Wat onderwijzen jouw nieren jou?

“Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven; zelfs ‘s nachts onderwijzen mij mijn nieren.” Psalm 16:7

De betekenis van nieren in de Bijbel gaat verder dan het fysieke lichaamsdeel. In Psalm 7:10 beproeft God de nieren, in Psalm 26:2 toetst God de nieren, en in Psalm 16 worden we onderwezen door onze nieren. Ook ons hart wordt beproefd en getoetst (Psalm 17:3, Psalm 26:2, Spreuken 21:2). Getoetst wordt wat in ons hart en nieren is: Zijn dat leugens en dwalingen vanuit de mens (‘wijsheid’ van de wereld)? Of is dat Zijn waarheid (die dwaasheid voor de wereld is)? In Psalm 16 onderwijzen Davids nieren hem vanuit de raad die JHWH hem gegeven heeft (vers 7): vanuit Zijn waarheid dus die David in zijn ‘nieren’ heeft opgeslagen. David schrijft dat hij JHWH voortdurend voor ogen houdt, hij richt zijn ogen – zoals Paulus – op de dingen die hij niet ziet, en die eeuwig zijn. En dat is het, wat Davids hart verblijd (vers 9).

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

En dat is wat het pad ten leven is (vers 11).

Tijdens de offerrituelen worden de nieren steeds specifiek genoemd. De nieren moesten op het altaar worden verbrand (Exodus 29:13). Dit laat zien dat God wil dat we onze ‘nieren’ aan Hem offeren. Het gaat er dan om, wat we in onze nieren hebben opgenomen: God wil dat we alles aan Hem opofferen dat niet vanuit Hem is.

“Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.” Psalm 51:18, 19

“Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer, in kennis van God meer dan in brandoffers!” Hosea 6:6

JHWH wil dat we kennis van Hem hebben, en het kennen van Hem begint met het vullen van ons hart en denken met Zijn waarheid.

Davids nieren onderwezen hem Zijn waarheid. Wat onderwijzen jouw nieren jou? Wat zal God vinden, als Hij jouw nieren doorzoekt?

“en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoekt, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.” Openbaring 2:23

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

Wat huist er in jouw huis?

“Mensenkind, u woont te midden van een opstandig huis. Zij hebben ogen om te zien, maar zij kijken niet, zij hebben oren om te horen, maar zij luisteren niet, want zij zijn een opstandig huis!” Ezechiël 12:2

Als je erop gaat letten, dan merk je hoe vaak de Bijbel over huizen spreekt. Huizen die melaats zijn (Leviticus 14:34), huizen die vervloekt zijn (Job 5:3), aardse huizen en eeuwige huizen (2 Korinthe 5:1-2), huizen die niet wankelen of die vallen (Lukas 6:48-49), en opstandige huizen, zoals in deze tekst uit Ezechiël. Ik heb al vaker geschreven dat huis in de Bijbel verwijst naar ons denken; je kunt de zoekfunctie op deze website gebruiken als je behoefte hebt aan verdere onderbouwing hiervan. Deze tekst uit Ezechiël laat zien dat een opstandig ‘huis’ ervoor zorgt dat we ogen hebben om te zien, maar niet kijken, en oren hebben om te horen, maar niet luisteren. Jesjoea heeft het over deze opstandige ‘huizen’ als Hij in Mattheüs 13 Zijn discipelen uitlegt dat Hij spreekt in gelijkenissen “omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen.”

We worden niet graag opstandig genoemd. Maar wat betekent opstandigheid precies in de Bijbel? Spreuken 17:11 zegt dat een opstandige slechts het kwade zoekt. De zondvloed werd veroorzaakt doordat de gedachtespinsels van het hart van de mens “elke dag alleen maar slecht waren”. En als je denkt dat de mens sinds die tijd veranderd is, besef dan dat in Mattheüs 24 staat dat het nu niet beter is dan in de dagen van Noach. Opstandigheid zit dus in ons denken en in ons hart. Het maakt dat we “plannen maken” die niet vanuit Hem zijn en zo “zonde op zonde hopen” (Jesaja 30:1). Plannen maak je in je denken: gedachte op gedachte die niet van Hem is. Opstandigheid is ons eigen denken, eigen-wijsheid. En dat is de wijsheid van mensen van de wereld, die dwaasheid is voor God (1 Korinthe 3:18-19). In de kern is opstandigheid alles waarin we dénken het beter te weten dan Hij. Zoals onze voorouders in de Hof, waarmee de zondeval begon …

Maar het goede nieuws is, dat Jesjoea ons ‘huis’ wil schoonvegen! Dat is wat Hij duidelijk maakte toen Hij de tempel – het huis van Zijn Vader – schoonveegde.

