zijn zonde, en erkent hij dat Zijn waarheid in ons binnenste moet zijn (vers 8). Vervolgens zegt David in vers 10 dat hij vreugde en blijdschap wil horen. Wat David wil horen, lazen we in vers 8: Zijn waarheid en wijsheid. Waarheid en wijsheid wordt in deze Psalm dus met vreugde verbonden, hetzelfde Hebreeuwse woord voor vreugde (sasoon) dat in Jesaja 12:3 wordt gebruikt. En in Psalm 119:111 staat dat Zijn waarheid (getuigenissen) de vreugde (sasoon) van ons hart zijn.

Tenslotte komen we sasoon ook in deze tekst tegen:

“Uw woord was mij tot vreugde [sasoon] en tot blijdschap in mijn hart” Jeremia 15:16

Welzalig als we door God gestraft worden?

“Zie, welzalig is de sterveling die door God gestraft wordt; verwerp daarom de bestraffing van de Almachtige niet.” Job 5:17

In mijn boek is een hoofdstuk ‘Oordeel, vernietiging en liefde’. Wat hebben die drie met elkaar te maken?

“Mijn zoon, verwerp de vermaning van de HEERE niet en heb geen afkeer van Zijn bestraffing. Want de HEERE straft wie Hij liefheeft, zoals een vader doet met de zoon die hij goedgezind is.” Spreuken 3:11-12

“Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u.” Openbaring 3:19

Bekeren doen we ons van zonde. En zonde is ten diepste de leugens en dwalingen in ons denken en hart, of zoals Genesis 6:5 het zegt: gedachtespinsels van ons hart. Zijn bestraffing, of oordeel, heeft dus als doel ons te bekeren van de leugens en dwalingen die in ons hart en denken zijn. Wat kan ervoor zorgen dat we ons bekeren van die leugens en dwalingen? Wat is het dat leugens en dwalingen in ons hart en denken kan vernietigen? Tegenover leugen staat waarheid. Zijn waarheid vernietigt de leugens in ons hart en denken. En dat is wat Jesjoea ons kwam brengen, Zijn onderwijs geeft ons zicht op het Koninkrijk binnenin ons, in ons denken en hart (Lukas 4:43, 17:21, Mattheüs 4:17).

“En Jezus zei: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat zij die niet zien, zien zouden, en die zien, blind zouden worden.” Johannes 9:39

Als we diep overtuigd raken van Zijn waarheid in ons denken en hart, dan vernietigt dat de leugens en dwalingen die daar zijn. En dat maakt ons vrij (Johannes 8:32-33). Het doel van Zijn oordeel is dus de vernietiging van de leugens en dwalingen die ons denken en hart gebonden houden, en dat door Zijn waarheid. Dat is pure liefde!

“Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u.” Openbaring 3:19

We hebben dus de keus: laten we ons ‘uitroeien’ (vernietigen) door de leugens en dwalingen in ons denken en hart?

“Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is.” Hosea 4:6

Of laten we Zijn ‘kennis’ (waarheid) de leugens en dwalingen in ons denken en hart uitroeien?

“Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen. Want welk kind is er dat niet door zijn vader bestraft wordt? Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen. En verder hadden wij onze aardse vaders als opvoeders, en wij hadden ontzag voor hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven? Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar het hun goeddacht bestraft, maar Hij doet dat tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid. En elke bestraffing schijnt op het moment zelf wel geen reden tot blijdschap te zijn, maar tot droefheid. Maar later geeft zij hun die erdoor geoefend zijn een vreedzame vrucht van gerechtigheid.” Hebreeën 12:7-11

De vrucht van gerechtigheid … hondervoudig.

“En weer een ander deel viel in de goede aarde en gaf vrucht, het ene honderd-, het andere zestig-, en een ander dertigvoudig.” Mattheüs 13:8

Meer lezen over dit onderwerp? Download dan hier mijn boek.
(Gedrukte versie bestellen kan ook, maar is helaas niet kosteloos.)

