Zieke stenen in ons denken

“dan moet de priester opdracht geven om de stenen waaraan die ziekte zich bevindt, eruit te breken, en ze buiten de stad te werpen, op een onreine plaats.” Leviticus 14:40

Dit gedeelte uit Leviticus 14 gaat over melaatsheid in een huis. Bij melaatsheid in een huis moeten de aangetaste stenen eruit worden gebroken, en die moeten buiten de stad worden geworpen op een onreine plaats.

Een huis verwijst in de Bijbel naar ons denken (1). Wat zijn de ‘bouwstenen’ van ons denken? Dat zijn onze gedachten. In deze tekst gaat het om zieke stenen. De ziekte van melaatsheid verwijst naar leugens en dwalingen in ons denken (2). En die maken ons denken onrein, wat de ‘onreine plaats’ in deze tekst verklaart. Elke ‘zieke steen’ van leugen moet uit ons denken worden ‘gebroken’.

De symboliek uit Leviticus 14 vinden we terug in Lukas 8, waar Jesjoea demonen naar een onreine plaats stuurt. Hij stuurt demonen naar varkens, en die zijn volgens Leviticus 11:7 onrein. Maar wat hebben demonen te maken met leugens en dwalingen?

In het Oude Testament is er slechts een handjevol teksten waarin demonen worden genoemd. In deze teksten worden twee verschillende Hebreeuwse woorden gebruikt voor demonen: sa’ier (strongnummer 8163) en sjeed (strongnummer 7700). Sa’ier betekent geitenbok, en wordt van de 29 keer dat dit woord voorkomt in de tekst van het Oude Testament, slechts twee keer vertaald met demonen. In deze beide teksten gaat het om een afgod. In de Israëlische afgoden cultus, die was overgenomen van Egypte, werd de geitenbok als afgod aanbeden. Het Hebreeuwse woord sjeed wordt ook gebruikt in de strekking van een afgod. Aan deze ‘sjeed’ werd geofferd. Uit het gebruik van de Hebreeuwse woorden voor demonen in het Oude Testament, kunnen we dus afleiden dat demonen en afgoden met elkaar verbonden zijn.

In een eerder blog (3) heb ik uitgelegd wat een afgod in de kern precies is. Als we ons denken richten op afgoderij, dan verlaten we Hem. Want door afgoderij richten we ons op iets anders dan op JHWH. Geestelijke afgoderij is het geloven in leugens en dwalingen in ons denken, in plaats van Zijn waarheid. Of het een fysiek beeld is, al dan niet in de vorm van een geitenbok, of een beeld, een leugen, in ons hoofd: het effect is hetzelfde. En de beelden in ons hoofd zijn lastiger te onderscheiden omdat die niet tastbaar, niet fysiek zichtbaar zijn. Als we Hem niet aanbidden in ons denken en hart, als we dus ons denken en hart niet vullen met Zijn waarheid, dan aanbidden we leugens en dwalingen. En dat zijn onze geestelijke afgoden. Zo zijn demonen dus verbonden met afgoden, en in de kern met leugens en dwalingen in ons denken.

Waar in het Oude Testament slechts in een handjevol teksten sprake is van demonen, vinden we in het Nieuwe Testament veel meer teksten. Het overgrote deel van deze teksten staat in de Evangeliën. De Evangeliën zijn verslagen van het onderwijs van Jesjoea over het Koninkrijk. Het uitdrijven van demonen heeft alles te maken met het Koninkrijk:

“Maar als Ik door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God bij u gekomen.” Mattheüs 12:28

Net zo goed als het uitdrijven van leugens en dwalingen, en het aannemen van de waarheid, alles te maken hebben met Zijn Koninkrijk. Met Zijn Koninkrijk binnen in ons, in ons denken en hart:

“En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u.” Lukas 17:21

Jesjoea dreef demonen uit met Zijn woord:

“Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord” Mattheüs 8:16

Leugens en dwalingen worden vernietigd door Zijn woord van waarheid (Johannes 17:17). Laat Zijn woord van waarheid (‘de kennis van God’) dus de zieke ‘stenen’ uit jouw ‘huis’ breken:

“Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus” 2 Korinthe 10:5

En dan zal bevrijding volgen. Want Zijn waarheid maakt ons vrij!

“Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:31-32

– – – –

(1) Zie o.a. het blog Als Zijn heerlijkheid onze tabernakel vervult, en op mijn FB pagina: huis = denken.

(2) Zie het blog Geestelijke dood een geestelijk leven.

(3) Het heil is van JHWH (Jona deel 2)