“En Jezus ging de tempel van God binnen en dreef allen die in de tempel verkochten en kochten naar buiten, en keerde de tafels van de wisselaars om en de stoelen van hen die de duiven verkochten. En Hij zei tegen hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar u hebt er een rovershol van gemaakt.” Mattheüs 21:12-13

Zijn huis was bedoeld als een huis van gebed, ons denken (huis) is bedoeld om Hem te horen. Als Paulus ons oproept: “bid onophoudelijk”(1 Thessalonicenzen 5:17), dan bedoelt hij niet dat we de hele dag met onze ogen dicht en handen gevouwen (of omhoog) moeten zitten. Hij bedoelt dat we onophoudelijk via gebed met Hem verbonden moeten zijn, zodat we Zijn stem horen in plaats van de stem van onze eigen gedachten of gedachten vanuit andere mensen. Maar in hoeverre hebben wij van ons ‘huis’ een rovershol gemaakt?

De tekst gaat verder:

“En er kwamen blinden en kreupelen bij Hem in de tempel en Hij genas hen.” Mattheüs 21:14

Als we Hem ons denken laten schoonvegen met Zijn waarheid, dan geneest Hij ons denken. Zijn waarheid maakt vrij (Johannes 8:30-32). En dat maakt dat we niet langer blind zijn, maar dan gaan we zien. En horen. Dan is ons ‘huis’ een huis van gebed, waar we Hem kunnen horen:

“Spreek, HEERE, want Uw dienaar luistert.” 1 Samuël 3:9

“Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!” Mattheüs 17:5

Wat ‘huist’ er in jouw denken? Laat je ‘huis’ door Hem schoonvegen, zodat je Hem meer en meer gaat horen en zien.

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

Wat bouw jij op het fundament?

“Overeenkomstig de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt daarop. Ieder dient er echter op toe te zien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus. Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.” 1 Korinthe 3:10-15

Paulus schrijft dat hij in het onderwijs dat hij gaf, het fundament heeft gelegd. Hij haast zich erbij te vermelden dat dat fundament natuurlijk de Rots Jesjoea is (1 Korinthe 10:4). Dat lezen we ook in de gelijkenis van het huis (denken) op de Rots (Mattheüs 7). Het gaat hierbij om het onderwijs van Jesjoea: Zijn Woord, Zijn waarheid die we moeten aannemen in ons denken en hart. Hoe weten we dit? In vers 1 van dit gedeelte uit 1 Korinthe heeft Paulus het over zijn ‘spreken’, en direct na dit gedeelte schrijft Paulus dat Gods Geest in onze tempel (denken, hart) woont (vers 16, 17). En vervolgt hij met de wijsheid (gedachten) van de wereld, die dwaasheid (leugens en dwalingen) is (vers 18, 19) en met overwegingen (vers 20); en overwegen doen we in ons denken en hart.

Het fundament is dus het onderwijs van Jesjoea, en dat is waarheid want Zijn Woord is waarheid (Johannes 17:17). De werken die wij bouwen op dat fundament verwijzen naar het onderwijs dat wij anderen geven, want we hebben gezien dat de context van dit gedeelte verwijst naar onderwijs van de waarheid (wijsheid), of van leugens en dwalingen (dwaasheid). En natuurlijk komt wat we doen, of niet doen, voort uit wat er in ons denken en hart is (Jeremia 18:12, Markus 7:21-23).

Met wat voor grondstof kunnen we ons onderwijs vergelijken? Is het goud, zilver, edelstenen? Of hout, hooi of stro? Wat wij onderwijzen wordt beproefd door het vuur. Wat is dat vuur?