Wijsheid

Wijsheid, we willen het allemaal toch? Volgens Paulus zoeken vooral Grieken wijsheid (1 Korinthe 1:22). Bij de verschillende manieren van Bijbeluitleg wordt wel eens het onderscheid gemaakt tussen Grieks denken en Joods/Hebreeuws denken. Filosofie komt ook bij de Grieken vandaan. “Een filosoof is iemand die zich bezig houdt met filosofie of wijsbegeerte, de wetenschap die zich richt op het streven naar kennis en wijsheid.” (Wikipedia)

Maar wat is wijsheid? Volgens de Bijbel zijn er twee soorten. En die staan recht tegenover elkaar. Er is een wijsheid van deze wereld, en een wijsheid niet van deze wereld (1 Korinthe 2:4-7, Job 28:12-13). De wijsheid van de wereld is dwaas (1 Korinthe 1:20). Dan is het eigenlijk geen wijsheid toch? Dan kunnen we het gewoon leugens en dwalingen noemen. Wijsheid van de wereld is ‘eigen-wijsheid’, en die staat tegenover de wijsheid van JHWH. Onze wereldse gedachten tegenover Zijn gedachten (Jesaja 55:8). Voor onze geestelijke groei is het essentieel dat we dat onderscheid leren zien. Want 1 Korinthe 1:21 zegt dat we door wijsheid van de wereld (leugens en dwalingen dus) JHWH niet leren kennen. We leren Hem alleen kennen als we ons hart en denken vullen met Zijn waarheid. En hoe meer we ons hart en denken vullen met Zijn waarheid, hoe meer we Hem gaan kennen (1).

“Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing.” 1 Korinthe 1:30

Alleen uit Hem, alleen door Zijn waarheid, worden we werkelijk wijs. Hij is de vleesgeworden wijsheid van God. Wijsheid gaat nooit buiten Jesjoea om. Het gaat nooit buiten Zijn woorden om, buiten Zijn onderwijs. Zijn onderwijs over het Koninkrijk, waar de evangeliën vol van staan.

“Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid.” 1 Korinthe 2:7

Zijn wijsheid is verborgen (Job 11:6, 15:8, Psalm 51:7). En Zijn wijsheid is een geheimenis. De geheimenissen waar Jesjoea het telkens over had, zijn de geheimenissen van het Koninkrijk (Mattheüs 13:11, Markus 4:11, Lukas 8:10). Als iets verborgen is, dan moeten we ernaar zoeken. “Zoek eerst het Koninkrijk van God” (Mattheüs 16:33). Uit de gelijkenis van de schat in de akker (Mattheüs 13:44) wordt duidelijk dat we voor het kunnen ‘opgraven’ van de schat van wijsheid (Kolossensen 2:2-3) al onze ‘eigen-wijsheid’ moeten ‘verkopen’ (weg moeten doen), om vervolgens Zijn wijsheid te kunnen ‘kopen’. “Koop de waarheid en verkoop haar niet – wijsheid, vermaning en inzicht.” (Spreuken 23:23) Om Zijn wijsheid te kunnen ‘kopen’, moeten we ons afkeren van de leugens en dwalingen in ons denken en hart (Job 28:28).

Salomo staat bekend om zijn wijsheid. Hij vroeg JHWH om een wijs hart (1 Koningen 3:12). Wijsheid zit in ons binnenste, in ons hart (Job 38:36, Spreuken 2:10, 14:33). Het is binnen in ons, als Zijn Koninkrijk binnen in ons is (Lukas 17:21).

“Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet een van de woorden van mijn mond en wijk er niet van af. Verlaat de wijsheid niet en zij zal je bewaren, heb haar lief en zij zal je beschermen.” Spreuken 4:5-6

(1) zie ook: https://www.facebook.com/zoekeersthetkoninkrijk/posts/998048060547045

Wat is waarheid?

“Pilatus zei tegen Hem: Wat is waarheid?” Johannes 18:38

Wat is waarheid? Volgens wereldse opvattingen is de waarheid relatief. We hebben allemaal onze ‘eigen’ waarheid. En dat is heel politiek correct natuurlijk. Leugen mogen we geen leugen meer noemen. Maar als mijn ‘waarheid’ lijnrecht tegenover de jouwe staat, wat is dan de waarheid? Is waarheid subjectief?