“Is niet Mijn woord zó, als het vuur, spreekt de HEERE” Jeremia 23:29

Het vuur is Zijn Woord, en Zijn Woord is waarheid. Wat wij onderwijzen wordt dus beproefd door het vuur van Zijn waarheid, en dan wordt duidelijk of wij waarheid hebben onderwezen, of leugens en dwalingen (de ‘wijsheid’ van de wereld). Als ons onderwijs na deze beproeving stand heeft gehouden, dan ontvangen we loon. Wat is dat loon? We vinden het terug in de gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25). De dienaren met de twee en de vijf talenten verdienden talenten bij, en daarvoor ontvingen ze een beloning: “over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen”. Aanstellen verwijst naar heerschappij, geestelijke heerschappij. En dat is niet zonder de verantwoordelijkheid om talenten bij te blijven verdienen, door het onderwijs van Zijn waarheid.

Het loon dat we zullen ontvangen is dus voor iedereen verschillend, en is afhankelijk van wat wij anderen hebben onderwezen over Zijn waarheid; en ook óf wij anderen hebben onderwezen over Zijn waarheid. Want de dienaar die zijn ontvangen talent begroef, ontving geen loon. Wat wij anderen onderwijzen, is afhankelijk van de mate van Zijn waarheid in ons denken. Want waarheid die we niet kennen, kunnen we ook niet onderwijzen. In de mate waarin wij bevrijd zijn door Zijn waarheid, kunnen we meer van Zijn waarheid aan anderen onderwijzen. Zodat we, nadat wij eerst bevrijd zijn van onze eigen leugens en dwalingen, ook anderen daarvan kunnen bevrijden. Want Zijn waarheid maakt vrij (Johannes 8:30-32).

Wat bouw jij op het fundament van Zijn Woord? Wat is jouw ‘werk’? Wat zouden er met jouw gedachten gebeuren, als ze beproefd worden door het vuur van Zijn waarheid? Worden ze verbrand? Of zullen ze standhouden?

“Let op uzelf, opdat wij niet verliezen waarvoor wij gewerkt hebben, maar een vol loon mogen ontvangen.” 2 Johannes 1:8

“En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.” Openbaring 22:12

– – –

In de afgelopen tijd heb ik talloze blogs op deze website geplaatst, waarin ik de diepere betekenis van Bijbelse begrippen en gelijkenissen uitleg. Om te voorkomen dat blogs te lang worden herhaal ik de uitleg van gebruikte begrippen en gelijkenissen niet steeds, maar verwijs ik naar andere blogs waar de lezer de onderbouwing kan vinden. Naarmate het aantal blogs op de website groeit, worden de verwijzingen steeds meer. Daarom verwijs ik de lezer voortaan graag naar de zoekfunctie op deze website, waarmee alle blogs te vinden zijn waar ik de betreffende begrippen of gelijkenissen gebruik. Vooral in de oudere blogs zijn uitgebreidere onderbouwingen te vinden. De meest uitgebreide onderbouwing vindt de lezer in mijn boek, die als download gratis beschikbaar is.

De spiegels van het wasvat

“Vervolgens maakte hij het koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk uit de spiegels van de dienstdoende vrouwen, die dienstdeden bij de ingang van de tent van ontmoeting.” Exodus 38:8

Eén van de voorwerpen bij de tabernakel (tent van ontmoeting) was het koperen wasvat. In dit wasvat zat het water waarmee de priesters zich reinigden, voordat zij in de tabernakel gingen dienen voor het aangezicht van JHWH (Exodus 30:18-21). Een bijzonder detail is dat het wasvat gemaakt was van spiegels. Welke diepere betekenis zit hierachter?

Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst wordt vertaald met spiegels is marah (strong 4759). Marah betekent visioen en wordt altijd gebruikt in de context van visioenen van JHWH. Marah komt van mareh (strong 4758) en dit betekent zicht, of hetgeen dat gezien wordt. Het heeft dus te maken met zien; en als het gaat om de dingen van JHWH zien, dan gaat het om geestelijk zicht. En dat is waar Jesjoea naar verwijst als Zijn leerlingen vragen waarom Hij in gelijkenissen spreekt.

“Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld die zegt: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen; en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken. Want het hart van dit volk is vet geworden, en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien, en uw oren omdat zij horen.” Mattheüs 13:13-16

Volgens Jesjoea kunnen we dus zien, maar niet begrijpen of opmerken. En als we onze ogen dichtdoen voor Zijn waarheid dan zien we niet, dan horen we niet, dan begrijpen we niet met ons hart, en ontvangen we geen genezing.