Het antwoord op de vraag van Pilatus had Jesjoea een hoofdstuk eerder al gegeven:

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17

En de waarheid staat in verbinding met Zijn Koninkrijk.

“Hiervan hebt u eerder gehoord door het Woord van de waarheid, namelijk van het Evangelie.” Kolossenzen 1:5

Het Evangelie dat Jesjoea onderwees, is het Evangelie van het Koninkrijk (Lukas 4:43). Het Koninkrijk in ons binnenste, in ons denken en hart (Lukas 17:21).

Waarheid is meer dan een theorie, of kennis, of iets intellectueels.

“die altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen.” 2 Timotheüs 3:7

Waarheid moet in ons binnenste zijn, in ons hart.

“Hij die oprecht wandelt en gerechtigheid beoefent, die met zijn hart de waarheid spreekt.” Psalm 15:2

“Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste.” Psalm 51:7

Waarom zouden we het belangrijk moeten vinden om te weten wat de waarheid is? Eén reden is dat Zijn waarheid ons denken en hart reinigt van leugens en dwalingen.

“Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar vurig lief uit een rein hart” 1 Petrus 1:22

“opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord” Efeze 5:26

Dat is de reden dat Zijn waarheid ons vrijmaakt.

“en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:32

Zijn waarheid verandert, vernieuwt, ons denken en hart.

“als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is,

(…) en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken” Efeze 4:21, 23

En hoe meer we ons hart en denken vullen met Zijn waarheid, hoe meer we groeien naar Zijn beeld.

“maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus.” Efeze 4:15

Want Hij ís de Waarheid.

“Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” Johannes 14:6

Dat we Zijn naam noemen, of Hem kennen, betekent overigens niet automatisch dat Zijn waarheid ook in ons hart is.

“Hoor dit, huis van Jakob, u die genoemd wordt met de naam Israël, en die uit de wateren van Juda bent voortgekomen, die zweert bij de Naam van de HEERE en de Naam van de God van Israël noemt, maar niet in waarheid en niet in gerechtigheid.” Jesaja 48:1

“Want zij hebben, hoewel zij God kennen, Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar zij zijn verdwaasd in hun overwegingen en hun onverstandig hart is verduisterd. (…) Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen.” Romeinen 1:21 ,25

Hebben we waarheid, of leugen in ons hart? Hoe weten we wat waarheid is?
– wordt het bevestigd in Zijn Woord? Hoe duidelijker, hoe beter. Hoe vaker het op verschillende plekken in het Woord wordt herhaald, hoe aannemelijker.
– is het verbonden met Zijn Koninkrijk? (Zoek éérst het Koninkrijk van God, Matt. 6:33)
– komen we er geestelijk meer door in de vrijheid? Of houdt het ons ergens gebonden?
– verandert het ons denken en hart, waardoor we gaan wandelen naar de nieuwe mens? (Efeze 4)
– gaan we hierdoor meer op Hem lijken?

Overigens is het een leugen te geloven dat ons hart en denken al ten volle gevuld zijn met Zijn waarheid.

“Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.” 1 Johannes 1:8

Zonde is ten diepste de leugens en dwalingen in ons denken en hart (‘gedachtespinsels van ons hart’, Genesis 6:5). En waar leugens en dwalingen zijn, is Zijn waarheid niet. Want we hebben gezien dat Zijn waarheid ons reinigt van leugens en dwalingen.

“Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid.” Johannes 17:17, 19

Wees geheiligd door Zijn Waarheid in je denken en hart.

“Heb dan de waarheid en de vrede lief!” Zacharia 8:19

Heden is deze Schrift in vervulling gegaan

“De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd. Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.” Lukas 4:18-21

Dit zijn de woorden van Jesjoea, toen Hij op een sjabbat in de synagoge van Nazareth werd uitgenodigd om de parasja-lezing te doen. (De parasja-lezing is het traditionele Joodse Bijbelleesrooster.) Het gedeelte dat die week op het rooster stond, was Jesaja 61. En nadat Jesjoea dit gedeelte had gelezen, legde Hij uit dat deze tekst over Hem gaat.