Het wasvat moest worden gevuld met water. Wat doet water geestelijk met ons?

“Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.” Efeze 5:25-27

Door het waterbad van Zijn Woord, van Zijn waarheid, worden we gereinigd. En dan gaan we zien!

“Jezus antwoordde en zei tegen haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.” Johannes 4:13-14

Als we het Levende Water van Zijn waarheid indrinken, dan gaan we leven!

Wat heeft dit te maken met de spiegels van het wasvat? De spiegels waaruit het wasvat gemaakt was, verwijzen naar geestelijk zicht. Geestelijk zicht is nodig om de dingen van JHWH te kunnen zien. De priesters moesten zich met water uit dit wasvat reinigen, voordat zij de tent van de ontmoeting binnengingen. Waar verwijst ontmoeting naar? Wie werd er in deze tent ontmoet? In de tent van de ontmoeting werd JHWH Zelf ontmoet. Naarmate we ons meer en meer laten wassen en vullen met het Levende Water van Zijn Woord, zullen we meer en meer Hem gaan zien.

“Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien…” Mattheus 13:16

Hoe gebruik jij jouw (geestelijke) ogen? Kan jij met Paulus zeggen:

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

Een belofte voor wie JHWH ernstig zoeken

“Maar als je ernstig God zoekt, en de Almachtige om genade smeekt, als je zuiver en oprecht bent, dan zal Hij nu voorzeker ter wille van jou ontwaken, en de woning van je gerechtigheid herstellen. Je begin zal wel klein zijn, maar je einde zal zeer groot worden.” Job 8:5-7

In deze tekst staat een belofte voor wie JHWH ernstig zoeken. Hij zal dan onze woning herstellen. Woning verwijst naar ons denken. Specifieker staat in deze tekst: Hij zal de woning van onze gerechtigheid herstellen. In mijn vorige blog schreef ik dat gerechtigheid verwijst naar Zijn waarheid. Als we Hem ernstig zoeken, dan herstelt Zijn waarheid ons denken.

Hem ernstig zoeken, is Zijn waarheid ernstig zoeken. En dat is ons denken en hart vullen met Zijn waarheid, zodat onze eigen gedachten van leugens en dwaling meer en meer plaats zullen maken voor Zijn waarheid (Jesaja 55:8). Hem ernstig zoeken, is gericht zijn op de eeuwige dingen die we niet zien (2 Korinthe 4:18). Mattheus 6:33 zegt hetzelfde: zoek eerst Zijn Koninkrijk. Wat we dan ook doen, éérst Zijn Koninkrijk. Zijn Koninkrijk in ons denken en hart, binnenin ons (Lukas 17:21), moet onze prioriteit hebben. En Zijn Koninkrijk in ons denken en hart, is Zijn waarheid in ons denken en hart. De gelijkenissen van Jesjoea gaan steeds over dit Koninkrijk, en zijn steeds verbonden met andere teksten door de hele Bijbel heen. Ook vers 7 van Job 8 komt in een gelijkenis weer terug:

“Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Dat is wel het kleinste van al de zaden, maar als het opgegroeid is, is het het grootste van de tuingewassen en het wordt een boom, zodat de vogels in de lucht een nest komen maken in zijn takken.” Mattheüs 13:31-32

“Je begin zal wel klein zijn, maar je einde zal zeer groot worden.” Job 8:7

Als je JHWH ernstig zoekt, als je er ernst mee maakt om je hart en denken te vullen met de waarheid van Zijn Woord, dan zal Zijn waarheid jouw denken herstellen. En hoewel het klein zal beginnen, zal het zeer groot worden.

Waar hou jij je ogen op gericht?

“Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” 2 Korinthe 4:18

Wat kies jij?

“Maar als u naar deze woorden niet luistert, heb Ik bij Mijzelf gezworen, spreekt de HEERE, dat dit huis tot een puinhoop zal worden.” Jeremia 22:5

Ik schrijf vaak over de geestelijke betekenis waar huis in de Bijbel naar verwijst (ons denken). Het onderwijs van JHWH herhaalt zich steeds. Door herhaling leren we. Dus dat ‘huis’ komen we ook overal in de Bijbel tegen. Zoals hier in Jeremia 22.

Met ons ‘huis’ moeten we Hem dienen. En dat betekent, dat Hij wil dat Zijn waarheid in ons ‘huis’ is. Dat Zijn Woord in ons huis is. Want Zijn Woord is de waarheid (Johannes 17:17). In deze context staat ook dit vers uit Jeremia (zie vers 2).

Als Zijn Woord niet in ons ‘huis’ is, dan wordt ons huis tot een puinhoop. Dit verwijst naar ons gevallen denken. We kunnen ons denken vullen met Zijn waarheid, of met leugens en dwalingen. Vers 13 noemt dit ongerechtigheid en onrecht:

“Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn bovenvertrekken met onrecht”

En dit staat tegenover de gerechtigheid (waarheid) van Zijn Woord:

“Zie, ik verlang naar Uw bevelen, maak mij levend door Uw gerechtigheid.
U hebt in Uw getuigenissen gerechtigheid uitgevaardigd en grote trouw.
Uw gerechtigheid is een gerechtigheid voor eeuwig en Uw wet is waarachtig.”
Psalm 119:40, 138, 142

In vers 40 staat dat gerechtigheid (waarheid) leven geeft. Ook in Spreuken vinden we dit:

“Wie gerechtigheid en goedertierenheid najaagt, vindt het leven, rechtvaardigheid en eer.” Spreuken 21:21

Waarheid of leugen, leven of dood. Wat kies jij?

“Zie, ik heb u heden het leven en het goede voorgehouden, maar ook de dood en het kwade. (…) Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht,door de HEERE, uw God, lief te hebben, Zijn stem te gehoorzamen en u aan Hem vast te houden – want Hij is uw leven” Deuteronomium 30:15, 19, 20

Het hele huis

“Hoor het woord van de HEERE, huis van Jakob en alle geslachten van het huis van Israël” Jeremia 2:4

In de Bijbel wordt huis vaak gebruikt in de betekenis van familie, gezin, of geslacht. Het huis van David bijvoorbeeld, of Jozua die stelt “Maar ik en mijn huis, wij zullen de HEERE dienen” (Jozua 24:15). Ook hier is huis niet letterlijk bedoeld, het gaat om het geslacht, of gezin van David en van Jozua, en niet om hun letterlijke huis. Huis wordt ook gebruikt in de geestelijke betekenis van ons denken. Is er een verband tussen die twee?

Waarom wordt in de Bijbel soms het hele ‘huis’ betrokken bij de consequenties van één individu dat een ernstige zonde heeft begaan? We zien het bij de farao wiens hele huis werd geslagen vanwege Sarai (Genesis 12:17), of bij Korach toen hij opstond tegen Mozes (Numeri 16). Ook de zonen en zelfs de kleine kinderen werden gedood. Mijn gedachten hierbij zijn dit. Het opvoeden van de kinderen in je ‘huis’, in je gezin, betekent dat zij grotendeels jouw gedachten overnemen. Natuurlijk ontwikkelen we ook onze eigen meningen en ideeën, maar in ons denken zijn vaak flink wat sporen te vinden van de gedachten van onze ouders. De leugens en dwalingen in de gedachten van de ouders gaan zo over op de kinderen. En zo gaan leugens en dwalingen de generaties door. Als bij een ernstige zonde (dat begint bij de leugens en dwalingen in ons denken, de gedachtespinsels van Genesis 6:5) de gevolgen toekomen aan het hele ‘huis’, dan wordt de woekering van deze leugens en dwalingen door de geslachten op dat moment gestopt.

In deze Westerse maatschappij in deze huidige tijd zijn we redelijk individualistisch ingesteld. In Bijbelse tijden was dat heel anders. JHWH is een God van generaties, van families en van het collectief. Hij sluit Zijn verbond met generaties, met een collectief. Hij roept de generaties (Jesaja 41:4). In het ‘huis’ Israël zullen alle geslachten gezegend worden (Genesis 28:14). Alle geslachten moeten Hem eer geven (Psalm 96:7). Het hele ‘huis’ dus. Een ‘huis’ dat kan worden afgebroken door leugens en dwalingen. Maar ook een ‘huis’ dat gedoopt wordt (Handelingen 16), en een ‘huis’ dat we samen bouwen tot een huis van God. Als Zijn gedachten onze gedachten zijn (Jesaja 55:8).

“Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.” Efeze 2:19-22

Wat zijn jullie gedachten hierover? Laat het me weten via de mail, of praat mee via Facebook.

Het denken van het vlees is de dood

“Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest. Want het denken van het vlees is de dood, maar het denken van de Geest is leven en vrede.” Romeinen 8:5-6

Het denken van het vlees is de dood. Om welk denken gaat het hier? Dit is hetzelfde denken dat de zondvloed heeft veroorzaakt, zoals we kunnen lezen in Genesis 6:5: de gedachtespinsels van het hart van de mens. Onze eigen gedachten dus, of gedachten die we van andere mensen overnemen. Daar gaan we onder gebukt, totdat de Zoon des mensen komt (Mattheüs 24:38). En het leidt niet naar leven, en vrede.

Er kunnen veel gedachten op ons af komen, en anders zijn we wel goed in staat om er ‘het onze’ van te denken. Hoe is het met jouw vrede? Als je denkt dat het beter kan, dan is dit jouw medicijn:

“De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.” Johannes 6:63

Dingen van het vlees bedenken heeft geen enkel nut. Onze eigen gedachten, of de gedachten die we overnemen van anderen, hebben geen enkel nut. Het denken van de Geest is leven, Zijn woorden zijn leven. Vul je denken dus met Zijn woorden van waarheid, en je ontvangt Zijn leven en vrede. Onder alle omstandigheden.

“Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat. Wat u ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doe dat; en de God van de vrede zal met u zijn.” Filippenzen 4:6-9

Begrijp jij het?

“Boosaardige lieden begrijpen het recht niet, maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles.” Spreuken 28:5

Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst met ‘recht’ wordt vertaald is misjpat (strongnummer 4941). Dit woord is afgeleid van sjafat (strongnummer 8199), dat rechter betekent. Door de transliteratie (uitspraak) in het Nederlands zien we niet veel gelijkenis, maar geschreven in het Hebreeuws is misjpat hetzelfde woord als sjafat plus de Hebreeuwse mem (letter m) ervoor.

Misjpat (recht) kan worden gebruikt voor uitspraken van aardse rechters (bijvoorbeeld Leviticus 19:15, Deuteronomium 1:17, Richteren 4:5, 2 Samuel 8:15). En deze kunnen soms niet te begrijpen zijn (Prediker 3:16). Maar in de Bijbel gaat het vooral om de hoogste Rechter, “de Rechter [sjafat] van de hele aarde” (Genesis 18:25, Psalm 7:7). En het recht (misjpat) van de hoogste Sjafat (Rechter) wordt ook wel vertaald met wet of bepalingen (Exodus 21:1, 24:3, Leviticus 18:5, 26:46, Numeri 36:13, Deuteronomium 4:8, 33:10, 2 Samuel 22:23, Psalm 19:9) en ook met oordeel (Psalm 10:5, 48:11, zie verder hieronder). Het is steeds hetzelfde Hebreeuwse woord. En het verwijst naar wat Hij bepaalt, wat Hij oordeelt, de woorden uit Zijn mond.

“Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft, aan Zijn tekenen en de oordelen [misjpat] van Zijn mond” Psalm 105:5

En: “de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt”. Deuteronomium 8:3

We leven dus van Zijn misjpat. Misjpat is Zijn waarheid en wijsheid, die Hij ons wil leren:

“Hij leidt zachtmoedigen in het recht [misjpat], Hij leert zachtmoedigen Zijn weg.” Psalm 25:9

“Ik ben niet afgeweken van Uw bepalingen [misjpat], want Ú hebt mij onderwezen.” Psalm 119:102

Zodat heel ons denken en hart gevuld worden met Zijn misjpat, Zijn Woord, Zijn waarheid:

“De gedachten van de rechtvaardigen zijn een en al recht [misjpat]” Spreuken 12:5

En dit ook uit ónze mond zal komen:

“De mond van de rechtvaardige brengt wijsheid tot uiting, zijn tong spreekt het recht [misjpat].” Psalm 37:30

Misjpat is Zijn waarheid die ons verlost, die ons vrijmaakt:

“naar waarheid zal Hij het recht [misjpat] doen uitgaan” Jesaja 42:3

“toen U, o God, opstond ten oordeel [misjpat], om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen.” Psalm 76:10

Zijn Woord, Zijn waarheid maakt vrij (Johannes 8:31-32).