De beloftes die Jesjoea hier geeft, met gebruik van de geïnspireerde woorden van Jesaja, zijn niet letterlijk bedoeld. Hij verkondigde het Evangelie ook aan letterlijke rijken, en Hij liet geen letterlijke gevangenen vrij door Zijn prediking. We mogen dus aannemen dat de blinden die Hij noemt ook geestelijk opgevat kunnen worden. Overigens hoeven een letterlijke en een geestelijke betekenis elkaar niet uit te sluiten, ze kunnen elkaar aanvullen.

Welke beloftes geeft Jesjoea in dit gedeelte?

… aan armen het Evangelie te verkondigen

Het Evangelie dat Jesjoea verkondigde, was het Evangelie van het Koninkrijk (Mattheüs 9:35, Lukas 4:43). Het Koninkrijk binnen in ons, in ons hart en denken (Lukas 17:21). Dit is een schat van onschatbare waarde. De schat in de akker, waar we alles voor willen verkopen (Mattheüs 13:44) (1). De schat van wijsheid en kennis, die in Jesjoea verborgen zijn (Kolossenzen 2:2-3). Als je een schat hebt, dan ben je niet langer arm. En in de Bergrede staat dat deze wordt gegeven aan de ‘armen van geest’:

“Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.” Mattheüs 5:3

We zijn arm van onze eigen geest, als Zijn Geest van waarheid (Johannes 14:16) in volle rijkdom in ons hart en denken is. Als we de geest van ons denken laten vernieuwen door Zijn onderwijs, Zijn prediking van het Evangelie (Efeze 4:21, 23). Hij moet meer worden, en ik minder (Johannes 3:30).

Ben jij arm van (je eigen) geest? Heb jij die schat al gevonden?

… genezen wie gebroken van hart zijn

De schat van wijsheid en kennis die in Jesjoea verborgen zijn, geneest ook ons hart. Dit wordt duidelijk in Spreuken 4, waar staat dat we de wijsheid niet moeten verlaten want zij zal ons bewaren en beschermen (vers 6). We moeten Zijn woorden van wijsheid en waarheid niet verlaten, we moeten ze bewaren in het binnenste van ons hart. Want ze zijn leven en genezing voor ons, voor ons hart (vers 21-23). Leugens en dwalingen breken ons hart. Als we ons gebroken hart vullen met Zijn woorden van waarheid, dan geneest ons hart van de leugens en dwalingen. Zijn waarheid verdrijft de leugens en dwalingen. (2)

Heb jij nog gebrokenheid in je hart? Vul je hart met Zijn woorden van waarheid.

… aan gevangenen vrijlating te prediken

Jesjoea zegt hier, met gebruik van de geïnspireerde woorden van Jesaja, dat gevangen vrijkomen door Zijn prediking. Het zijn Zijn woorden van waarheid, die ons vrijmaken (Johannes 8:31-32). Leugens en dwalingen in ons denken en hart, dat zonde ten diepste is (Genesis 6:5), houden ons gevangen. Het loon van de zonde is de dood (Romeinen 6:23). Het denken van het vlees (zonde, leugens en dwalingen) is de dood, maar het denken van de Geest van waarheid is leven en vrede (Romeinen 8:6).

Voel jij je volledig vrij? Of ben je nog ergens gevangen? Vul je hart en denken met Zijn woorden van waarheid.

… aan blinden het gezichtsvermogen

Het Licht van de wereld geeft geestelijk blinden weer het licht in de ogen (Johannes 9:5). Hij is in deze wereld gekomen opdat zij die niet zien, zien zouden (Johannes 9:39). Als we denken dat we zien, maar in werkelijkheid niet zien, dan blijven we in onze zonde (Johannes 9:41). Als we Zijn waarheid niet werkelijk ‘zien’, dan blijven we in onze leugens en dwalingen. En dat houdt ons gevangen. (3)

“Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien, en uw oren omdat zij horen.” Mattheüs 13:16

Zie jij ten volle Zijn licht? Of zijn er nog leugens en dwalingen in je denken en hart die je (deels) het zicht belemmeren?

… verslagenen weg te zenden in vrijheid

“Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:31-32

Als wij zijn vrijgemaakt door Zijn evangelie van het Koninkrijk, door Zijn woorden van waarheid en wijsheid, dan zendt Hij ook ons uit om vrijlating aan anderen te verkondigen.