In de Psalmen wordt hartstochtelijk verlangd naar Zijn misjpat (Psalm 97:8, 119:20), ze worden goed genoemd (Psalm 119:39), ze helpen ons (Psalm 119:175).

Zijn misjpat (recht) is het fundament van Zijn troon (Psalm 89:15), van waaruit Hij regeert. Zijn Koninkrijk wordt gegrondvest en gesteund door Zijn misjpat (recht) (Jesaja 9:6)

Toen Jesjoea Zijn woorden (misjpat) over Zijn Koninkrijk in de vorm van gelijkenissen sprak, vroegen Zijn discipelen waarom Hij dat deed (Mattheüs 13:10-11). Zijn antwoord:

“Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen.” Mattheüs 13:13

Hij verwijst hierbij naar Jesaja 6:9: “Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken.”

Zij begrepen niet, omdat zij met hun hart moesten begrijpen, en hun hart was vet geworden (Mattheüs 13:15). Zijn misjpat was niet in hun hart.

“Boosaardige lieden begrijpen het recht [misjpat] niet, maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles.” Spreuken 28:5

Zijn bepalingen, Zijn oordeel, maakt vrij. Wie JHWH zoekt met heel zijn denken en hart, die begrijpt het. Die begrijpt alles. Begrijp jij het?

Naar Zijn hart

“De HEERE heeft een man naar Zijn hart voor Zich uitgezocht, en de HEERE heeft hem de opdracht gegeven een vorst te zijn over Zijn volk, omdat u niet in acht genomen hebt wat de HEERE u geboden had.” 1 Samuel 13:14

Een man naar Zijn hart. Wat kunnen we weten over Zijn hart?

In het blog ‘De stenen tafelen’ leg ik uit dat de ark van het verbond verwijst naar het denken en hart. In de ark lag de Torah (1 Koningen 8:9), geschreven op de twee stenen tafelen. Dit verwijst naar Zijn Torah die in ons denken en hart moet zijn (Deuteronomium 6:6-8; ‘tussen uw ogen’ verwijst naar ons denken). Wat zegt dit over Zijn hart?

In Exodus 20 lezen we wat op de stenen tafelen geschreven was. Er staat steeds: “U zult niet..”, of woorden van gelijke strekking. In het Hebreeuws begint (behalve één uitzondering) elk gebod met: “lo…”, en dat betekent ‘niet’. Deze tien geboden geven dus aan wat er ‘niet’ in het hart van God is, en dus wat er ‘niet’ in ons hart moet zijn als we een man (of vrouw) naar Zijn hart willen zijn.

Zijn hart:
Dient géén afgoden
Maakt géén beelden
Maakt géén misbruik van Zijn Naam
Doet géén werk op de sjabbatsdag
Heeft eerbied voor ouders (de enige uitzondering op ‘lo’)
Moordt niét
Pleegt géén overspel
Steelt niét
Spreekt géén vals getuigenis
Begeert niét wat van een ander is

Dit zijn dus de eigenschappen van een hart dat naar Zijn hart is. Nu zal je bij sommige geboden misschien denken: die overtreed ik niet zo gemakkelijk, die eigenschap heb ik al in de pocket. Ik moord niet, ik steel niet, ik pleeg geen overspel… Besef dan, dat deze eigenschappen van Zijn hart niet (alleen) letterlijk bedoeld zijn. Dat legt Jesjoea ons uit in bijvoorbeeld:

Mattheüs 5:21-22: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur.”

Of:

Mattheüs 5:27-28: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.”

We doden dus niet alleen als we letterlijk iemand vermoorden, we doden ook als we onterecht boos zijn op iemand of iemand uitschelden. Dit zijn namelijk woorden die uit ons hart voortkomen:

“Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen.” Mattheüs 15:19

En ook het ‘niet’ maken van (afgods)beelden is niet alleen letterlijk bedoeld. De meesten van ons zullen niet zo gauw een tastbaar afgodsbeeld maken en daarvoor neerbuigen. Maar welke (valse) beelden hebben we in ons hart? Welke leugens en dwalingen in ons hart verhinderen ons om een man of vrouw te zijn naar Zijn hart?

“Nu dan, doe de vreemde goden weg die te midden van u zijn, en richt uw hart op de HEERE, de God van Israël.” Jozua 24:23