“En als u op weg gaat, predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.” Mattheüs 10:7

Wat predik jij aan anderen?

Terug naar de Bergrede:

“Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.” Mattheüs 5:8

Amen!

(1) Zie ook: https://zoekeersthetkoninkrijk.nl/2018/03/21/de-schat-in-de-akker/

(2) Zie ook: https://zoekeersthetkoninkrijk.nl/2019/03/28/bescherm-je-hart/

(3) Zie ook: https://zoekeersthetkoninkrijk.nl/2018/10/14/de-genezing-van-de-blindgeborene/

De vluchtige gedachten van de mens

“De HEERE kent de gedachten van de mens: vluchtig zijn ze.” Psalm 94:11

De gedachten van de mens staan tegenover de gedachten van JHWH:

“Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8

In Psalm 94:11 worden de gedachten van de mens ‘vluchtig’ genoemd. Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst met ‘vluchtig’ wordt vertaald, is hebel. En hebel betekent afgoden. Dit woord wordt voor (nietige) afgoden gebruikt in o.a. Deuteronomium 32:21, 1 Koningen 16:13, 26, Psalm 31:7, Jeremia 2:5, 8:19 en 14:22 en Jona 2:8.

Als we afgoden vereren, dan verlaten we Hem.

“Wie nietige afgoden vereren, verlaten Hem Die hun goedertieren is.” Jona 2:8

Dus als Psalm 94:11 zegt dat de gedachten van de mens afgoden (vluchtig, hebel) zijn, dan verlaten we Hem als Zijn gedachten niet onze gedachten zijn. Als we Hem niet dienen met onze gedachten, dan dienen we afgoden. Als het niet Zijn gedachten zijn (Jesaja 55:8), dan zijn het afgodische (vluchtige) gedachten. Als Zijn gedachten niet in ons hart zijn, dan zijn er afgoden in ons hart.

“Nu dan, doe de vreemde goden weg die te midden van u zijn, en richt uw hart op de HEERE, de God van Israël.” Jozua 24:23

Wees niet bevreesd, u hebt al dit kwaad wel gedaan, maar wijk niet langer van achter de HEERE af, en dien de HEERE met uw hele hart. Wijk niet af door de nietige afgoden na te volgen, die niet van nut zijn en niet kunnen redden, want zij zijn nietigheden.” 1 Samuël 12:20-21

Prediker staat bekend om zijn veelvuldige gebruik van dit woord ‘hebel’.

“Een en al vluchtigheid, zegt Prediker, een en al vluchtigheid, alles is vluchtig.” Prediker 1:2

Onze eigen werken zijn vluchtig (afgodisch), als ze niet uit Hem zijn:

“Ik heb alle werkzaamheden gezien die er onder de zon plaatsvinden, en zie, het was alles vluchtig en najagen van wind.” Prediker 1:14

“Toen richtte ik mijn aandacht op al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en op het zwoegen waarmee ik had gezwoegd om ze tot stand te brengen. Zie, het was alles vluchtig en najagen van wind. Daarin was geen voordeel onder de zon.” Prediker 2:11

En ook begeerte is vluchtig volgens Prediker.

“Beter is het zien van de ogen dan het gaan in de weg van de begeerte. Ook dat is vluchtig en najagen van wind.” Prediker 6:9

Begeerte zit in ons hart.

“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.” Mattheüs 5:27-28

“U zult niet begeren …” Exodus 20:17

Afgoden zijn ‘vluchtig’. Afgoden zijn nietig, of niets.

“Wat dus het eten van afgodenoffers betreft: wij weten dat een afgod niets is in de wereld en dat er geen andere God is dan Eén.” 1 Korinthe 8:4

De gedachten van de mens zijn dus ‘niets’ voor Hem. En ook wij moeten ze haten:

“Ik haat hen die nietige afgoden vereren. Ík vertrouw op de HEERE.” Psalm 31:7

Haat jij de gedachten van de mens in jouw hart en denken?

Wat de mond uitkomt

“U hebt mijn hart beproefd, het ’s nachts doorzocht, U hebt mij getoetst, U vindt niets. Wat ik ook moge denken, het komt mij niet uit de mond.” Psalm 17:3

Toen ik deze tekst las, kwam een andere tekst in mijn gedachten over iets wat uit de mond komt:

“Wat de mond ingaat, verontreinigt de mens niet; maar wat de mond uitkomt, dat verontreinigt de mens.” Mattheüs 15:11

Deze twee teksten zijn met elkaar verbonden.

De Psalmist legt in zijn Psalm de verbinding tussen hart, denken en mond. Hij schrijft dat JHWH niets vond in zijn hart. Bedoeld wordt natuurlijk: niets slechts. En omdat er niets slechts in zijn hart was, kwam dit ook niet uit zijn mond. Hier wordt duidelijk dat wat uit onze mond komt, voortkomt uit ons hart en denken. Hart en denken zijn in de Bijbel met elkaar verbonden en worden vaak in één adem genoemd, bijvoorbeeld in Genesis 6:5: ‘de gedachtespinsels van zijn hart’. Onze woorden worden gevormd vanuit wat er in ons hart en denken is. Is Zijn waarheid in ons denken en hart, dan komen Zijn woorden van waarheid uit onze mond. Zijn er leugens en dwalingen vanuit de mens in ons denken en hart, dan komen die leugens en dwalingen uit onze mond.

Jesjoea bevestigt dit principe in Mattheüs 15:11. Hij legt uit dat fysiek voedsel dat we in onze mond stoppen, ons niet zal verontreinigen. Want het komt in de buik terecht en wordt vervolgens afgescheiden (vers 17). Maar wat uit onze mond komt, en voortkomt uit ons hart, dat verontreinigt ons. Wat uit onze mond komt, laat zien wat er in ons hart en denken is.

“Maar de dingen die uit de mond komen, komen voort uit het hart, en die verontreinigen de mens. Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen. Deze dingen zijn het die de mens verontreinigen” Mattheüs 15:18-20

Kwaadaardige overwegingen zijn ‘gedachtespinsels van het hart’ van de mens, en die zijn volgens Genesis 6:5 ‘alleen maar slecht’. Uit ons menselijk hart komen de dingen voort die Jesjoea als voorbeelden noemt. Hier bevestigt Hij ook dat de kern van zonde in ons binnenste is. Want een ‘kwaadaardige overweging’ is al zonde, zonder dat daar een ‘kwaadaardige’ handeling voor vereist is. In hetzelfde rijtje worden overspel en ontucht genoemd. Met onze woorden kunnen we overspel plegen, maar ten diepste met de ‘gedachten van ons hart’. Eerder schreef ik al dat overspel en ontucht ten diepste verwijzen naar onze relatie met Hem*. Zijn we Hem trouw in ons denken en hart? Of flirten we met gedachten vanuit de mens van deze aarde? Met onze woorden kunnen we ook moorden. Dat zegt Jesjoea ook in Mattheus 5:21-22. Valse getuigenissen en lasteringen van Hem zijn woorden die uit onze mond komen en Hem niet verheerlijken, maar afbreuk doen aan Zijn beeld. Woorden van leugens en dwalingen over Hem en Zijn Woord (die één zijn). En daarmee vervormen we Zijn beeld, niet alleen voor onszelf maar ook voor anderen die onze woorden horen (en lezen). Ook die woorden komen voort uit leugens en dwalingen over Hem en Zijn Woord, leugens en dwalingen die in ons denken en hart zijn.

Om gezondigd te hebben, is het dus niet nodig dat we fysiek moorden, of overspel of ontucht plegen. Leugens en dwalingen in ons hart en denken, maken al dat we gezondigd hebben. Het is dus van groot belang om ons hart te beschermen, door ons binnenste te vullen met Zijn woorden van waarheid:

“Mijn zoon, sla acht op mijn woorden,
neig je oor tot wat ik zeg.
Laat ze niet wijken van je ogen,
bewaar ze in het binnenste van je hart.
Ze zijn immers leven voor wie ze vinden,
en genezing voor heel hun vlees.
Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven.”
Spreuken 4:20-23

* Blog: Heb JHWH lief met heel je hart, en ook op mijn FB pagina: Naar uw Man zal uw begeerte uitgaan